Pagina's

zondag 30 juni 2019

Het vertrek

Na een tijdelijk uitgesteld vertrek aan de kerk van Moerbeke, met dank aan de goede communicatie tussen Stan en Sam, en na een kleine onderbreking dankzij de ruime vriendenkring van Frederik, konden we rond half elf dan toch richting de grens vertrekken. We, dat waren dit jaar Sam, Pieter, Frederik, Stan en ikzelf, die voor de eerste keer mee mocht gaan op deze altijd legendarische en supergoed georganiseerde fietsreis*.



Als newbie kende ik niet alle badmintonners even goed, maar onder invloed van het gemeenschappelijk afzien, werden nieuwe vriendschappen snel gevormd. Goede vorderingen werden gemaakt en het werd eens tijd voor een tussenstop. In een gezellig koerscafeetje in Sint-Laureins likten de grote mannen aan een ijsje terwijl de neofiet genoot van een welverdiende croque monsieur.




Na nog meer tegenwind en Frederik die er alles aan deed om ons af te remmen met zijn hypermoderne fiets belandden we alsnog in Knokke. Nadat we daar van onze laatste bokes genoten hadden, sloegen we proviand in voor de laatste kilometers, of zo leek het toch... Eens aangekomen in Bredene werd het duidelijk dat het meesterbrein achter deze tocht mij aan het voorliegen was en dat het verhoopte einde nog niet in zicht was. Dat was toch moeilijk te slikken. Wat wel makkelijk te slikken was, dat was de heerlijke pizza die we aten.


Daarna was het tijd om Stan achter ons te laten. We kunnen niet allemaal een veel te lange vakantie hebben. Nog met vier overgebleven zijn we naar Oostende gekoerst/gevaren. Na daar Frederik achter ons te moeten laten, konden we het tempo wat opdrijven, of dat was het idee toch. Dankzij een ongunstige wind, een zoals eerder vermeld fantastisch plan en enkele zandbanken werd ons tempo flink naar beneden gehaald. Het was een rit van weinig woorden, waarbij de professionals zelfs hun windvesten bovenhaalden. Na 2 lange uren kwamen we dan toch aan in De Panne. Na een hartelijk onthaal door een connectie van Pieter, wat hapjes, de Duits gedubde versie van Lord of The Rings en een warme douche, vielen we als een blok in slaap op een zachte matras.


Wannes


*reclameboodschap vanwege de beheerders van fietsenisfietsen.

donderdag 25 april 2019

Duo-diagonaal 2019

In tegenstelling tot twee jaar geleden schreven we ons ditmaal vrij last minute in voor onze tweede deelname aan de Duodiagonaal. Pieter vertrok de dag van aankomst namelijk ook op paasreis met zijn school en Sam zwierf rond van interim naar interim met een onzekere agenda als gevolg. Die laatste had daardoor wel kunnen investeren in een fiets, wat dan ook onze grootste gear upgrade betekende. Ook deze editie besloten we een Chinese webwinkel te sponsoren, ditmaal door spaakverlichting aan te schaffen en hiermee meteen voor de onbestaande 'Most Disco Riders'-trofee te strijden. Als navigatie vertrouwden we alweer op Pieter zijn fotografisch geheugen aangevuld met de befaamde papieren aantekeningen. Jammer, er was ook geen 'Most oldschool Riders'-trofee. Fysieke voorbereiding was helaas niet te koop op Aliexpress en zaterdagochtend vertrokken we toch eerder met een bang hartje met de trein richting Virton. Net zoals de vorige jaren startte de rit in het zuidelijkste stadje van België, waarna een diagonaal door het land moest gemaakt worden tot in Oostende. Onderweg lagen er drie verplichte checkpoints (deze editie drie kastelen: La Roche, Binche en Gent), maar de route ertussen was vrij te kiezen.

In de Colruyt van Virton kochten we ons laatste krachtvoer en dronken we nog een koffie op het marktplein van Virton. Geleidelijk aan werden we daarbij vergezeld door allerlei andere deelnemers. Nadat we onze checkpointkaart kregen, raakte Pieter aan de praat met iemand die de rit binnen de 12u wilde afleggen, want ons gezien onze voorlopige besttijd van 25u onmogelijk leek.

Gelukkig zagen we ook een aantal bekende gezichten die vorige keer ons tempo aanhielden. Iets voor 5 leken er toch nog maar een dertigtal teams te zijn, hoewel er 76 ingeschreven waren. Helaas had een latere trein vertraging opgelopen wat zorgde dat een 15tal teams niet konden vertrekken vanaf Virton. Helaas voor hen, weerklonk om 17u onverbiddelijk het startschot. Ons plan: niet pijlsnel vertrekken en vooral minder stoppen (lees: niet in bankkantoren in slaap te vallen) zonder per se sneller te willen rijden. 


