Pagina's

zaterdag 17 juli 2021

Zwoegen en zwemmen

Wolfsburg - Hornburg ● 112,73 km - 520 m

De camping in Wolfsburg kwam al vroeg tot leven. Iedereen leek bezig met toekomen of vertrekken - iedereen, behalve onze Mister Moto-buurman. Ook onze campinggenoot met de voorliefde voor rare metal reed verrassend behendig het domein af, en wij volgden Pieter op de voet. 

De dag trapte af met mooie vlakke baantjes door een aangenaam ruikend bos. In een lap gras pikte een groene specht een lekker mierenontbijt bij elkaar. Wat later gooiden we ons met doodsverachting in een lange, stevig golvende gravelstrook. Een feest voor de gravelbikes onder ons, een iets treuriger gebeuren voor Frederiks stadsfiets. Gelukkig was er het vooruitzicht op een troostende lunch in Beendorf.

Althans, dat was het plan. Voor de reis had ik immers vele doorwaakte nachten besteed aan het opstellen van een lijst met bevoorradingsmogelijkheden langs de route. Voorwaar geen makkelijke opgave: Duitsland is samen met Oostenrijk het enige Europese land dat geen Street View heeft. Te veel slechte ervaringen met autoritaire regimes, dus bewaren beide landen de privacy van hun bevolking nu in bubbelplastiek.

Het was dus maar de vraag of de bakkerijen en supermarkten die ik meende ontwaard te hebben op de kaart effectief bestonden. Helaas: die van Beendorf niet. Een oude vrouw bevestigde vanuit haar deuropening hoofdschuddend mijn blunder. Frederik trok voor het eerst zijn Google Maps-sabel, maar we konden hem routemuiterij uit het hoofd praten. Voorlopig. 

We susten onze magen met een mueslireep en hingen de wortel van een volwaardige lunch 20 kilometer verder. Meteen werd duidelijk dat de route vandaag geen enkele poging zou ondernemen om de heart and minds van de drie nieuwkomers te winnen. De gps pinkte links, en we hobbelden een bordje met ‘Privatweg’ voorbij. ‘Weg’? Behoorlijk onbescheiden, want wat volgde was een bont amalgaam van rotsblokken, kolonnepaden en gras op stuurhoogte. Aan 18 procent. Deze weg was privaat, omdat de gemeenschap ze niet wilde hebben.

Iedereen zwoegde en ploegde, maar Jan zijn fietscomputer bleef stellig 74 per uur aangeven. Genoeg avontuur voor deze ochtend, besloten we, tot we op een pas gebetonneerde brug botsten. Die was afgesloten door een mini-IJzeren Gordijn, maar wij zijn niet van hier, dus we hadden geen idee wat die hekken te betekenen hadden. Dat we karma-matig zouden moeten boeten voor die overtreding stond buiten kijf. En ja hoor, nauwelijks tilde Tim zijn fiets over de afsluiting of hij blesseerde zijn vinger. De verkeersgoden leken tevreden met zijn heroïsche offer: de rest van de groep bereikte heelhuids de overkant.

Wat Beendorf te weinig had, had Hötensleben met drie aanpalende supermarkten in overvloed (delen, jongens!). Al winkelhoppend vulden we onze lege tanks bij. Twee imkers streken neer op de Nettomarkt-parking, en parkeerden iets wat verdacht veel op een bijenkorf leek.

Op de kaart hadden we gezien dat er buiten de stad een desolaat landschap zou volgen, slechts verstoord door het pad dat wij zouden berijden. Het was de laatste rechte lijn naar Hornburg, en dat mocht je letterlijk nemen. Veertig kilometer waanden we ons op een hometrainer, rechtdoor, rechtdoor, altijd maar rechtdoor door een vaag wijzigende omgeving. “Fietsen is fietsen”, moedigden we onszelf aan. “Maar hoe is ’t fietsen?!” schreeuwde ons hoofd.

Ons peloton werd op een lint getrokken, en zonder loods Pieter had het bij aankomst nog veel meer rafels vertoond. Mijn vrienden vonden dat hij leek op Morkov. Dat is denk ik een koersreferentie, die ik niet begrijp, maar misschien u wel, dus ik geef hem mee. Anyway, altijd opgewekt, altijd energie te over en altijd oog voor zij die uit de kudde dreigen te vallen: Pieter is de herdershond die elk reisgezelschap nodig heeft. Het moet verdorie niet altijd lachen jegens zijn! Al is dat natuurlijk wel het grappigste, dus we houden het bij deze ene keer.

Hornburg dus. De stad vormde een logisch einde van de dag door z’n supermarkt en camping. Die laatste lag goed verstopt aan de voet van een berg. Een oude man kwam in ons midden staan en verzamelde ronddraaiend verfrommelde geldbriefjes. Of die effectief in de kassa zijn verdwenen of dat we ‘s mans wilde weekendplannen hebben gesponsord is ons nog steeds niet duidelijk.

De camping van Hornburg bleek tegelijkertijd het stedelijk zwembad te zijn. Het is te zeggen, tegelijkertijd, niet letterlijk: tenten opzetten mocht pas na sluitingstijd. Het had echter geen bezwaar dat we alvast plaatsnamen, en zo werden we met onze bepakte fietsen het zwembad in en de zonneweide op gestuurd, gevuld met joelende, bradende en vooral starende Hornburgers. Ja, beste lezer, dat was ongemakkelijk. Het werd beter toen we ons in een hoekje nestelden en Simba-gewijs overschouwden wat spoedig van ons alleen zou zijn. 

Een andere oude man (de chef, zo wees hij met twee duimen naar zijn rugbedrukking, wat het mysterie aan wie we nu eigenlijk betaald hadden enkel vergrootte) kwam onze droom doorprikken. Ook TU Braunschweig zou die avond van de partij zijn. Voor een etentje en, voegde hij er knipogend aan toe, mogelijk een klein feestje. TU Braunschweig? Was het een school? De waterpoloclub? Een collega van Mister Moto? We hadden er het raden naar.

