Pagina's

zaterdag 6 juli 2019

Trainen voor de TCR

Bij het ontwaken in het bos was de vermoeidheid van de dag voordien grotendeels verdwenen. Nog geen drie kilometer verder kwamen we echter wel al het eerste obstakel van de dag tegen, want waar een spooroverweg zou moeten zijn was er helemaal niks. Google Maps schoot ons gelukkig te hulp. Dat we niet steeds de meest efficiënte weg kozen werd wat later nog maar eens duidelijk toen we een bende lopers kruisten, maar ze vroeger dan ons op het volgende punt waren. 

Op het moment dat we bijna gelijktijdig tegen elkaar verklaarden dat onze drinkbussen zo goed als op waren stootten we op een volksgebeuren in Oberpallen. Na dichterbij rijden bleek het niet zomaar een volksgebeuren, maar had het meer weg van een apocalyptische stormloop op een warenhuis (Pall Center). Er moest wel een speciaal soort apocalyps hebben plaatsgevonden, want de enige producten die gekocht werden waren alcohol en tabak. We konden onze drinkbussen vullen (met water) en ergens in een hoekje van het warenhuis vond Pieter nog een rol Prince-koeken. Hierna werd er vooral veel geklommen op voorts wel zeer goed onderhouden Luxemburgse wegen. 

We aten een smosje in Bastogne, en na bijna een week rust voelde deze drukke stad allesbehalve als een verademing. Op de hoofdstraat besloot zelfs een mevrouw van uit haar appartement iedereen gade te slaan met een verrekijker. Bastogne - Gouvy, volgens onze reisgids een dagtocht waard, bleek een pak vlotter door het bestaan van de RAVeL tussen beide plaatsen. Amper wind tussen de bomen en een continue daling van 1% zorgde ervoor dat we de 30 kilometer op een uurtje hadden afgelegd. In Gouvy dronken we een Lupulus en milkshake en deden we inkopen voor de volgende dag, maar naar Pieters ongenoegen waren er nergens linzen te bespeuren. 



Richting Ouren reden we vooral verkeerd en begon het landschap terug enorm te golven. Toen we volgens de route langs een motorcrosscircuit moesten rijden, leek het ons door de ondergrond eerder alsof we ons óp dit circuit bevonden - hoe had de schrijver dit gedaan met zijn stadsfiets? In Ouren aangekomen besloten we ons tent op te slaan in de door Nederlanders uitgebaatte Camping International. 

Bij aankomst zagen we een fiets 'full apidura' staan en we wisten meteen dat hier een serieuze bikepacker aanwezig was. Bij het ontmoeten zei het shirt van 'Transatlantic Way' voor ons al genoeg. Jesko von Werthern was naar hier gereden als training voor het summum van het ultrafietsen: 'The Transcontinental Race'. Sam volgt al jaren deze race en op moment van schrijven heeft hij 608 km afgelegd in ongeveer 2.5 dagen, straf! We namen een welverdiende douche en wasten onze koersbroek om nog even naar het drielandenpunt te stappen, dat vooral goed verstopt én in het water lag. We sloten de dag af op het overdekte terras terwijl het regende en dronken nog wat biertjes in de bar.




Sam

vrijdag 5 juli 2019

De oude man en het fruitsap

Ontwaken deden we logischerwijs waar we de avond voordien snel in slaap gesukkeld waren. Het campinggras had ons een goede nachtrust bezorgd en na een snel ontbijt scheidde enkel een sanitaire pitstop ons van alweer een ambitieus fietsdagje. In de toiletten ontdekten we dat het verbod op kinderarbeid nog niet doorgesijpeld is naar het zuidelijke deel van ons landje. Nuja, de jongen die er aan het schoonmaken was, was toch minstens 12, dus zo erg was het nu ook weer niet.