De eerste kilometers bevatten meteen heel wat hoogtemeters en al snel hadden we een duo in ons wiel, die niet leken te begrijpen dat we nu met quattro waren. We schudden ze af door een plaspauze te nemen, maar zagen hen later terug toen ze zich bij hun volgbusje aan het omkleden waren. Self-supported is een ruim begrip... Een beetje later waren we getuige van een bijna-dodelijk ongeval toen een vrouw en een kind pardoes van een carnavalswagen afvielen, gelukkig net achter en niet voor de wielen. Pfieuw…

“Bij een stenen brugje en bushok naar rechts” lijkt op het eerste zicht een overduidelijke aanwijzing, al sloegen we erin om af te slaan bij het verkeerde brugje met bushok met een onnodige klim tot gevolg. Sam voelde nattigheid, maar de volhardende boosheid van wannabe-navigator Pieter moest pas zijn ongelijk bewijzen toen we op een punt kwamen waar we al eerder geweest waren. Gelukkig bedroeg deze detour maar een kilometer of drie en zou het direct onze grootste navigatiefout van de hele trip worden. Ondertussen was het al beginnen schemeren en niet veel later volgde een prachtige afdaling in het donker naar La Roche, met ondertussen een 90 kilometer op de teller. In tegenstelling tot de meeste teams namen we geen genoegen met een selfie op het dorpsplein, maar stapten we naar boven tot de ingangspoort van het kasteel. We aten in een frituur die waarschijnlijk nog nooit zoveel klanten had in zo’n kleine tijdspanne en kropen rond 21u30 terug de fiets op. 



Hoe zalig de afdaling naar La Roche, zo tergend was de klim eruit. We zwoegden met een viertal duo's dicht bij elkaar naar boven, maar daarna scheidden onze wegen. Onderweg brachten we een blitzbezoek aan Frankrijk via het kasteel van Givet. De eerste vermoeidheid kwam op en bij gebrek aan een nachtwinkel waren we blij om rond 2u in een drankenautomaat twee Monsters te kunnen kopen met de enige munten die we bijhadden. We deelden een blik en spaarden het andere voor moeilijkere tijden. Het drankje leek even hallucinogene bijwerkingen te hebben toen Pieter even later beweerde dat hij een das langs de weg zag, maar ook Sam zag uiteindelijk de marterachtige lopen. Hoewel ongetwijfeld een prachtige fietsroute overdag is een onverlichte Ravel 's nachts toch iets te donker voor onze fietslampen, waardoor we een 15-tal kilometer tot in Thuin niet echt konden doorrijden. De weg naar het tweede checkpoint was daarna niet ver meer en rond half 4 arriveerden we in Binche. Bijna zes uur en 120km waren we geen enkel ander duo tegengekomen.

Hoewel het weerzien met enkele deelnemers best aangenaam was, vonden we het kasteel wat teleurstellend en tien minuten later kropen we alweer op de fiets. De echte man met de hamer kwam rond 6u, en toen we een bushokje passeerden in Viane besloten we de tweede Monster drinken.
Net toen het eerste ochtendgloren leek te zorgen voor een energieboost, begon een hagelbui van jewelste rond Oosterzele wat ervoor zorgde dat we rond 8uur kletsnat toekwamen in Gent.

We zagen drie andere duo’s en zowaar enkele supporters, de onze waren we vergeten inlichten. Het Gravensteen was ons beiden al langer bekend dus besloten we meteen op zoek te gaan naar ontbijt.
De Albert Heijn opent op zondag jammer genoeg maar om 9u, dus zat er niks anders op dan te ontbijten op het terras van de Pain Quotidien. Vier koffiekoeken, een koffie en een chocomelk bleken ons 22€ te kosten en Sam besloot dat voor zo’n prijs de sanitair wel mocht omgedoopt worden tot omkleed- en klerendroogkamer. Rond 9u vertrokken we gevoed, gedroogd en platzak terug op weg voor de laatste kilometers langs het kanaal Gent-Brugge-Oostende.