In de supermarkt besteedden we een astronomische 63 euro aan een avondmaal, een tweede avondmaal, een ontbijt en een lunch (zondag etc.). Synchroon met de binnendruppelende groep dertigers met kinderen aan de overkant van het water verklaarden we de dis voor geopend – zij aan een tafel, wij op Romeinse ligbanken slash strandstoelen.

Altijd twee uur tussen eten en zwemmen laten, werd mij als zesjarige in het hoofd geprent toen mijn boterhammen weer eens rond mij dreven. Daar was nu hoegenaamd geen tijd voor. Ons bijna-privé 25-meter-bad moest en zou benut worden. Na wat obligaat gegil over de temperatuur van het water trokken we baantjes en lieten we het chloor de laatste sporen van onze inspanningen oplossen. Op de wipplank maakte Jan ondertussen onze schoolslag-met-het-hoofd-boven-water belachelijk met een salto, een schroef en een dubbele Derwael. TU Braunschweig verslikte zich in zijn braadworst. Dat is niet eens een goedkoop cliché, dat aten ze écht.

Avondzon in het gezicht. Pintje aan de zwembadrand. R.E.M.'s 'Nightswimming' in het hoofd. Mocht de wereld een rechtvaardige plek zijn en het leven een eindeloze Instagram-story, dan was dat het slot van dit verslag geweest. Maar dat zijn beide natuurlijk niet, en wanneer de drank is in de man, dan blijkt de Braunschweiger in het zwembad.

Dat weten wij omdat we het gehoord hebben.

De hele nacht lang. 

(Stan)


vrijdag 16 juli 2021

Reünie

Wüstrow - Wolfsburg ● 80,94 km - 275 m

Om de lezer aandachtig en geïnteresseerd te houden, trekken alle grote auteurs af en toe een blik extra personages open. Ook wij zijn niet vies van dergelijke ingrepen in de hoop u nog even aan ons te binden en vandaag is dan ook de dag dat u kennismaakt met Frederik, Sam en Jan. Maar ik ga even te snel, want ontwaken deden we die ochtend van de 16e juli nog steeds met de drie protagonisten waarmee u intussen al een aantal dagen meeleeft: Tim, Stan en Pieter. Oude man Pieter was die ochtend als eerste wakker en kon genieten van een prachtig schouwspel toen een reegeit met maar liefst drie kalfjes kwam drinken aan de nabijgelegen beek. Omdat het volgens de wekker op dat moment nog 6 uur moest worden, moet het niet verwonderen dat Stan en Tim op dat moment nog volop in dromenland vertoefden. Ik vergezelde hen nog even, maar de werkelijkheid was idyllischer dan de fantasie en dus maakte ik met wat ritsgeritsel iedereen wakker.

Omdat de sanitaire voorzieningen op onze wildkampeerplek nogal onbestaande waren, werd snel koers gezet naar een dorpje met hopelijk een cafeetje. Zonder u lastig te vallen met te veel details, moet u namelijk beseffen dat naast fietsen, eten en slapen de goeie darmhuishouding immers het klavertje vier van de fietsreis vervolmaakt. Het duurde toch een paar vieze kasseistroken en raar aangelegde betonplaten alvorens we in een dorpje kwamen de naam waardig. Hier vonden we een leuk bakkerijtje waar we binnen een tweede ontbijt konden nuttigen, na de muesli die we zoals elke dag binnenlepelden op onze kampeerplek. Ons Duits beperkte zich zo vroeg op de ochtend tot gutentag, wat hulpeloze handgebaren en danke. De grootste trekpleister van het dorp bleek die dag het toilet en ondanks het gebrek aan slotje op de deur kenden we toch een welverdiende 8 toe. Misschien toch even toelichten hoe deze punten uitgereikt worden, zodat de bezochte etablissementen zich in de toekomst beter kunnen voorbereiden. De aanvangsscore bedraagt tien punten. Aanwezigheid van toiletpapier is absoluut noodzakelijk. Het ontbreken hiervan levert buiten gênante situaties ook sowieso een 0 op. Van deze aanvangsscore worden volgende fouten in mindering gebracht: harde grijze doekjes om de handen te drogen in plaats van toiletpapier = -2; afwezigheid van slotjes of andere privacy = -2; geen kapstokje om koerstruitjes aan te hangen = -1; geen wastafel om zweet, kettingsmeer en ander vuil weg te wassen = -2. U ziet, duidelijke regels om nattevingerwerk in deze kontext (sic) te vermijden.

Intussen waren Frederik, Sam en Jan ook vertrokken. Net als in een soap gaan we nu even switchen naar de andere verhaallijn. 

Die vrijdag was een prachtige zomerdag en beloofde een geweldige start van onze fietsvakantie te worden. De 3 gezellen verschenen stipt op het station van Lokeren alwaar de geur van verse koffie met croissant hen opwachtte. De fietstickets werden nog gauw aangekocht en al snel zaten we op de trein richting Gent. Het plan van aanpak vertoonde opvallende gelijkenissen met de eerdere trip van Tim, Pieter en Stan: met de trein tot in Welkenraedt, de grens overfietsen tot in Aachen om van daaruit de trein te nemen naar onze bestemming. Die bestemming was niet Lübeck, wij zouden aanpikken vanaf Volkswagen City, ofte Wolfsburg in de volksmond. 

De treinritjes verliepen voorspoedig en aanslutingen werden vlotjes gehaald dankzij de geweldige infrastructuur van de NMBS en DB. In Aachen trakteerden we onszelf op een rijkelijk middagmaal en verbaasden we onszelf met de sterke beheersing van het Duits. Op de trein werden we geregeld aangesproken door bewonderaars en bewonderaarsters die het diepste ontzag hadden voor het Groot Avontuur dat wij zouden aanvatten, waarbij wij de kans niet lieten liggen om dit aan te spekken met heroïsche anekdotes uit eerdere fietsreizen. In Wolfsburg werden we uiteindelijk feestelijk opgewacht door onze drie kameraden die intussen reeds ter plekke waren.