Bouillon verlaten kon enkel via wat klimwerk en omdat we de drukke N83 wilden vermijden, kozen we voor de nog veel steilere Vieille Route de France. Op een bijna nuchtere maag viel deze klim direct zwaar. Onze routegids leerde ons echter dat een beetje verderop minstens tien kilometer bospad wachtte. Het bleek zelfs minder verderop dan gedacht, want voor we het wisten waren we toch een kilometer of twee voorbij dit mooie bospad gereden.

Terugkeren dan maar om via een pas aangelegde verkeerswisselaar uiteindelijk toch de Route Forestière de Mortehan te kunnen betreden. De bomen zorgden voor schaduw en het platte karakter van het bospad was een verademing voor onze benen. Uit het bos gekomen botsten we algauw op een verhuis, maar door onze vertraging bleken we net te laat om te helpen (sorry mensen).

Nabij Florenville kwamen we toch op de N83 terecht, en besloten we bij te tanken in de Aldi. We ontmoetten de eerste gele auto van de reis (er zouden er die dag nog een tiental volgen) en trokken na een lunchpauze verder richting Orval. Misschien was het de drang naar bier of misschien het makkelijker navigeerbare karakter van de weg, maar voor we het wisten zaten we op het terras van L'Ange Gardien. Daar dronken we de speciale Orval Vert van het vat, die net iets lichter was dan the real stuff. Zwalpen deden we immers al genoeg door de vele hellingen.



We reden verder naar Torgny, en kruisten zo het meest zuidelijke dorpje van België van onze reisweg af. De wijnranken verraadden het mooie klimaat dat er heerste en ook de mooie huisjes deden ons wegdromen naar Zuid-Frankrijk. Genoeg romantiek, want voor de avond zou vallen, wilden we nog wat kilometers maken. Omdat dit vlotter gaat op drukke banen, kozen we voor de typische Belgische steenweg. 

De automaat langs deze steenweg bleek geen fata morgana, en op die manier werd onze suikerdip net op tijd gecounterd. Hoewel, de automaat weigerde dienst en even waren we de wanhoop nabij. Gelukkig was de eigenaar van de automaat in de buurt en kregen we onze colablikjes toch in handen. Dat ze per stuk een belachelijke 1,80 euro kostten, kon ons net als onze 1,80 euro gestolen worden.

Nog enkele kilometers verder, verscheen een supermarkt op onze weg en omdat het stilaan avond werd, sloegen we ons avondmaal in. Terwijl ik boodschappen deed, had Sam contact gelegd met een vriendelijk doch lichtjes rare Duitse man. De man herkende in Sam een reïncarnatie van Eddy Merckx (dat die nog leeft weet ik ook wel, maar dat heet literaire vrijheid) en trakteerde hem op een brik fruitsap. Ook ik kreeg een brik in handen gestopt en weigeren was geen optie.

Nadat de man zijn hart had gelucht en wij empathisch geluisterd hadden, gingen we op zoek naar een campingplekje. Ondanks de vermoeidheid, slaagden we er toch in een prachtige locatie te vinden en in het bos nabij Selange sloegen we onze tent op. Het voelde aan als de zwaarste dag van de reis, want onze toestand beschrijven als kapot zou een understatement zijn. 


Toch lukte het om het avondeten te bereiden en terwijl we aan het smikkelen waren, ontwaarden we een vos. We kregen ook nog menselijk gezelschap in de gedaante van een koppel dat hun kindje leerde fietsen op het bospaadje. Ze keerden niet meer terug, wat ofwel een horrorbos, ofwel een doorgang richting andere wegen betekende. Hopend op dat laatste, vielen we als een blok in slaap.

Pieter

donderdag 4 juli 2019

Bijna dood

We vertrokken herboren en staken door naar Couvin. Er volgde een eerste mooi stukje RaVel, maar deze vreugde werd in de kiem gesmoord door wat bergen die weer op onze route verschenen. Net als gisteren dachten we een stukje te kunnen afsnijden, en net als gisteren werden we voor onze leepheid beloond met een monsterklim op rotsblokken, dit keer in de buurt van het kamp van Massembre. We sprongen van steen tot steen en meer kruipend dan fietsend bereikten we de top.

