Pagina's

dinsdag 2 juli 2013

Dinsdag 2 juli 2013: Game of Thrones

Helemaal alleen brachten we de nacht niet door in het Schlafmeile hostel... Midden in de nacht stuikten er plotseling roommates toe. Eén probleem: er daagden drie kandidaten op voor twee bedden. Eén van de drie bleek zwart te kamperen. Dat dit niet enkel figuurlijk was zou pas 's morgens blijken, maar in het donker viel dat niet zo op :)

Toen we ons klaarmaakten om ons bezoekje aan Berlijn te beginnen werden we aangesproken door een dakloze, althans, dat dachten we eerst. Blijkbaar bleek de man zowaar de uitbater te zijn van deze jeugdherberg. Deze Nieuw-Zeelander gaf ons enkele tips. Zo kwamen we eerst terecht in het Treptower park in Oost-Berlijn, waar een gigantisch monument stond ter nagedachtenis van de vele sovjetsoldaten die bij de val van Berlijn zelf eveneens vielen.


Na dit korte intermezzo en een fietstochtje door een fontein (waarmee Pieter een pintje aftroggelde bij Joris) trokken we dan toch richting West-Berlijn waar de grote toeristische trekpleisters te vinden zijn.

We passeerden langs East Side Gallery en Checkpoint Charlie (aan deze scheiding tussen oost en west hielden we symbolisch halt aan de McDonald's) en trokken richting het Joodshistorisch museum. Hoewel zeer uitgebreid en zeker in het begin indrukwekkend en interessant, bleek het toch van het goede te veel. 

Daarna trokken we langs de Kaiser-Wilhelm-Gedächtniskirche richting Schloss Charlottenburg. De kerk waren ze volop aan het restaureren en het kasteel was ronduit lelijk; niet echt een succesvol intermezzo dus. Pieter was bovendien lichtjes boos, dus ook voor de sfeer bleek dit uitstapje niet ideaal.

We keerden terug richting centrum langs de overwinningszuil  en Tiergarten. Die naam bleek te kloppen want Joris en Evert spotten zowaar een vijftal jonge vosjes die met elkaar aan het vechten waren. 
Aan de Brandenburger Tor maakten we met de nodige moeite een groepsfoto. 



Respectvol als we waren hielden we ook even halt bij het Joods monument vlakbij de Brandenburger Tor. Dat het verboden is om op deze stenen te wandelen, zagen we pas achteraf.



Intussen was het ca. 20 uur en dus stilaan tijd om te eten, toch... Of niet.
Een eerste discussie verdeelde de groep. Gierigheid haalde het van honger en in een soort oorlogssfeer trokken we naar de koepel van de Reichstag (bezoeken is gratis, maar vooraf reserveren is een must). Voor we de koepel mochten bezoeken, hadden we nog even tijd, dus gingen we eten in het nabijgelegen restaurantje... of niet. Ook hier vond niet iedereen zijn gading, dus zakte de stemming nog iets zwaarder onder nul.

In een toepasselijke oorlogsfeer trokken we tegen 10 uur naar de koepel waar Thomas zonder paspoort toch binnenraakte. Evert plande een terroristische aanslag, maar de opmerkzame bewaker ontdeed hem toch van zijn moordwapens (lees: de muziekboxen en de snelbinder werden tijdelijk in beslag genomen). 

Na dit bezoek trokken we weer richting jeugdherberg om alsnog iets te eten in Oost-Berlijn. Na de inkopen in de supermarkt ontdooide de sfeer toch al een beetje en na het avondmaal (lasagne en spaghetti) waren we weer allemaal vrienden. De grote verzoener bleek Ygritte te zijn. De knappe roodharige uit Game of Thrones bevond zich niet langer north, maar wel east of the wall en dan nog eens pal in onze jeugdherberg.

Misschien, heel misschien was het niet echt Rose Leslie, maar de haarkleur, het accent en het uiterlijk van de jongedame klopten toch grotendeels. Dat ze bovendien onze kamer kwam delen, zorgde voor een mooie nachtrust en zoete dromen.