De wind zat gelukkig vrij goed, wat dit eerder saaie stuk meer dan draaglijk maakte. Politielinten zorgden er jammer genoeg voor dat we het kanaal een eerste keer noodgedwongen moesten verlaten en we vreesden voor een herhaling van het scenario twee jaar geleden, waarbij we uren deden over Gent-Oostende. Gelukkig vonden we snel het water terug en iets later kregen we een wielertoerist in ons wiel. Hoewel al 350 kilometer in de benen bleken we toch nog de perfecte kopmannen. Dat hij ons toch ook van pas ging komen merkten we een aantal kilometer verder bij werken aan het kanaal. Hij wist ons vlot om te leiden en wenste ons nog veel succes. In de Delhaize van Brugge kochten we nog een Cola en enkele bananen voor de laatste eindspurt, waarop we om 10 voor 1 toekwamen op de dijk van Oostende. We namen snel een selfie en om 13u09 zaten we al op de trein naar huis. Pieter zou perfect op tijd zijn voor het vertrek van de paasreis. 





We leerden deze editie:

- Sam gaf de titel voor “minst professionele fiets van het evenement” door aan Pieter
- nieuwe buitenbanden steken helpt om niet lek te rijden
- Veel deelnemers weten niet wat ‘duo’ of ‘self-supported’ betekent
- De papieren navigatie volstond voor 99% van de rit
- Monster is effectiever dan slapen
- Iets meer training had toch geen kwaad gekund



















pics by:
- Gunther Desmedt (https://www.bikepacking.be/duodiagonaal-2019)
- Hans Versmissen (https://thehansie.wordpress.com/portfolio/duo-diagonaal-4/)


Volledige route: https://fietsenisfietsen.blogspot.com/p/duo-diagonaal-2019.html

zondag 15 juli 2018

Zondag 15 juli


De wekker had z’n eertijdse strengheid hervonden, en voor dag en dauw stoven we ons hostel uit richting het station van Nîmes, doorheen een volstrekt lege stad. De ochtendlijke stationshal werd opgefleurd door een vrouw die een Amélie Poulaindeuntje speelde op de openbare piano. In een hoekje stond een verhalenmachine, die al naargelang je gehaastheid een verhaal afdrukte van één, drie of vijf minuten leestijd.

Onze trein stond niet op het aankondigingsbord, en even bekroop ons het akelige gevoel dat er misschien twee stations waren in Nîmes. Dat bleek niet zo te zijn, maar de alternatieve verklaring bleek weinig rooskleuriger: er werd gestaakt op de spoorlijn, en met een beduimeld, snel neergekrabbeld briefje werd ons betrekkelijk eenvoudige reisschema herschapen tot een festijn aan overstappen.



Van Nîmes ging het eerst naar Avignon, en van daar naar Lyon. Net voor alle winkels hun deuren gingen sluiten wisten we nog enkele panini’s te bemachtigen. Terwijl we ze opaten in een bushokje passeerde de eerste blauwgeschminkte Fransman met boxen die “Allez les bleus” door de straat lieten galmen. De officiële Franse feestdag hadden we gisteren dan wel gehad, met Frankrijk-Kroatië in het verschiet kon vandaag mogelijk de officieuze worden.



In de stationshal hoorden we opnieuw iemand citeren uit het Grote Stationspiano-song book, Yiruma met ‘River flows in you’ deze keer. We kropen op de trein naar Clermont, die ons in twee uur drie kilometer noordelijker zou brengen dan Lyon lag. In Clermont konden we eindelijk op de tgv naar Parijs stappen. Pieter had er zijn mond nauwelijks geopend, of die werd al gesnoerd door een dame met een giftige ssst.

Op de radio hoorden we de Fransen gehakt maken van Kroatië, de conducteur paradeerde daarop met de nodige Franse versieringen door de wagon, om even later op de intercom doodleuk te melden dat we even moesten stoppen wegens een incendie. Dat mocht de pret niet drukken: elke omroep werd voorafgegaan met “Bonjour, c’est votre conducteur favori ici”, en bij het uitstappen schalde Gloria Gaynors ‘I will survive’ door alle rijtuigen.




“On va prendre un bain de fou” zeggen Fransen op het platteland die naar de stad gaan, maar geen uitdrukking ter wereld had ons kunnen voorbereiden op de gekheid die we in Parijs aantroffen. Overal mensen, overal muziek, auto’s met vlaggen, auto’s met passagiers op het dak, en getoeter, altijd en overal getoeter. Een klein meisje gooide zich in het feestgedruis bijna voor onze wielen, maar uiteindelijk overleefde zij en ook wij de tien kilometer zuivere anarchie naar ons hotel. Na een verkwikkende McDonalds-maaltijd zochten we de veilige muren van onze kamer op en dommelden we in, dromend over een weerom prachtige reis.