Aan de lezers voor wie bovenstaande net iets te rooskleurig klinkt: uw buikgevoel is correct! Ontwaak uit deze zoete droom en zwem met ons één dag terug in de tijd voor het werkelijke verloop van deze heenreis:

Het plan was wel degelijk om de route Lokeren-Welkenraedt-Aachen te volgen, een route die zich al jarenlang bewijst als superrobuust en waar menig risico-analist geen nee tegen zou zeggen. Het noodlot wil echter dat voor de dag van vertrek nagenoeg de hele Oostkantons werden overspoeld door een zondvloed zoals we ze zelden meemaakten in ons landje. Ons niet echt bewust van de ernst van de situatie zou alles zichzelf wel oplossen tegen de volgende dag en zouden wij rustig onze reis kunnen aanvangen. In de loop van de namiddag werd echter duidelijk dat er van fiets- of treinreizen door Limburg of de Oostkantons geen sprake zou zijn, en dat daarmee ook onze plannen in het water dreigden te vallen..

Een zoektocht naar fietsrekken, auto's met trekhaak en een gewillige chauffeur drong zich op maar bleek lastiger dan gedacht - niemand rijdt voor z'n plezier half Duitsland door om enkele toeristen af te zetten. Ons laten oplichten door een Zonhovense verhuurder/profiteur van dakfietsrekken (Google, eerste hit) was evenmin een optie, en zodoende drong een eerste stress-momentje zich op. Enter de papa van Sam, die plots nog ergens een fietsdrager voor de achterklep wist op te snorren uit een ver verleden. Bij een gebrek aan chauffeur werd besloten zelf met de wagen te rijden tot de eerste de beste Duitse stad waar een trein passeert en de auto daar achter te laten, om van daaruit verder te treinen. Een gouden zet, zo zou later deze reis nog blijken.

De volgende dag was een prachtige zomerdag en beloofde een geweldige start van onze fietsvakantie te worden. De 3 gezellen verschenen stipt op de afspraak (té stipt getuige Frederik die z'n havermoutpapje nog volop aan het binnenwerken was) maar waren vooral blij dat ze effectief zouden vertrekken. Jan verscheen op z'n vers afgestelde racefiets incl. schaakspel, al had het vier uren lang smeren van de ketting/keel bij de fietsenmaker wel tot een zichtbaar gebrek aan slaap geleid. Met goede moed werden bagage en fietsen ingeladen/gemonteerd, al bleek het vastzetten van ons kofferrek geen sinecure. Vooraleer de biljartvlakke Nederlandse/Duitse autostrades te betreden moet men nog Belgische wegen over, dus zo'n rek hangt maar beter stevig vast. Menig duim en wijsvinger werd getormenteerd door het stroeve sleutelsysteem, al bleken een stokoude schroevendraaier en een busje WD40 voldoende om het terug aan de praat te krijgen.

Na deze lange inleiding kon onze reis écht van start gaan en werd gekozen voor Dortmund als locatie om onze wagen achter te laten. Dat we hiermee een bezoekje aan het Signal Iduna Park zouden meepikken was alleen maar mooi meegenomen. Op de tonen van Moderat, Die Antwoord en Bad Boy Chiller Crew werd bijzonder snel vooruitgang gemaakt, tot een noodstop zich opdrong. Sam had een burgerketen gespot, bij Jan begon het ook al snel te dagen en uiteindelijk ging ook Frederik overstag. De dame achter de toog was ofwel hardhorig ofwel zijn wij toch niet zo'n talenknobbels, maar Jan kreeg al snel de lachers op de hand bij het repetitief en steeds luidruchtiger bestellen van bier. Dat we nog gewoon in Nederland waren doet ons echter vermoeden dat het toch aan de dame in kwestie lag, al kreeg Jan ook geen bier te pakken.




Terug naar de fietsers die intussen honger kregen. Waar tot dan telkens van de route moest afgeweken worden om winkels tegen te komen, lag de Edeka nu vlak op ons pad. De Edeka straalde een zekere oostblokvibe uit en Pfand inwisselen gebeurde er nog manueel. Smoothies kenden ze hier nog niet en pastasalade evenmin. Wat een pech voor Tim tot wiens vaste middagmaal deze combo het de voorbije dagen geschopt had. Superzoete cake hadden ze wel en samen met enkele broodjes werd deze genuttigd bij een klein riviertje. Wie wilde en niet menstrueerde kon daar een verkwikkend voetbad nemen, maar het gebrek aan stroming in dat voetbad en onze bijhorende schrik voor één of andere vieze infectie hielden ons tegen. 

In de auto ging het Vollgas nach Dortmund en na een waanzinnige blik op het torenhoge waterpeil van Maas en Rijn kwamen we aan bij Die Schwarzgelben. Een vorm van kinderlijk enthousiasme nam het van ons over bij het aanschouwen van Das schönste Stadion der Welt (?), al maakte het al snel plaats voor ontnuchtering toen Frederiks fietscomputertje -alweer- kapot bleek te zijn. Niet getreurd, een handtekening van Erling Haaland zou dit akkefietje al snel doen vergeten. De zoektocht naar vriend Erling bleek echter uit te draaien op een sisser, al werd er wel een hattrick gescoord tegen niemand minder dan BVB-keeper Roman Bürki. 


We fietsten nog gauw een toertje rond het stadion, aanschouwden kort die Gelbe Wand en schrokken ons twee seconden dood bij de prijzen van de voetbaltruitjes, waarna we onze tocht verderzetten naar het treinstation van Dortmund. Ter plaatse had Sam opnieuw een (andere) burgerketen gespot die eveneens moest getest worden, maar finaal konden ook wij onze treinreis aanvatten. Naarmate de treinreis vorderde kwam er steeds meer plaats in de wagon, al zat het bijna griezelige gekrijs van twee lieve kindjes daar zonder enige twijfel voor iets tussen. Een voodoo-ervaring rijker en bijna doof kwam Wolfsburg echter heel dichtbij.