Hierna volgde een mooi stukje fietsen van dorpje tot dorpje langs rustige, maar kwalitatieve wegen. Toch bleef het golvend en in Felenne waren we maar wat blij dat we konden lunchen op een prachtig picknickplekje.

Na een uurtje waren we voldoende hersteld om verder te trekken. Volgende halte: Bohan, langs de Samber. In de lange afdaling kruisten we een groep aan elkaar gebonden krijgsgevangenen. Hoewel, toen we beter keken, bleek het te gaan om kinderen uit de jeugdbeweging die dit touw uit veiligheidsoverwegingen vasthielden. Gelukkig zagen ze er alleszins niet uit.



In het diepste van het dal stelden we de vervolgklim even uit en genoten we van een fruitig biertje. We namen er de landkaart bij en besloten dat Bouillon een mooi eindstation zou zijn van een alweer pittige fietsdag. Hoewel Bouillon ook langs de Semois ligt, moesten we eest het dal uit (veel klimmen) om na een stukje iets drukkere baan te dalen tot Bouillon. Een Nederlandse wegpiraat maakte bijna een vroegtijdig einde aan ons leven en bijgevolg ook onze fietsreis, maar uiteindelijk arriveerden we heelhuids in Bouillon. We gunden er onszelf de luxe van een camping en een heerlijke maaltijd (veggieballetjes met rijst en provençaalse saus).



Om niet volledig te vervallen in decadentie, kochten we geen douchejetons, dus sorry aan de mensen die ons pad kruisten.

Pieter

woensdag 3 juli 2019

De bunker van Hitler

Voor we de lezer weer op fietstocht meenemen, even kort de voorgeschiedenis: tijdens een badmintonwedstrijd ontdekte ik dat één van mijn ploegmaatjes een huisje bezat in Brûly-De-Pesche. De landkaart plaatste dit kleine Ardense stipje dicht genoeg bij onze landsgrens om daar een tussenstop in te lassen. Spontaan nodigde ik onszelf uit (nogmaals sorry, Jonah), zodat we op 3 juli een mooie eindbestemming hadden voor onze etappe.

Als alle berekeningen klopten, zou vandaag met een schamele 95 km een rustdag worden in vergelijking met de vorige dagen. Om deze voorspelling waar te maken, moesten we misrijden meer dan ooit vermijden. Onze vriend Bruno (de auteur van het boekje "Fietsen Langs De Grenzen Van België" dat we voor een groot deel van onze reis volgden), vond minder dan 100 km duidelijk nogal soft. Met een venijnige links/rechts-omwisseling probeerde hij ons dan ook op het verkeerde pad te brengen. Helaas voor hem, want deze gemene truc was zelfs voor ons vrij doorzichtig en we fietsten de juiste richting uit.

Alsof we er een gewoonte wilden van maken, kwamen we ook nu weer net voor de middagsluiting toe in de supermarkt. We vonden er voedsel en drank (wat in een supermarkt wel eens vaker durft te lukken) en maakten er kennis met de zoon van een Belgische Tour de France-deelnemer. De zoon was zelf al een jaar of 70, zodat vader Vandeveldes carrière zich toch ver voor ons bestaan ontrolde. 

Vooraleer we naar Jonahs ardennenhuisje konden afdraaien, moesten we Chimay passeren. We namen de kaarten bij de hand en ontwaarden een weg die nog dichter bij de grens liep dan hetgeen Bruno aanraadde. Dat deze weg bestond uit 4km van iets dat het midden hield tussen gravel en halve kasseien, en dat dit bovendien pittig steil bergop ging, zorgde ervoor dat Bruno ongetwijfeld stiekem in zijn vuistje lacht. Na deze inspanningen verdienden we een lekkere trappist, dus stopten we even bij de Auberge De Poteaupré die ons van een vorige fietsreis niet ongekend was.