(Stan)

zaterdag 14 juli 2018

Zaterdag 14 juli


We sleepten onze fietsen het zanderige padje af en overbrugden de laatste kilometers naar Nîmes. Onze kamer in het hostel was nog niet klaar, wel konden we onze bagage al verstoppen in een opberghok achter de receptie. Met enkel de noodzakelijkheden op zak bestegen we onze fietsen om de stad te verkennen en naar het defilé van Nîmes te gaan kijken, waarin alle stedelijke diensten zich van hun beste kant mochten laten zien.

Die kwieke tred, die mooie outfits, die fitte, gebruinde lichamen… Maar genoeg over onszelf, spoedig bereikten we de boulevard waar het hele gebeuren zou plaatsvinden. Er passeerden agenten te auto, agenten te moto en ten slotte agenten te fiets, die afgaand op hun lichaamstaal duidelijk het kortste strootje hadden getrokken in de kazerne. Er passeerden soldaten van allerlei pluimage, deze bovenin de tanks steevast nors toekomstige slagvelden tegemoet starend. En er passeerden brandweerwagens en hulpdiensten, luid toegejuicht door alle omstaanders.

Na een wandeling langs de arena van Nîmes sprokkelden we lekkers bij McDonalds en Carrefour en namen het mee naar Les Jardins de la Fontaine. Daar bevond zich nog een ander Romeins overblijfsel, de tempel van Diana, op wiens muren we eeuwenoude graffiti konden ontwaren. We bezochten nog even de Tour Magne, trots uitkijkend over Nîmes, en kuierden nog wat rond in het park, dat er vrijwel verlaten bijlag door het vuurwerk dat er die avond zou plaatsvinden.




Zolang konden wij echter niet wachten, want België speelde die namiddag voor de tweede keer tegen Engeland. We keerden terug naar het hostel, Sam en Stan maakten nog een tussenstop in een Carrefour die zo immens groot was dat een metrolijn tussen de verschillende rayons ons geenszins verbaasd zou hebben. Na ons mandje volgestouwd te hebben met pastaboxen, brood en natuurlijk chocomoussejes kozen we voor één van de veertig kassa’s. Even afrekenen dachten we, maar dat was buiten de self scan-kassa’s van Carrefour gerekend. Na het laten openvallen van een doos boterkoeken en het vijf keer laten verschijnen van de boodschap “Veuillez attendre le personnel” – waarna er ook telkens daadwerkelijk personeel bij onze kassa opdaagde, een man die vanbuiten immer vriendelijk bleef maar vanbinnen ongetwijfeld zijn ontslagbrief aan het schrijven was – wisten we toch te betalen.

Pieter had onze kamer al ontgrendeld en bij een waar feestmaal keken we achtereenvolgens naar de Rode Duivels, een treinprogramma met de Brit JJ, naar verluidt een zanger maar wiens bestaan hardnekkig ontkend werd door het internet, een fietsprogramma waar we de vrucht daikon leerden kennen en een Amerikaans verbouwingsprogramma, dat door zijn karikaturen van deelnemers, overduidelijk in scène gezette reality en Franse dub groteske proporties van afgrijselijkheid bereikte. Goed gelachen, dat wel.

(Stan)


vrijdag 13 juli 2018

Vrijdag 13 juli


Nants ingonyama bagithi Baba! De rits van de tent begon bij het binnenlaten van de verschroeiende middaghitte spontaan The Lion Kings ‘Circle of life’ te neuriën. Middag, want omdat Nîmes dichter bleek te liggen dan we oorspronkelijk dachten hadden we voor een keer lang kunnen uitslapen. Na in de Afrikaanse hitte ons kamp te hebben opgebroken zochten we verkoeling op de fiets, en zetten we koers naar Aigues-Mortes

Het omwalde stadje, net als Saintes-Maries-de-la-Mer aan de zee gelegen, was volstrekt niet zo doods als z’n naam deed uitschijnen. Op het door straatmuzikanten opgeluisterde middenplein gingen we op een gezellig terras zitten, Sam en Pieter bestelden er mosselen, Stan pizza. Na onze gesmaakte lunch haakten we in op een plaatselijke groene route, die ons naar het dorpje Gallicain moest brengen. Nadat we eerst in de verkeerde richting waren beginnen rijden – het zal de attente lezer niet verbazen wie de schuldige was – raakten we alsnog op het juiste pad. Het betrof een dijk, vlak dus, en op de andere oever zagen we afwisselend koereigers en ibissen het luchtruim kiezen.