Na de Edeka-middagstop was het voor de fietsers niet zo ver meer naar Wolfsburg. De Golf van Volkswagens die ons tegemoet reed, deed ons alvast vermoeden dat we op de goeie weg waren. Onze camping lag aan de Allersee en ondanks de nabije ligging van de grootstad, was het er relatief rustig. We checkten alvast in voor onszelf en onze drie gezellen en spotten de meest gekke campingmensen. Een tesla met gouden velgen die een speedboat voorttrok, grote mobilhomes, nog grotere mobilhomes en een tot mobilhome omgebouwde legertruck die metal uit de boxen liet schallen. De tenten werden opgezet en heel enthousiast werden we begroet door een Duitse technofan die verwonderd was dat we de technoartiest bij uitstek Dr. Moto niet kenden. Tim en Stan waren er in geslaagd deze man te negeren, maar zoals op fietsreis wel vaker gebeurt mocht ik de dorpsgek entertainen. Tegengestelde polen trekken elkaar aan zou ik zelf zeggen, maar de reisgenoten hielden het bij "soort zoekt soort". De dialoog uit elementaire beleefdheid evolueerde gauw in een eerder onverstaanbare monoloog en uiteindelijk waren we blij dat de vriendelijke man richting zijn concert vertrok. Onze vrienden kwamen dichter, dus verlieten ook wij de camping en reden we richting het centrum.


We deden een eerste scouting in de stad en kochten een aantal eetbare geschenken om te geven aan onze nieuwe reisgezellen, die tenslotte al even onderweg waren vanuit België. Onze timing was niet perfect en onze honger werd groter en groter, dus de geschenken werden opgepeuzeld alvorens de anderen er waren (sorry). Na een scouting van de plaatselijke restaurants reden we richting station waar stipt op tijd de trein uit Dortmund het station binnenrolde en zo onze verhaallijnen deed versmelten. 

Een tochtje onder het Phaeno Science Center (van dezelfde architect als het Antwerpse Havenhuis volgens onze gids) leidde ons tot bij de duurste Italiaan van Wolfsburg. Daar werden wij, zes zwervers met fietsen en bagage, vriendelijk buitengekeken (onderhandelen bleek geen optie) dus zetten we de tocht verder naar de gezelligste Italiaan van de stad, zijnde de lokale Vapiano. Het concept "gezamenlijk tafelen" ontging ons even in dit etablissement, maar het voornaamste is dat het eten smaakte. De dag werd nog opgesmukt met een passage langs de Wolfsburg Arena, alvorens we met nog drie extra tenten de helft van de camping annexeerden.  5 tenten voor 6 personen, lebensraum genoeg, al had Jan toch eerder een doodskistgevoel. Met de bedoeling zijn eeuwige slaap maar een nachtje te laten duren, vielen onze oogjes stilaan toe.

(Pieter & Frederik)

donderdag 15 juli 2021

De woestenij van Wüstrow

Dömitz - Wüstrow ● 105,82 km - 118 m

Om 6u30 werden we gewekt door het opkramende Waldorf-peloton. Het geluid zou pas drie uur later verstommen toen de laatste leerling met een onneembaar fort van fietszakken de camping afdokkerde. Tim en ik lepelden met kleine ogen onze muesli op terwijl Pieter alvast enkele kilometers rond de camping jogde. Een combinatie van olympische benen en boomer-ochtendgymnastiek, zoiets.

We spoelden de finale van de vorige dag even terug om de route weer op te pikken. Nauwelijks hadden we die te pakken of de gps stuurde ons met een vette knipoog (“Jaja, zeker langs hier!) een veldweg in. De grond konden we enkel voelen, het gras was er sinds de val van de Muur niet meer gemaaid en onze derailleurs mochten de rest van de dag herkauwen.

De timing van onze derde Elbe-kapitein was opnieuw feilloos. Aan boord verzocht een vrouw met trolly Pieter om haar tourbus tegemoet te sprinten en haar spoedige komst te bevestigen. Zo geschiedde. We deden een nieuwe torenfotoshoot, al leek fotograaf Tim meer geïnteresseerd in de formidabel aangelegde tweesprong naast de toren.


Terug op de begane grond sloegen we een dijkpad in van zachte witte kiezel. Langs ons heen dartelden hertjes, zilverreigers en grauwe klauwiers. Voor het eerst leek ook de training van de eerdere dagen zijn vruchten af te werpen. Onze fietszakken leken gevuld met lucht, onze quadricepsen spanden zich lachend op en onze knieën leken gesmeerd met WD-40. Enfin, we hadden meewind.

Ondanks Pieters karmapunten troffen we onze vierde ferry aan halfweg de Elbe. De kapitein hoorde onze teleurstelling, zette prompt het vlot in achteruit en vervolmaakte onze vier-op-een-rij. Aan de overkant van het water troffen we Schnackenburg. Volgens een bord was de stad in 1991 deel geworden van het moderne Duitsland, maar het leek alsof Schnackenburg enkele eeuwen had overgeslagen en altijd lid was gebleven van het Heilig Roomse Rijk van Karel V. Kijk, voor dit soort elitaire mopjes studeer je vier jaar geschiedenis. Voor wie zijn studies met meer praktische kennis heeft ingevuld: Schnackenburg zag er heel oud uit. Genre: wie er zin heeft in een smos club, moet eerst met een bussel graan naar de molenaar.

In Schnackenburg viel dus niets te, euh, schnacken, en noodgedwongen moesten we verder. De gps leidde ons opnieuw een dijkpad op, dat dit keer bestond uit kraakvers biljartvlak beton. Helaas: het cement was al te droog om nog een afdruk te maken van onze pretentieuze fietshandschoentjes. Helaas bis: 200 meter verder kwamen we de bulldozer tegen waar die zijn vakwerk gestaakt had. Door iets meer blutsen maar wel een aangenaam bos haspelden we de laatste kilometers af voor de lunch.

We kamen terecht in Arendsee, een plek aan een meer met dezelfde coole naam. Het was bakken zonder bladerdek dus zochten we de schaduw van de Aldi op. We verstouwden brood, kaas, chocomousse, bananensmoothies, donuts en appelflappen zo zoet dat onze wijsheidstanden zelf een afspraak maakten bij de tandarts. Met tegenzin wandelden we de middaghitte tegemoet, tot de voorband van mijn fiets de siësta verlengde. Schroeven, lepelen, trekken, sleuren, serieus zit daar ████████ eigenlijk wel een ██████ binnenband in, duwen, opnieuw lepelen, trekken en sleuren, pompen, pijn, kan iemand anders misschien nog wat proberen bijpompen of zo, uiteindelijk opnieuw schroeven. Helemaal hard was ie niet, maar mijn band besloot toch – spoiler – gedoogsteun te geven aan de rest van de reis.