We ontmoetten er twee professionals die ook een rondje België deden, maar het landvormpje dat zij met amper 900 km dachten te vormen zal toch heel wat verbeelding nodig hebben om als België herkenbaar te zijn (al waren we vooral dik jaloers op hun dure fietsen en dito uitrusting). 



We verlieten de herberg en mochten weer vrij gauw aan het klimmen. Volgens het bord langs de kant van de weg, had de berg een hellingsgraad van 99%, maar hoewel hij steil was, was dat getal misschien wel met een korreltje zout te nemen. Omdat we Jonah en zijn familie die avond al beroofden van hun rust, besloten we hun voorraadkast onaangeroerd te laten en zelf ons avondeten in te slaan in Cul-des-sarts. Het eten kostte er ons een arm en een been, en dan nog hadden we maar een beperkt rantsoen. 

Gelukkig was ons eerdere voornemen niet te rigide en konden we vanuit de voorraadkast van Jonah, Peter en Sandra onze hongerige magen aanvullen. Of dit getuigde van een enorme gastvrijheid van de familie De Smedt, dan wel van een boertigheid zonder weerga van ons fietsers, laat ik in het midden. Samen met Jonah gingen we 's avonds op bezoek naar de bunker waar Hitler tijdens WO2 wat tijd doorbracht. Deze site was gesloten, maar onze lokale gids wist wel beter. Na een korte, misschien ietwat illegale rondleiding door de bunker, keerden we terug naar onze slaapplek. Met zicht op een prachtige tuin mijmerden we bij het drinken van een lokaal biertje over de voorbije en komende dagen. Dikke merci voor onze gastheren en gastvrouw die ons een superavond bezorgden!

Pieter

dinsdag 2 juli 2019

Afscheid van een vriend

De brug aan het kanaal die Wannes in het vorige verslag nog gezellig noemde, bleek na een eerder korte nacht een spoorwegbrug te zijn. Oordoppen zijn niet treinwerend en rond een uur of 6 in de ochtend werden Wannes en ik dan ook wakker van het voortdurende geraas. De enige die immuun was tegen dergelijk kabaal bleek Sam, die rustig in dromenland bleef rondhossen.

Wannes en ik ontbeten op het gemakje en wachtten rustig op het ontwaken van onze derde musketier. Sam waande zich urenlang een nazaat van Samuel Beckett en liet ook ons tevergeefs wachten. Door het produceren van bepaalde brombeerfrequenties en het nabootsen van aardbevingen telkens een trein passeerde, lokten we hem uiteindelijk toch letterlijk uit zijn tent.

De haan had nog geen drie keer gekraaid en we werden al verraden door onze jongste apostel. Het is te zeggen, Wannes had in tegenstelling tot Judas netjes aangegeven dat hij ons vandaag aan ons lot ging overlaten. Langs het kanaal hadden we de dag voordien al een pijl gezien richting Renaix en dat bleek in deze vreemde landstreek de benaming te zijn voor het Vlaamse Ronse waar Wannes naartoe moest. De pijl wees in een andere richting dan onze eigen route, waardoor onze wegen rond 9 uur scheidden en Sam en ik verder de grens afmaalden.

In onze dagelijkse zoektocht naar sanitaire voorzieningen die de bosjes overtreffen, kwamen we na wat omzwervingen in een cafeetje terecht in een Henegouws dorpje waar de inflatie nog niet had toegeslagen. Voor € 2,80 kregen we een koffie en een cola en de toegang tot het erg propere sanitair.

De omzwervingen duurden door, en in Péruwelz kregen we een hongerke. Bij het vragen van de weg naar een supermarkt, deed de "eerst links, op het einde rechts, aan het rondpunt de derde afslag, dan weer links, een brugje over, dan weer rechts"-uitleg ons vermoeden dat deze voorts vriendelijke man ons terug naar onze stad van oorsprong probeerde te gidsen. We gingen niet op deze sluwe uitnodiging in en kochten een smos en panini in een lokale broodjeszaak.