Tot daar de idylle: tien kilometer voor Gallicain hield het asfalt het voor bekeken en bleef er niets dan grind over. We besloten naar Vauvert te rijden, daarbij onze gehele opgebouwde voorraad zen verspelend op een heuvelachtige baan, kokend van de hitte en het verkeer. De plaatselijke Carrefour bood gelukkig verpozing in de vorm van een bankje en frisdrank.

Het was intussen tijd om een slaapplaats te zoeken op de kaart. Beauvoisin had een veelbelovende naam, en we toetsten hem in in de gps. Geconcentreerd het schermpje volgend reed Stan bijna een Vauvertenaar van de sokken, maar spoedig bevonden we ons op onbevolkte wegen. In de berm zagen we een vogel van een tak duiken, felblauw, die de naam scharrelaar draagt. Dat wisten wij ook niet hoor.



Beauvoisin leek aanvankelijk te rijk om te wildkamperen, maar gelukkig ook zo rijk dat we enkele zijstraatjes verder terechtkwamen op een ruiterpad, dat het bos inleidde en waarnaast net genoeg ruimte lag voor twee tenten. Het plekje kwam juist op tijd, want Pieters rekje was weerom bezweken, en deze keer was de vijs die het geheel samenhield in rook opgegaan. Spanbandjes konden zoals steeds gelukkig soelaas bieden.

We kregen het nog even benauwd toen een groepje ruiters voorbijdraafde, maar buiten enkele "grapjes" over Frankrijk-België lieten ze ons met rust. In de verte knalde het eerste vuurwerk, een uil in het bos was duidelijk niet op de hoogte gebracht van quatorze juillet, en tegen een dialoog van geplof en ge-oehoe gingen we onze laatste nacht in het wild tegemoet.

(Stan)




donderdag 12 juli 2018

Donderdag 12 juli


In de ochtendvroegte troffen we het dorpje Maillane, dat ten opzichte van heel Zuid-Frankrijk kon doorgaan voor een pars pro toto. De huizen waren er gebronzeerd, de platanen gebleekt en de takken van de andere bomen leken kruiperig op zoek naar schaduw. Maillane bleek een voorbode op Arles, dat nog weeldiger in het oker en de platanen baadde. Na enkele boterkoeken lieten we Van Goghs voormalige verblijfplaats achter ons en trokken we de uitgestrekte Camargue in.

Onze triatlonsturen knuffelend schreden we over de wegen van het natuurgebied, in kilometerslange kaarsrechte stroken ingepland door luie Franse wegenarchitecten. We vielen er genadeloos ten prooi aan tegenwind en deprimerende grijze hemels. In de boomloze velden naast ons verschenen voor het eerst koereigers, de witte vogels die je doorgaans op de rug van nijlpaarden ziet in Canvasdocumentaires.

Als een fata morgana verrees net op tijd uit het riet een kajakbedrijfje, waar we van de uitbater onze lunch mochten verorberen. We bevoorraadden ons in de frigo ook met cola en water, want het wolkendek was intussen schoongeveegd en de zon brandde weer als vanouds. Na enkele vruchteloze pogingen om het ontieglijk lange wifi-wachtwoord van de zaak juist in te typen gingen we weer de weg op. In het struikgewas ontwaarden we de eerste hagelwitte paarden. Niet veel later troffen we ook het tweede Camarguedier bij uitstek, de flamingo, eerst een afgedwaalde einzelgänger, daarna een hele kolonie.




We reden Saintes-Maries-de-la-Mer binnen en begaven ons naar de enige, overigens gigantische camping van het kuststadje. Het quasi-monopolie van de eigenaars leverde een vrij onevenwichtige prijs-kwaliteitverhouding op, en niet veel later verrezen onze tenten op plaats 412 (!) van de dorre, bomen- en dus schaduwloze savanne die Camping La Brise heette. Bovendien bleek het er tsjokvol muggen te zitten, die zich één na één gulzig op Pieters rug stortten.




We namen de vlucht naar het strand, waar we onze 1400 kilometer lange tocht besloten door ons na een heroïsche slow motion-loop door het warme zand in de Middellandse Zee te storten. Haha nee, het water was ijskoud en maakte bijgevolg een halfuur lange sessie pootje baden, ledematen besprenkelen en “Nu echt!” roepen noodzakelijk.