Na Arendsee was het dertig kilometer knotsen geblazen over reuzengravel, brokken asfalt en kolonnepaden. Omdat we die laatste ondergrond nog vaker zouden tegenkomen, verdienen ze een nadere kennismaking. Kolonnepaden zijn uit geperforeerde betonplaten opgebouwde wegen langs het IJzeren Gordijn waarop jeeps en tanks destijds patrouilleerden. Tanks, niet vanwege de militaire noodzaak, maar omdat rupsbanden het enige middel zijn om de paden enigszins comfortabel te betreden. Beeld je in: een 7000 kilometer lang dominospel waarvan de ogen zijn uitgedrukt. Waarom? We hadden er graag ons hoofd over gebroken, ware het niet dat we elke hersencel moesten inzetten om niet letterlijk ons hoofd te breken.

Geradbraakt bereikten we Wüstrow. Een behulpzame dame van Deutsche Post vertelde dat links, rechtdoor en dan rechts het centrum van de stad lag. Met enige fantasie vonden we dat inderdaad, vruchtelozer was onze zoektocht naar een café en vooral wc. Tot om 16u plots de rolluiken van een Imbiss omhooggingen. We drukten een 50 centiliter-Cola achterover, lieten fooi achter op de zonnige terrasbank en reden naar de Edeka. Voorwaar een kippenvelmoment, want we bleken ons voor de eerste keer in ons leven in een Winkel Zonder Water te bevinden. Dat moest je hilarisch inefficiënt in de aanpalende nur Getränk-Edeka kopen. Culinaire vernieuwing belandde wel in de kar: tomaat, komkommer, groenteballetjes en aardappelsalade met mayonaise.


Tien kilometer buiten Wüstrow gooiden we alles weer in het gras van camping Wild. Een veld dus. Geen douche of wc, maar wel prachtig, helemaal gratis en vlak naast de route. We aperitiefden Buggles met geitenkaas en speelden ook de andere verrassend lekkere gangen binnen. Tim sloop een naburig veld in om een ooievaar te fotograferen, die meteen – láchen – de vlucht nam naar ons thuisveld en voor Pieter landde. Zelfs om 21u was het nog te warm om een tent op te zetten, dus ploften we weer neer in het stekelige gras om snoep te eten. Aan de overkant huppelde een steenmarter het veld in.

De zon ging onder terwijl onze tenten de lucht ingingen. In de verte klonk dierlijk gehuil. “Are there wolves in Germany”, googelden we, en opgeluchter met het antwoord dan we wilden toegeven kropen we vredig in onze slaapzak.

Met al ons eten tien meter verder in een fietstas. En een zakmes onder ons opblaaskussen. Je weet maar nooit.

(Stan)




woensdag 14 juli 2021

Door de Elbe stroomt vooral wind

Büchen - Dömitz ● 92,12 km - 150 m

In de avondschemer had Tim zijn weer-app tevoorschijn geflitst en met bezorgde blik buien aangekondigd voor onze tweede fietsdag. Het gelach van Pieter en mij weergalmde tot ver over het meer. Slecht weer? Op fietsreis? Onmogelijk.

’s Ochtends werden we wakker met dof getokkel op de tent. Een wee gevoel bekroop ons. Zou het? Kon het dan toch? Maar nee: met het openritsen van de tent ritsten de hemelsluizen toe. Voor een frisse douche moesten we nog even ver wandelen als voorheen, en maar goed ook.

De vorige avond had ik Jonas (4) ontmoet in het sanitair van de camping. Ons gesprek verliep als volgt:

- “Hallo”

- “Hallo”

- “Ich heiße Jonas”

- “Ich heiße Stan”

- “Wie problematisch ist der Dualismus der Schopenhauer'schen Metaphysik nach dem Prinzip von Ockhams Rasiermesser?”

Het kan ook zijn dat Jonas vroeg waar de douches waren, maar dat veranderde niets aan de uitkomst van het gesprek: stamelen en wegsprinten.

Twaalf uur later was ik nog steeds even hulpeloos in het Duits, maar gelukkig was het sanitair vrij van ochtendlijke gesprekspartners. Het bleek dat Jonas een zeer terechte vraag had gesteld, want de douches waren onvindbaar. Het is te zeggen: de privédouches. Een grote gemeenschappelijke doucheplek was er wel. Nu moet u weten dat wij op fietsreis open staan voor andere culturen, maar dat was wat van de openheid te veel. Achter een andere deur ging gelukkig een douche schuil voor mensen die de Duitse Freikörperkultur minder genegen waren. Die deur bleek overigens ook de enige uitgang voor het water, en na vijf minuten afgesloten douchen stond het kniehoog. Een scheepspomp was wat ik nodig had, een pathetische aftrekker was waarmee ik een halfuur later nog de douche stond te draineren.

Vier paragrafen, en we zitten nog niet eens op de fiets! Gelukkig was er toen de Elbe, die met haar eentonigheid wat vaart in dit verslag komt steken. Wat viel er te melden na veertig kilometer beuken tegen de wind? Veel hertjes in de bermen, een beklimming van een wiebelende houten uitkijktoren en - toegegeven - een feeëriek uitzicht over de riviervlakte. Een koppel rugzaktrekkers had het duidelijk wel volledig gehad met die ellendige Elbe, want toen we passeerden probeerde de vrouwelijke helft van het duo zich onder Pieters voorwiel te gooien.


Bij Neu Bleckede reden we vlot onze eerste ferry op, die ons voor een schamele €4,50 naar de overkant bracht. We lunchten lekkere pasta onder de kerk en vervolgden onze weg. Neu Darchau deed z’n best om ons met een zetelbuitenzetdag tot een pauze te dwingen, maar we wendden onze blik af en duwden door. In de stad was tevens een hysterische affichecampagne aan de gang tegen een geplande brug over de Elbe. Nu leek zo’n brug ons eigenlijk best handig, maar toen onze ferry opnieuw netjes klaarstond schaarden we ons uit sympathie achter de locals. Werkt perfect, die ferry, een brug is weer typisch zo’n elitair project uit Berlijn!