Om Péruwelz uit te raken, moesten we klimmen richting de gigantische basiliek van de deelgemeente Bon-Secours. Mochten we er nog aan twijfelen, de Belgische bergen waren begonnen. Een beetje verder in Bernissart ging paleontoloog Sam op zoek naar dinoresten, maar helaas bleken deze intussen allemaal - op enkele kunstzinnige eieren en kindertekeningen na - in het natuurhistorisch museum in Brussel te staan.

Het volgende dorpje waar we langsreden was Pommeroeul. Waar we eerst dachten dat we scheel zagen van de honger, bleek de lokale kerktoren echt wel serieus uit het lood te staan. Toch besloten we de inwendige mens te versterken en het tweede, derde en vierde ijsje van de reis waren een feit (mini-magnums, dus dan mag het).


Een aantal navigatiefouten later, werd het tijd voor een avondmaal en een kampplaats. We bezochten de lokale friterie van Erquelinnes en genoten daar van een durum met feta, waarna we onze inkopen wilden doen in de gloednieuwe Lidl. Helaas, de Lidl bleek zo gloednieuw dat hij pas de dag nadien officieel zou opengaan, dus moesten we terug een zware helling op om toch aan voedsel te raken. Het stadje Jeumont leek ons zo verlaten dat we de hele weg dachten in te kunnen palmen. Dat we daarbij spookrijdend bijna onze dood tegemoet reden, was dus echt niet bewust.

Dankzij wat vriendelijke mensen, raakten we toch weg uit dit eenrichtingsdoolhof en toen we enkele kilometers later de bossen inreden, snakten we naar rust. Met puppy-oogjes, slaagden we erin een man te overtuigen een nachtje op zijn vers gemaaide grasveld te mogen doorbrengen en ondanks wat hondengeblaf en geitengeblaat sliepen we als roosjes.



Pieter

maandag 1 juli 2019

De Panne

Met een lekker ontbijt achter de kiezen en een goede nachtrust moesten we helaas onze zachte bedjes verlaten en de zakken terug op de fietsen zetten. Na het laatste stukje Belgische kust te hebben afgereden sloegen we af richting binnenland (na eerst de weg kwijt te raken natuurlijk). Met een iets gunstigere wind konden we ons gemiddelde wat opkrikken. Veel lange banen en om de 10 kilometer eens een boerderij was hét beeld van de voormiddag.

Tijd voor een tussenstop in Watou. Met dank aan de vriendelijke eigenares van de winkel die haar sluitingstijd enkele minuten uitstelde, konden we op de valreep een middagmaal bijeenscharrelen. Daarna begon het echte werk. Allez, eerst nog eens de weg kwijtraken natuurlijk. Omdat iemand in de groep wat kilometers wou afsnijden kregen we een steil stukje Gent-Wevelgem te verwerken. Voor Pieter bleek het geen probleem deze op zijn grootste verzet op te rijden, dit tot frustratie van Sam en ik. Dat ook zijn fiets dit vrij frustrerend vond, zou pas enkele dagen later duidelijk worden.

Na een kleine pauze op de top voor onze klimliefhebber Sam konden we ons snelheidsrecord in de afdaling aanscherpen. Daarna waren we nog zo moe dat we zelfs het shoppingcenter niet konden vinden. In België was enkel tabak te vinden en omdat wij iets voedzamers zochten, moesten we onze zoektocht verderzetten in Frankrijk. Daar bleek toch iets eetbaars te zijn en daar maakten we dan ook handig gebruik van.

Met de batterijen terug opgeladen konden we vertrekken voor het laatste stuk van de dag. Na eens uitzonderlijk niet verkeerd zijn gereden vonden we al snel een jaagpad langs een mooie rivier. Vergeefs victorie gekraaid, want even later bleek het navigatiesysteem terug kapot en strandden we op een onbewoond eiland. Na dan enkele kilometers terug gereden te zijn hebben we dan toch de juiste brug gevonden en konden we onze reis verderzetten, of dat was toch het plan...