We onthouden dat:
- Pieter zich soms gedraagt als een klein kind
- pizza's in Oost-Berlijn echt wel goedkoper zijn dan die in West-Berlijn
- we voor een eerste keer de fietsverkeersregels overtraden 
- we ook zeker overtreding 2,3 en 4 maakten
- we toch vooral Ygritte onthouden

maandag 1 juli 2013

Maandag 1 juli 2013: Berlin Alexanderplatz

Eens alle uitwisselingsstudenten het huis verlaten hadden, konden we onze matrasjes uitspreiden in de woonkamer. Er stonden ook enkele sofa's en helaas koos Frederik er daar één van. Joris deed door de voortdurende dreiging van te verdrinken in het woelwater geen oog dicht en ook de anderen hadden niet echt een perfecte nachtrust, behalve dan Pieter die (zoals ook later zal blijken) heel weinig problemen kende om de slaap te vatten.

Doordat hij vroeg in slaap raakte, werd hij ook vroeger wakker en met hem de rest van de groep. Van het beetje Duitse pisbier wordt een mens niet zat en if so, dan waren we toch direct ontnuchterd toen we onze fietsen zagen. Alles wat los of semi-vast zat was er vakkundig afgehaald door een stelletje onverlaten. De gps-houder en slothouder van Stan, een tasje vol noedels, enkele banden, bandlepeltjes, de jas van Joris en het nooit gebruikte slot waarvan eerder al sprake. Tot overmaat van ramp waren ook enkele volgezabberde drinkbussen gestolen. Laat ons hopen dat de dieven er een soa aan overhouden...

Aangedaan door dit verlies, gingen we toch over tot de orde van de dag en besloten we te ontbijten op de parking van de plaatselijke Lidl. De milf-magnet bleek ook goed in het versieren van gilfkes en hij slaagde erin een mogelijke verblijfplaats (aangezien we twee weken later weer in Aken zouden passeren) te regelen bij Fraulein Edith.

Eens de bokes met choco en koffiekoeken achter de kiezen waren haastten we ons naar onze trein. We moesten immers nog nieuwe tickets regelen aangezien onze oorspronkelijke trein afgeschaft was. Dit bleek makkelijker gezegd dan gedaan, want ondanks een persoonlijke DB-escorte die ons wilde bedienen, moesten we uiteindelijk ons plan trekken met de oude tickets.

In Dusseldorf moesten we overstappen en dit verliep niet van een leien dakje. Niet alleen hadden we niet zoveel tijd, ook bleek de juiste trein niet goed aangegeven. Lopen, zoeken, verkeerd lopen, sukkelen op de roltrappen, uiteindelijk half toevallig toch op het juiste perron staan, juist op tijd opstappen (met de hulp van een Nederlandse toeriste).

De treinrit naar Berlijn werd gevuld met het oplossen van kruiswoordraadsels en meteen werd duidelijk dat niet iedereen daar even goed in was. Nu ja, Frederik was naar eigen zeggen dan ook oerdom, dus het is hem vergeven.


In Berlijn bleek dat de jeugdherberg toch iets verder van het station lag dan verwacht en op de koop toe kregen we er nog een serieuze stortbui bovenop. Gelukkig zou het zowat de laatste regen blijken op een hele reis. Met de hulp van een paar verdwaalde punkers en een metroplan vonden we uiteindelijk toch het juiste stadsdeel. In de jeugdherberg deden we ons Noorwegen-nostalgisch te goed aan hotdogs en ondanks het geplay van Joris bij enkele Spaanse chicas kropen we toch allen alleen onder de wol.

We onthouden dat:

- Thijs een eikel is als hij geen koffie krijgt
- Thomas geen goeie broer is
- Pieter dan maar (zij het laattijdig) aan Elines verjaardag dacht
- de choco krispies de overstap in Dusseldorf niet goed verteerden
- de stationstoiletten in Berlijn echt wel schijteduur zijn

zondag 30 juni 2013

Zondag 30 juni 2013: De trein der traagheid

Na het succes van onze tocht in Noorwegen in 2012, besloten we om ook in 2013 de fiets op te springen en een beetje rond te rijden in de uitgestrekte wereld.

Vorig jaar waren we met 5 richting Noorwegen gegaan; dit jaar vertrokken we met 7 sportievelingen. Seppe hield het voor bekeken, maar zijn afwezigheid werd opgevangen door Evert, Joris en Thijs.

Op zondag 30 juni vertrokken we  met de fiets richting Gent-Sint-Pieters. We wilden immers van Berlijn over Praag naar Wenen rijden en het stukje Lokeren-Berlijn zou er net iets te veel aan zijn.

Zoals vertrekken meestal is, was het ook nu een beetje chaotisch. Joris bleek alweer de slordigheid zelve toen hij de sleutel van zijn slot blijkbaar thuis vergeten was. Dat hij niet veel plezier aan dit slot zou beleven, wordt later nog wel duidelijk. Eens dit euvel dankzij een hulpzame papa verholpen was, konden we toch vertrekken langs de mooie wegen die Lochristi, Destelbergen en Gent rijk zijn.