Ook aan de andere oever stroomde er door de Elbe vooral wind. Krampachtig vasthoudend aan een gemiddelde van 20 ploegden we voort, een snelheid die af en toe gevierendeeld werd door balen stro op de weg. Uiteindelijk kreeg ook het jaagpad medelijden: plots verschenen er bordjes die juichend aftelden hoeveel kilometers we nog te gaan hadden.

Uitgewaaid kropen we langs de dijk Dömitz binnen. We troostten ons met een ijsje, een eerder nerveuze deurslotloze toiletpauze en een feestdis uit de Penny. Daarna togen we naar het lokale testcentrum, omdat alle Duitse campings luidens hun websites een bewijs van vaccinatie of een recent testresultaat vereisten. Pieter en Tim konden buiten blijven: de één dankte zijn tijdige vaccinatie aan zijn lidmaatschap van een duister genootschap van apothekers, de ander had reeds immuniteit verworven met één welgemikte Johnsonprik.

Wie een hipstervaccin als Moderna wil moet lijden, en dus gaf ik me moedwillig over aan de neuswisser en het uitgebreide invulformulier van het Duitse zorgpersoneel. Terwijl ik angstig mijn lot afwachtte bescheurden de verpleegsters zich over het woord ‘straat’ (“Stroat! Hahaha!”). Luttele minuten later (een juist streepje, een virusloze zucht) stond ik op de stoep van de praktijk. Trots als was het mijn brevet 25 meter schoolslag vervoegde ik mijn twee metgezellen met mijn Plechtig Bewijs van Covidloosheid.


De Dömitze campingbaas kon onmogelijk minder geïnteresseerd zijn in mijn certificaat. De man leek als twee druppels water op Günther, samen met ABBA de belangrijkste Zweedse bijdrage aan de westerse cultuurgeschiedenis. Hij wees ons een plek aan en snorde weg op zijn groene golfkar, een vervoermiddel dat de zakdoekgrootte van zijn camping onmogelijk kon verantwoorden.

Ongetwijfeld ging Günther wat opties bestellen voor zijn bolide, want net voor ons was op de camping een vijftigkoppige Waldorf-Schule neergestreken – het Duitse equivalent van een Steiner-school. De leerlingen sleurden kookpotten uit hun fietszakken die uit de schoolrefter gestolen leken en begonnen voorwaar verse groenten te schillen. Toen duidelijk werd dat ze enkel voor zichzelf planden te koken, trokken we beteuterd ons blikvoer open. Pieter trapte een balletje met een toekomstig lid van de Mannschaft, terwijl in de achtergrond (maar tegelijk heel erg in de voorgrond) de Waldorf-leerkrachten ongeremd door enige schroom hun fietsplunje inwisselden voor gewone kleren.

Naast de camping stroomden twee rivieren in elkaar via een complex sluizenstelsel. Het zusje van de Elbe bleek de Elde te heten, wat ons enigszins bezorgd maakte over de thuissituatie van de rivieren. We veroverden een bankje aan het water en genoten van de warme avondzon. Tijdens het nemen van bovenstaande selfie merkte Tim in zijn ooghoek een donkerharig zoogdier op. Nee, niet ik, maar een kleine acrobaat die vliegensvlug op de balustrade achter ons was voorbijgekomen. Tevergeefs trachtten we het opnieuw te spotten. Günther passeerde, en vroeg of we iets verloren waren in de sluis. “We saw an animal!”, antwoordden we in ons beste Duits. “Compleet ding ding dong, die fietsers”, hoorden we hem zuchten terwijl hij z’n golfkar in een soepele one eighty stuurde.

We schraapten onze laatste energie bij elkaar en vingen op goed geluk een avondwandeling aan rond de camping. In het struikgewas van de Elde stonden hopen vervallen huisjes die baadden in een sterke Louisiana-vibe (trefwoord: True Detective seizoen 1). De bayous bleken bovendien een onbevattelijk aantal spreeuwen te bevatten. Denk: veel spreeuwen, en doe dat aantal maal tien. Een aantal dat je netvlies doet crashen zoals mierenheuvels dat kunnen. En het leukste van al: één stamp op de grond was genoeg om nog eens honderden vogels op te roepen uit de struiken. Zelden voelden we ons zo machtig, zelden voelden we ons zulke Pokémon-trainers. Spearow, ik kies jou! En Pidgey, jou ook!

U hoort het, beste lezer, de dag had lang genoeg geduurd, en dit verslag intussen ook.

(Stan)

dinsdag 13 juli 2021

Crapuul op de camping

Lübeck - Büchen ● 103,54 km - 440 m

Na een rustige nacht waarin Tim net niet verdronk in zijn reusachtige kussen maakten we ons klaar voor de eerste echte fietsdag. Eenmaal vertrokken reden we al snel op een mooi pad langs de Wakenitz. Deze rivier - de Amazone van het Noorden - kronkelde ons langs mooie aangelegde tuintjes en prachtige Monet-brugjes. Door deze schoonheid vergaten we bijna om op de soms verraderlijke grind-ondergrond te letten die Pieter en vooral Stan bijna ten val bracht. Tim reed, zoals wel vaker deze reis, tactisch in laatste positie en kon zo het gevaar ontwijken. Bekomen van de bijna-val zagen we even later op een akker twee kraanvogels wandelen, wat ze helaas iets te snel deden om nog op tijd een foto te kunnen nemen. 

Onze eerste stop vandaag werd Ratzeburg waar we op zoek gingen naar een supermarkt voor ons middagmaal. Al snel kwam een hulpvaardige jongen aangelopen die ons enthousiast de weg uitlegde naar de supermarkt. Ondanks de ongetwijfeld uitstekende uitleg van de jongen, liet ons Duits ons andermaal in de steek en vonden we de weg naar de supermarkt toch niet zo vlekkeloos. Uiteindelijk vonden we na een korte afdaling richting het centrum een klein Edeka-supermarktje en vroegen we ons af hoe het kan dat heel het dorp naar deze winkel zou moeten gaan. Toen we na het eten het dorp weer uitklommen, kwamen we de ene na de andere grote supermarkt tegen. Conclusie: we hebben te ver gefietst voor een winkel en er zijn wel degelijk meer dan genoeg winkels voor de inwoners van Ratzeburg.