Tot Sam besloot plat te rijden. Pieter en ik moesten de boodschappen maar doen terwijl Sam een parkeerplaats omtoverde tot fietsherstelplaats. Na ons avondeten (wat eieren, brood, en van elke blikgroente 1 blik) en ons ontbijt (muesli zónder noten en melk) voor de volgende morgen gekocht te hebben konden we Sam helpen met het repareren van zijn band. Met dank aan Sams vriendin duurde dat langer dan verwacht. De voorts lieve Laura had voor de reis helaas de verkeerde binnenbanden gekocht. Elke dag is er toch iemand die ons wil afremmen precies...

Na wat gevloek toch kunnen vertrekken uit Menen met als bestemming onze slaapplaats. Eerst nog de weg wat kwijtraken in Moeskroen natuurlijk. Met dank aan Google maps en ten koste van mijn batterij toch onze weg gevonden. Na een kleine plaspauze bij een verlaten gebouw gingen we het volgende dorpje binnen. Volgens de traditie moesten we de weg weer eens kwijtraken en zo gezegd, zo gedaan. Na vele kilometers - waarvan niet allen even nuttig - kwamen we aan op onze slaapplaats, een gezellige brug aan een kanaal. Na ons vers avondmaal (zie video) konden we de tenten opzetten. Eenmaal dat gebeurd was, konden we genieten van onze welverdiende nachtrust.


Wannes

zondag 30 juni 2019

Het vertrek

Na een tijdelijk uitgesteld vertrek aan de kerk van Moerbeke, met dank aan de goede communicatie tussen Stan en Sam, en na een kleine onderbreking dankzij de ruime vriendenkring van Frederik, konden we rond half elf dan toch richting de grens vertrekken. We, dat waren dit jaar Sam, Pieter, Frederik, Stan en ikzelf, die voor de eerste keer mee mocht gaan op deze altijd legendarische en supergoed georganiseerde fietsreis*.



Als newbie kende ik niet alle badmintonners even goed, maar onder invloed van het gemeenschappelijk afzien, werden nieuwe vriendschappen snel gevormd. Goede vorderingen werden gemaakt en het werd eens tijd voor een tussenstop. In een gezellig koerscafeetje in Sint-Laureins likten de grote mannen aan een ijsje terwijl de neofiet genoot van een welverdiende croque monsieur.




Na nog meer tegenwind en Frederik die er alles aan deed om ons af te remmen met zijn hypermoderne fiets belandden we alsnog in Knokke. Nadat we daar van onze laatste bokes genoten hadden, sloegen we proviand in voor de laatste kilometers, of zo leek het toch... Eens aangekomen in Bredene werd het duidelijk dat het meesterbrein achter deze tocht mij aan het voorliegen was en dat het verhoopte einde nog niet in zicht was. Dat was toch moeilijk te slikken. Wat wel makkelijk te slikken was, dat was de heerlijke pizza die we aten.


Daarna was het tijd om Stan achter ons te laten. We kunnen niet allemaal een veel te lange vakantie hebben. Nog met vier overgebleven zijn we naar Oostende gekoerst/gevaren. Na daar Frederik achter ons te moeten laten, konden we het tempo wat opdrijven, of dat was het idee toch. Dankzij een ongunstige wind, een zoals eerder vermeld fantastisch plan en enkele zandbanken werd ons tempo flink naar beneden gehaald. Het was een rit van weinig woorden, waarbij de professionals zelfs hun windvesten bovenhaalden. Na 2 lange uren kwamen we dan toch aan in De Panne. Na een hartelijk onthaal door een connectie van Pieter, wat hapjes, de Duits gedubde versie van Lord of The Rings en een warme douche, vielen we als een blok in slaap op een zachte matras.


Wannes


*reclameboodschap vanwege de beheerders van fietsenisfietsen.