Dankzij de NMBS waren we rijkelijk op tijd op het perron (lees: de trein had vertraging), maar uiteindelijk vertrokken we toch met zijn allen richting Eupen. De eindhalte Eupen bleek wel afgeschaft, maar gelukkig stopte de trein wel in Welckenraedt, een gehucht waar daklozen thuis zijn (ook dit wordt later wel duidelijk).

Intussen was het ca. half vier in de namiddag en vol goeie moed begonnen we van daaruit onze fietstocht richting Aken. We passeerden via het drielandenpunt bovenop de Vaalserberg, zodat ook Nederland even kon genieten van onze aanwezigheid.




Rond 7 uur kwamen we aan in Aken waar we verwacht werden op ons eerste couchsurfing-plekje. Het jaar voordien in Noorwegen hadden we nog tenten meegenomen om ons volledig aan de grillen van moeder natuur te onderwerpen, maar een jaartje ouder waren we toch net iets meer luxebeestjes geworden. De tenten werden thuisgelaten en het comfort van hotels en appartementsvloeren werd opgezocht.

In Aken werden we verwelkomd door Lukas die ons in zijn appartement uitgenodigd had (lees eerder: wij hadden onszelf opgedrongen tot hij niet langer nee kon zeggen). Dit appartement deelde hij met Conrad en een dame waarvan ik de naam vergeten ben. Uitgehongerd na een behoorlijk intensief tochtje, vergastte (twee t's, niet alle Duitsers hebben een snorretje) Lukas ons op een heerlijke pastamaaltijd.

Het bijhorende Duitse bier blonk vooral uit in goedkoopheid, maar het gezelschap maakte veel goed.

We brachten de avond door met geneeskundestudenten uit alle uithoeken van Europa en Canada en eens we hen onder tafel gedronken hadden, was het tijd voor een soort schlagerfestival waarin we verbroederden met onze Duitse vrienden. 



We onthouden dat:  
- het verslag van de Noorwegenreis nog volgt
- Stan geen champignons lust
- de pastasaus vooral uit champignons bestond
- Stan gelukkig kan teren op een zekere vetreserve
- het Canadees accent toch een beetje grappig is
- Isa echt wel een hete bom was
- ze ons helaas ook allemaal blauwtjes liet lopen
- Duitsers ook houden van foute muziek: http://www.youtube.com/watch?v=E-DZ0KtR3RY

dinsdag 3 juli 2012

Dag 1

Daar stonden ze dan, onze vijf helden, temidden de chaos van de aerodroom van Zaventem, gepakt ende gezakt klaar om het hoofd te bieden aan nieuwe gevaren. Nadat ze hun edele tweewielers hadden omspannen met glanzende folie was het slechts wachten op een SAS-slaaf. Tevergeefs echter; onze helden hadden geen andere keus dan na een smachtende blik op hun raspaarden geworpen te hebben, zich terug te trekken in het immense doolhof der luchthaven. 

Gediplomeerde winkeldief Thomas faalde schandelijk ende jammerlijk in een poging tot ontvreemding van een dagblad. Onze helden lieten deze kleine vernedering niet aan hun hart komen en veroverden zonder veel weerstand Gate 44 en niet veel later de voorgeparkeerde ijzeren vogel. Heer Pieters oren waren echter niet opgewassen tegen het helse gebrul der vliegtuigmotoren en stukken hersenkwab sijpelden door zijn buis van Eustachius naar buiten, zijn genialiteit kwam gelukkig nooit in gevaar. 

Bij aankomst in Oslo werden onze helden hardhandig van het vliegtuig verwijderd; de stewardessen konden simpelweg niet omgaan met zulks een vernuft. Ook onder de zwoele blik van onze vijf weledelgeboren makkers was presteren voor hen onmogelijk. Dit bevorderde dan ook hun onkunde wat fietsen betreft en resulteerde in drie gemolesteerde remmen, één gesloopt versnellingsapparaat, één verbrijzelde reflector en een tot stof gereduceerd achterlicht. 