Terug bij de tent en de bagage bleek het restje Gouda in de middaghitte een kaasvocht afgescheiden te hebben dat zachtjesaan in Stans slaapzak was gesijpeld. We verorberden de laatste gesmolten sneetjes om groter euvel te voorkomen en reden naar het centrum van Saintes-Maries-de-la-Mer, waar de andere toeristen genoten van de avondwarmte en iets verhevener maaltijden dan de onze. In de gezellige steegjes keken gekko’s achteloos ondersteboven aan de muur klevend naar de voorbijkuierende stroom. We namen plaats op een terrasje, bestelden een Jupiler en kregen die om een mysterieuze reden geserveerd in een Stellaglas, op een bierviltje waarvan een hoek was afgeknipt. De muggen bleven ons echter onvermoeibaar bestoken, en tegen middernacht capituleerden we naar onze tenten.

(Stan)

woensdag 11 juli 2018

Woensdag 11 juli


Pieter: Net als gisteren, kwamen er barsten in ons onvoorwaardelijk Fellowship. Niet alle vrienden wilden immers Mount Doom Mount Ventoux bestijgen om daar een ring de Wanzelenaar achter te laten. We lieten Smeagol Stan achter aan de voet van de berg, waarna Frodo Pieter en Sam Sam voorzien van de nodige lembas muesli de beklimming aanvatten. Onafscheidelijk waren we, toch gedurende de ongeveer 5 minuten die ons van de camping tot aan de voet van de echte beklimming brachten. Daarna was het ieder voor zich. Dankzij Sam hadden we ervoor geopteerd vrij vroeg te vertrekken, wat ervoor zorgde dat we de drukte voor waren. Al na enkele 100'en meters werd ik ingehaald door een coureur. Aanklampen lukte niet, en ik kreeg al schrik dat ik het kneusje van de dag zou zijn. Twee bochten verder zag ik in de schaduw van het bos echter nog een aantal renners voor mij. Hen bijblijven lukte wel en traag maar gestaag haalde ik er zelfs een aantal bij. Mijn zelfvertrouwen steeg en ik vond een kadans die me toeliet mijn kleinste versnelling te sparen voor de steilere stukken waarvan ik onterecht vermoedde dat ze achter elke bocht zouden verschijnen. 

Voor mij zwalpte een jonge landgenoot van links naar rechts, en hij was mijn volgende mikpunt. Waar hij de buitenbochten nam, koos ik de binnenbochten en na enkele kilometers zat ik in zijn wiel. Bij de volgende bocht hoopte ik ook een koekje los te peuteren van zijn bevoorradende vader, maar helaas... Ik moest het doen met het vieze gelletje dat Sam me gegeven had. Wilde sneaky little Sam de ring de Wanzelenaar van mij afnemen? 

Ik verdreef dit waanidee uit mijn hoofd en bleef ronddraaien met de Belgische jongeman. Chalet Reynard werd vrij vlot bereikt en ik identificeerde het desolate maanlandschap dat erachter lag als "bijna de top". Dit bleek een ietsiepietsie onderschatting en het was nog wel enkele kilometers fietsen. Boven de boomgrens had de wind bovendien vrij spel en ook de bliksem teisterde mijn tocht. Totaal apocalyptisch was het, tot ik door had dat de bliksem niet meer dan flitsende paparazzi waren die per se de stervende zwaan in mij wilden vereeuwigen. Ik liet hen en mijn aanstellerig gedrag achter en beet op mijn tanden. Mijn Belgisch gezelschap had ineens energie te over en liet mij fluks achter om dan 50 m verder terug te vertragen tot mijn tempo. Hem bijhalen lukte niet meer, maar minder dan 2 uur na de start (1u53 om precies te zijn), kwam ik met een zalig gevoel boven op de top, die iets toeristischer was dan in de boeken van Tolkien. Standjes met lokale delicatessen probeerden me te verleiden, maar ik was hier met een missie. Ik moest en zou de ring de Wanzelenaar hier achterlaten... (https://www.instagram.com/explore/tags/w617/) Eens dit achter de rug was, zag ik ook Samwisemael opduiken. De vriendschapsband werd hersteld en na enkele foto's besloten we de bergtopkou achter ons te laten. In een sneltempo daalden we af richting camping, want uiteindelijk misten we die rare Smeagol Stan toch al een beetje.