Volgegeten fietsten we verder en de slechte stukken weg volgden elkaar op, met als hoogtepunt een kasseistrook die niets moest onderdoen voor het Bos van Wallers. Na helemaal dooreengeschud te zijn vonden we het tijd om op zoek te gaan naar een ijssalon. Dit vonden we gelukkig in het eerstvolgende dorpje met de prachtige naam Zarrentin am Schaalsee, waar we genoten van een heerlijk ijsje en een beetje rust. 

Profiterend van het ijsje vlogen we verder over de offroad-wegen en door de bossen richting Buchenstadt, waar onze eindhalte lag voor vandaag. Eerst deden we bij de Penny-market onze inkopen voor het avondeten, waarna we op zoek gingen naar de camping langs het kanaal. Na een tijdje fietsen passeerden we deze camping, maar helaas lag die aan de andere kant van het kanaal, wat ons nog wat extra kilometers kostte. 

Toegekomen op de camping moesten we nog even wachten aangezien de receptie raar genoeg maar één uur per dag open was. Een kwartier later kwam de campingbaas aangereden met zijn tractor. Zonder dat hij een mondmasker droeg checkte hij ons in en vertelde, volgens Stan dan toch, nog een leuk mopje waarop Pieter en Tim dan maar vriendelijk meelachten. 

We mochten onze tent plaatsen langs het water, meerbepaald de Forellensee, maar veel forellen hebben Stan en Pieter tijdens het zwemmen echter niet gevonden. Terwijl de tenten werden opgezet kwamen onze buren vriendelijk enkele braadworsten aanbieden, die ze aan ons gezelschap van 2/3 vegetariërs niet zijn kwijtgeraakt. We begonnen dan maar zelf onze vegetarische maaltijd te bereiden: heerlijke ravioli met tomatensaus. Deze werd deels bereid door Stan op de normale manier, en door Pieter op experimentele, veel minder geslaagde manier wat onze gasfles een heel stuk lichter heeft gemaakt.


Nadat Tim de afwas had gedaan (dit had hij tot zijn eigen verbazing beloofd eerder op de dag), zochten we een goede plaats voor het vastzetten van onze fietsen. Pieter had dit blijkbaar anders begrepen want uit het niets trok hij, om een nog steeds onbekende reden, een verlichtingspaal(tje) uit de grond. Aangezien deze niet meer zo makkelijk terug in de grond geraakte en bijgevolg niet meer zo stevig was, besloten we dan maar om een iets verder gelegen berk als steun te gebruiken. Kan 'paaltje.gif' niet uploaden.



Toen het donker werd sprong het licht van de verlichtingspaal gelukkig nog aan en werden we de rest van de avond getrakteerd op heel wat vogelpracht. Na eerst enkele witte kwikstaarten en 2 UFO's (later geïdentificeerd als ganzen), konden we genieten van grote zwermen kraaien (of kauwen? Of kraaien én kauwen? Uiteindelijk kozen we na lang discussiëren voor deze laatste optie) die aan hun avondritueel bezig waren. Nadat de vogels tot rust waren gekomen - in tegenstelling tot de goederentreinen die regelmatig passeerden - doken we onze tenten in om uitgerust aan een nieuwe, boeiende fietsdag te kunnen beginnen.

(Tim)


maandag 12 juli 2021

Lübeck


Het was nog geen half 7 toen ik de deur van het huis achter me dichtsloeg en me met het klassieke ‘sowieso ben ik iets vergeten’-gevoel op mijn fiets hees. Dit iets bleek enkele kilometers verder een boek kaarten, maar voor de rest leek ik alles mee te hebben.

Vergeef me deze egocentrische benadering, maar de eerste kilometers van de reis haspelde ik alleen af. Ik had namelijk met Tim afgesproken in Lochristi om dan samen naar Gent-Sint-Pieters door te rijden. Dat afspreken ging als volgt:


Hadden we toen maar geweten welke wegen ons nog te wachten zouden staan…

Het was Tims eerste fietsreis, maar in tegenstelling tot bij onze eerste ervaringen was dit niet te zien aan zijn materiaal. Waar wij onze maiden trip in 2012 aflegden op stadsfietsen met een gebrek aan versnellingen en een overschot aan bagage, koos Tim voor een prachtige full carbon gravelbike met splinternieuwe gele Ortlieb-tassen.

Het navigatiegevoel van ondergetekende bleek ook na tien jaar nog niet opgewarmd, dus gidste Tim ons van Lochristi tot Gent-Sint-Pieters. Daar herenigden we met Stan die zijn Ortlieb-tassen thuis vergeten had. Althans, dat dachten we even tot bleek dat hij gewoon heel efficiënt gepakt had.

Als we onszelf fietskunstenaars mogen noemen, zou het station van Welkenraedt intussen een vaak terugkerend motief zijn in ons werk en ook dit jaar bracht de eerste trein ons richting oostkantons. Een man op de trein dronk een biertje op onze gezondheid - het was tenslotte al 8 uur - en we raakten aan de praat met 2 meisjes die een fietsreis gingen maken in het Zwarte Woud.

We zouden hen epigonen kunnen noemen, want ook zij trokken tot Welkenraedt, om daarna tot Aken te fietsen, maar de waarheid is dat deze benadering gewoon de goedkoopste manier is om op een Duitse trein te raken met de fiets.

Om toch wat originaliteit aan te brengen in ons werk, had Stan een nieuwe route bedacht tot Aken. Hij gidste onze groupies langs pittoreske en verkeersluwe baantjes, licht heuvelend tussen hagen en velden. Het bij Akense zwervers blijkbaar populaire T.C. Matic zong het al: Oh la la la, c’est magnifique. De meisjes raakten algauw in ademnood bij het aanzien van zoveel schoonheid, of misschien lag het tempo toch net iets te hoog.

Een Duitse trein wacht niet, dus een kilometer of 5 voor Aken lieten we hen helaas achter en stoomden we verder. Onze volgende groupies stonden al klaar op de tweede trein en dit keer hadden ze zelf de instrumenten meegebracht. Met de ukelele naar Keulen, ukeulenele dus… We verzamelden wat karmapunten door hen te redden van een vroegtijdige uitstap in Keulen Hansaring en brachten hen veilig tot het Hauptbahnhof.