Toch waren ze levend en wel aangekomen met uitzondering van Frederik ‘Kurva’, wiens hart was gebroken na het verlies van zijn dierbare moersleutel maatje 15. Een ingenieur zonder gereedschap is als spaghetti zonder vlees, als een boer zonder riek, comme une tartine sans beurre; waar een ingenieur gaat, gaan zijn moersleutels. Helaas dachten de onderbemande douaniers daar anders over, ze maakten hem het kleinood afhandig en sleepten de arme ziel mee naar de diepste kerkers van Zaventem waar Frederik urenlange martelingen te verduren kreeg. Zijn strijdmakkers werden in het ongewisse gelaten en zaten nietsvermoedend van een heerlijk stukje pizza te genieten in het plaatselijke topetablissement ‘Pizzahut’ geheten. 

Vol bloederige striemen en zonder moersleutel kwam Frederik ons al grienend vervoegen en met enige vertraging zetten we koers naar Gate 44. Na deze korte doch intrigerende flashback keren we terug naar het verhaal, namelijk de aankomst in Oslo-Gardermoen.

Na het ophalen van de bagage zadelden ze hun rossen en maakten hen reisklaar, dit nam meer tijd in beslag dan voorzien omwille van de vele voormelde technische mankementen. Ook moest de geteisterde Frederik tergend lang wachten op de hereniging met moersleutel 15. Dit alles eindelijk achter de rug, was het tijd om uit te rijden en een slaapplaats voor de nacht te zoeken. De kaartlezers van dienst, Thomas en Pieter, waren echter niet meer helder van geest na een lange, afmattende dag en leidden de groep verkeerdelijk richting de snelweg, waarop zoals u weet, waarde lezer, enkel vierwielige stalen rossen welkom zijn. 

Spoedig zagen we dan ook de flitsende zwaailichten van een politiecombi verschijnen en al een even flitsende agente trad sierlijk uit het voertuig. Ze vroeg hen met fluwelen stem: ‘waar denken jullie heen te gaan?’. Pieter ‘Don Juan’ Verlee, de woordvoerder van dienst, stond haar te woord en gebruikte de tactiek van het bange, verdwaalde vogeltje om haar te paaien. Dit miste zijn effect niet en de Noorse droomagente wees hen vriendelijk de weg, al hoopten ze op iets meer blijk van goede wil… 

Met hernieuwde kracht vervolgden ze hun weg met in hun achterhoofd de mooie, Noorse engel. Al snel ontwaardden ze een mooi, groen veld waarop ze neerzegen, een slechte keuze bleek later. De klok had al een half uur geleden middernacht geslagen en de vermoeidheid sloeg toe bij de vijf kompanen. In een rotvaart zetten zij drie oerdegelijke tenten op en wensten elkaar een goede nachtrust. In een mum van tijd werd alles vredig en stil, de vogels hielden hun snaveltjes en zelfs de koning der snurkers (Pjotr) gaf geen kik en hoewel de duisternis nooit toesloeg sloot dag 1 zijn oogjes. 

dinsdag 26 juni 2012

Epistulae de itinere Norvegia

Voorwoord

Bij deze neem ik mijn pen ter hand en vang ik het relaas aan van de queeste der onschuldige Lokerse jongeren, de ware aard der gebeurtenissen zo veel mogelijk respecterend. Dit eigenste moment staan vijf dapperen voor een tocht die hen onvermijdelijk in botsing zal brengen met gevaren, hen onbekend, en die hen naar de meest duistere krochten zal leiden die de onontgonnen wildernis van Noorwegen te bieden heeft. Natuurlijk zijn deze koene mannen alom vermaard en gekend, toch geef ik u hun namen; Stan, zoon van Jan, Thomas, zoon van Evert, Seppe, zoon van Jos, Pieter, zoon van Jean-Pierre en Frederik, zoon van Réné. 

Het toekomstige verloop dezer expeditie wordt voor ons stervelingen bedekt door nevelen van obscuriteit, enkel Huginn en Muninn weten wat komen zal. Moge Odin zijnen goddelijken aura over hen waken en moge de bliksemogige Thor hen op het rechte pad houden met zijnen donderontketenenden hamer. Moge het bevroren land ontwaken en warme haardvuren in gastvrije hutten knetteren. 

O edele beer, o sluwe wolf, wees hen genadig en gun hen de vrije doortocht door uwer gebieden. O Walkuren, gun de deernen-aan-zijnen-degen-rijgende Frederik, zoon van Réné, een voorspoedige jacht. 

O verheven muzen, schenk mij de inspiratie en de kracht om deze historie zo waarheidsgetrouw mogelijk neer te schrijven. Help mij dit verhaal te vertellen van begin tot het eind en laat het beginnen waar het jullie het beste lijkt.