Sam: 10% gemiddeld. Dat is wat Pieter mij heel de reis wijsmaakte over het stijgingspercentage van de Mont Ventoux. Wat opzoekingswerk de dag voor De Grote Klim leerde mij dat de waarheid dichter bij 7.5% bedraagt met een steilste kilometer van ongeveer 11%. Zelfvertrouwen: 8/10

De teleurstellende kwartfinale van de Rode Duivels (fuck you Mbappé) en de grote berg frietjes nog maar amper verteerd werden de laatste voorbereidingen getroffen, al kon de sinds de eerste dag kapotte pikkel niet verwijderd worden met de meegebrachte tools. Over mijn 2 kleinste versnellingen kon ik ook niet meer beschikken. Materiaal: 5/10

Pieter en ik stonden op om 7u (ik wou de grote massa en hitte absoluut voor zijn). Hoewel we al 2 dagen niet naast de top konden kijken, was er twijfel over waar de voet van de berg zich nu eigenlijk bevindt. Deze werd uiteindelijk bepaald op basis van een Stravasegment en uit schrik om mezelf op te blazen van de start liet ik berggeit Pieter daar al achter, rond kwart na 8. Groepsgevoel: 4/10

De eerste kilometers zijn best ontspannend, ik ga traag maar gestaag en de temperatuur in de schaduw van het bos is draaglijk. Er zijn nog niet veel wielrenners op de berg en ik erger mij vooral aan lege verpakkingen ‘gellekes en reepkes’ langs de weg. Ik zet mij in het wiel van een vrouw die elektrisch de berg oprijdt met haar man enkele meters ervoor, ik heb het gevoel dat ik dit lang kan volhouden. Conditie: 8/10

Voor ik het weet bereiken we het restaurant aan ‘Chalet Reynard’ waar ik het koppel achterlaat, ik heb bijna 16km in de benen en voel mij best nog fris en besluit de laatste 5km alles te geven. In het maanlandschap houdt de wind echter lelijk huis, na elke haarspeldbocht is het afwisselend een duwtje in de rug of een stoot tegen de borst. Ondertussen proberen ook enkele fotografen veel te dure foto’s te nemen, enkele keren kan ik er nog een lach uitpersen. Fotomodel: 6/10

De laatste 2 kilometer passeer ik het monument voor de betreurde Simpson en haal ik toch meer mensen in dan vice versa, een belg die mij ziet zwoegen op mijn allesbehalve koersfiets neemt de woorden ‘chapeau eh man’ in de mond. Op het einde rij ik nog de parking op in plaats van het officiële einde, maar na het inzien van mijn fout kunnen we onze tijden vergelijken (1u53 vs 2u18).
We nemen nog een Instagramfoto voor een jonge belg en bekijken een Wanzelenaar op zijn nieuwe positie. Toerist: 7/10

Na de obligatoire foto’s op de top volgt de afdaling en zie ik al heel wat meer mensen de berg proberen te bedwingen, waaronder zelfs een tandem. Een halfuur afdalen zonder te moeten trappen is een leuk gevoel, maar de koude wind zorgt voor klapperende tanden. Snelheid: 65/10

Een fietsreis is maar een halve als Pieter en ik er niet ergens een uitdaging insteken, en met onze simpele velootjes de Ventoux op telde zeker als één. Hoewel niet het eindpunt van de reis, was dit het letterlijke toppunt en misschien ook wel figuurlijke toppunt. Prachtervaring: 10/10



Stan: Omdat ik niet sterk genoeg ben om mij aan de beklimming van de Ventoux te wagen, was ik veroordeeld tot een ochtend alleen doorbrengen op de camping. Daar valt niet bijster veel over te vertellen, maar omdat wij de lezer de waarheid, de volledige waarheid en niets dan de waarheid over onze fietsreis willen vertellen, hier toch een verslag.

7u00 Gewekt door het ontwaken van mijn vrienden. “Gelukzak”, zeiden ze, “Jij kan morgen uitslapen” zeiden ze.

8u03 Na een uur de ochtend ontkennen toch maar de tent openritsen en ontbijten op de picknickbank

8u25 Het gasvuur opendraaien om koffie te maken, wat in de ochtendstilte op het randje van illegaal veel geluid gemaakt. Zachter draaien en een halfuur wachten op waterbelletjes dan maar.

8u40 De eerste begroeting van de dag. Een buurman, belachelijk gebruind en met wit haar, daalt af uit zijn caravan in een roodzwarte Speedo. We houden het bij een gewoon knikje, wegens de vrij aanzienlijke afstand tussen ons en mijn gevoel van betrapping. Ik weet niet of hij dat gevoel deelt.

8u43 De filter vult de tas slechts voor de helft met koffie. Meer kokend water laten doorlopen blijkt geen goed idee: de koffie in de filter is opgebruikt, waardoor het drankje de helderheid krijgt van de gemiddelde bergbeek. De enige reden waarom ik de koffie probeer op te drinken is vanaf nu het romantische idee om zelf koffie te zetten en de ondraaglijke futiliteit van het duizend kilometer voor niets meezeulen van twee koffiefilters.