Van Keulen ging het naar Hamburg waar een combinatie van haast, weekendregelingen, sadistische stationschefs en ontbrekende liften ons en onze beladen fietsen van spoor 12 naar 7 naar 5 en weer naar 7 bracht. Pfieuw, uiteindelijk toch op de trein naar Lübeck geraakt.


Aangekomen in Lübeck, dacht Stan dat de fietsreis vandaag al begon en gezwind volgde hij de instructies op zijn gps. Dat we in Lübeck een hostel geboekt hadden en het intussen toch al 20 uur was, vergat hij toch voor een kleine kilometer. We keerden om en vonden de weg naar ons hostel. We improviseerden gordijnen uit de lakens van Gert-Jan (die er vanwege een Portugese coronavakantie nog niet kon bijzijn) en haalden ons avondeten in de nabije supermarkt.

Lübeck is een erg mooi stadje en zeker eens een bezoek waard. Kanalen zoals in Venetië, een slotjesbrug zoals in Parijs… Een plek met prachtige binnentuintjes, met aperitievende mensen op de terrassen, met waslijnen langs de waterkant. Een stadspark waar eendjes ongestoord eendenkroos kunnen opslokken. Lübeck, waar de 200.000 inwoners een dusdanige rust uitstralen dat ze maar met 20.000 lijken. Een stukje paradijs op aarde.



Het enige wat ze niet hebben, zijn funderingen. Scheve torens, scheve gildenhuizen, een scheve stadspoort… Op deze laatste vonden we de tekst “Concordia domi foris pax”. Ons Latijn bleek even goed als ons Duits, dus een echte betekenis konden we niet aan deze gevleugelde woorden geven. Iets met eendracht en vrede.*


Genoeg gefilosofeerd, tijd voor een drankje. Op de trein had ik het nog gehad over mijn evolutie van absolute vrek naar zuinige krent en om deze evolutie kracht bij te zetten wilde ik mijn reisgenoten om 5 na 10 graag trakteren op een terrasje. Dat de terrassen vanwege coronamaatregelen 5 minuten eerder gestopt waren met serveren, wist ik echt waar niet.

Dan maar naar ons bed, om klaar te zijn voor de eerste echte fietsdag. Stan en ik veinsden een aanval van desoriëntatie en we lieten het aan Tim om ons als vuurdoop terug naar het hostel te gidsen. Onder het motto: “Als we maar lang genoeg zonder enig idee ronddwalen, komen we toevallig op onze bestemming” bracht hij ons dan toch naar onze bedden. Morgen echt fietsen!

*Iemand die beter doet dan de wikipedia-vertaling: "eendracht binnenin en vrede buiten"?

(Pieter)

zondag 11 juli 2021

Voorbeschouwing

Guten Tag waarde lezer, en welkom bij een nieuw verslag van een al even nieuwe fietsreis. Heft aan de luit: de tiende! Alhoewel, nieuw, de essentie is het voorbije decennium dezelfde gebleven: twee weken lang zouden we enkel opeten, aantrekken en bewonen wat we met onze fietsen konden dragen. Omdat die last ook bergop getorst moet worden, kreeg onze selectieprocedure over de jaren heuse NASA-allures. Mij lukte het deze jaargang bijvoorbeeld om twee weken hetzelfde koerstruitje te dragen (één wasdag daargelaten), en dat zónder verbanning uit het peloton. Toch bleek er met het jubileum ook enige nonchalance in de groep geslopen. Zo had Pieter liefst vijf piketten te veel mee voor zijn tent. Vijf! Een reservefiets opgespen ware minder belachelijk geweest. 

Pieter en ik zijn bij deze gelekt uit de line-up. Met de complexiteiten van onze verdere groepssamenstelling zal ik u hier nog niet vervelen. Laten we het er voorlopig op houden dat ook Frederik, Gert-Jan, Jan, Sam en Tim in meer of mindere mate deelnamen aan deze editie. Onze bestemming was Duitsland, waar we de Iron Curtain Trail zouden volgen. De vraag wie van ons nu weer precies die route gekozen had werd aanvankelijk onthaald op verveeld schouderophalen. Die onverschilligheid maakte echter gauw plaats voor een steeds hardnekkiger weigeren van elke vorm van verantwoordelijkheid. Waarom? Daarvoor zal u nog even verder moeten lezen – maar niet zo héél ver, beloofd. 

De Iron Curtain Trail dus. Vernoemd naar het IJzeren Gordijn, de grens die na de Tweede Wereldoorlog genadeloos door landen, steden en families werd getrokken om oost en west van elkaar te scheiden. Mogelijk wandelde u in Berlijn al eens langs de bekendste verschijningsvorm van het Gordijn, de Berlijnse Muur. Maar wie zoals ons dacht dat de rest van de 7000 kilometer lange scheiding louter bestond uit passief-agressiviteit, een koppig met gekruiste armen in de andere richting kijken: think again. Prikkeldraad, mijnenvelden en automatische geweren vormden de heel erg tastbare stof en garen waaruit dit Gordijn was geweven. 

Althans, tot 1989 aanbrak. In Berlijn zetten de inwoners dat jaar feestelijk de sloophamer in de Muur, en spoedig werden ook elders in Europa de mijnen opgegraven, de tanks in achteruit gezet en de bewakers finaal afgelost. Heden resten er van het IJzeren Gordijn nog talloze monumenten, stukjes omheining en tot musea herbestemde grensposten. Die vormen, omdat ze nu eenmaal op een lijn liggen, al decennia een aantrekkelijke leidraad voor toeristen. Sommigen reisden vanuit het comfortabele pluche van een tourbus, anderen met de trekrugzak en nog anderen met de fiets – en maakten er een volwaardige route van. 

En zo gebeurde het dat wij op een prachtige julidag de grens tussen oost en west aanvingen, slechts gewapend met onze bepakte fietsen, ons goed humeur en een flinke portie Eins-Zwei-Polizei-Duits. Rijdt u mee?

(Stan)