8u47 De kaart openvouwen om te ontdekken hoe we weer op de route zullen raken na Bédoin. Het is een Michelinkaart uit de jaren 80, maar goed, die Provençaalse dorpjes lopen niet ver. Opluchting: de weg naar Avignon is slechts 42,4 kilometer lang, met 319 meter dalen en 22 meter stijgen.

8u51 Ook de Speedo-buurman is kaartlezer geworden. Ik heb weliswaar een voorsprong genomen in professionaliteit door met een potlood bedachtzaam aantekeningen te maken en door ondertussen traag koffie te nippen. Mogelijk heb ik zelfs enkele kringvlekken aangebracht op de Michelinkaart.

8u53 De rest van de tas tegen een boom uitgieten wanneer niemand kijkt

9u02 Wandelen naar de Carrefour Contact in het dorpje om Kinder Chocoladerepen te kopen. Verpakt in een superonhandige halve cilinder karton, die onvermijdelijk voor inefficiënte lege ruimte zal zorgen in de balken die onze fietszakken zijn. Zowel de kassierster als ik doen alsof alles normaal is.

9u27 Terug op Camping La Garenne**nn. Mijn zorgen bleken voorbarig: de Kinder Chocoladerepen zijn intussen gesmolten en nemen helemaal géén plaats meer in. Minstens één buur denkt nu dat ik niet enkel alleen ben, maar ook een alleenstaande vader die ergens in de tent een kind verbergt.

9u38 Lezen op de kampplaats, liggend op mijn schoenen en mijn 99 cent Action-opblaaskussen. De zon weet zich telkens weer een weg door het dorre loof van de eiken te banen, waardoor ik voortdurend een nieuwe locatie moet kiezen. Vanop een afstand zijn de subtiele verschillen in het bladerdek niet te zien, laat staan te voelen, dus ben ik voor de rest van de camping vanaf nu de neurotische jongeman die zich zonder duidelijke reden in intervallen van vier minuten verplaatst.

10u21 Een koffie (een echte dit keer) gaan drinken in de Camping La Garenne**nn-bar. “Est-ce que je pourrais avoir un café, s’il-vous plaît?” vraag ik volgens mijn hoofd, een onverstaanbare ochtendgrom verlaat mijn mond.

10u27 Koffie drinken en lezen op het voor de rest volledig verlaten terras, met zicht op het hemelsblauwe zwembad beneden. Vanop de tegenoverliggende heuvelrug kijkt Crillon-le-Brave veroordelend naar de toeristische schandplek die Camping La Garenne**nn en ikzelf zijn. Ik hou mijn boek wat hoger.

11u33 Mijn vrienden laten weten aangekomen te zijn op de camping. Einde verslag.

Hoewel beiden er betrekkelijk fris uitzagen, liet Pieter verstaan nooit meer naar de winkel te kunnen gaan. Opnieuw naar de Carrefour Contact dan maar, en na een verkwikkende raviolimaaltijd en het rijkelijk voorzien van sanitaire blok C van wc-rollen (cf. supra) dokkerden we de campingoprit af, Carpentras en Avignon tegemoet.

In de pausenstad heerste een bedrijvigheid van jewelste. Niet op de brug, waar niet gedanst werd, maar in het stadscentrum, dat zoals elke julimaand sinds 1947 werd ingepalmd door het Festival d’Avignon. Met onze fietsen aan de hand baanden we ons een weg door een heerlijke anarchie van krioelende mensen, weirde straatvoorstellingen en duizenden om aandacht schreeuwende affiches.

Op een rustiger pleintje bestelden we ijsjes, die deels in onze maag, deels op Stan zijn kleren terechtkwamen. De hilariteit die daar vanzelfsprekend mee gepaard ging zorgde ervoor dat we onze fietsen even verder niet hoorden omvallen. De schade bleek zich te beperken tot twee geblutste bananen, en we lieten Avignon achter ons.



Even verder zegen we neer in een vervallen boomgaard, veilig van de weg en een aanpalend huis gescheiden door een statige rij Italiaanse cipressen. Het gras stond er kniehoog, en terwijl we de broden en chocomoussejes naar binnen speelden die we net daarvoor gekocht hadden kregen we het gezelschap van enkele bidsprinkhanen en wespspinnen. Het was uiteraard alleen door de vallende avond dat we daarna snel onze tenten opzochten, dat begrijpt u.