Pagina's

zaterdag 12 augustus 2023

17 juli: de hemel volgens Sveti Jakob

Logatec - Skofja Loka ● 67,20 km ● 936 m

Verona was nog aan het nazweten van de vorige dag toen wij door haar straten bolden. Er was kat noch carabinieri te zien, en dus konden we de gps volgen zonder storende factoren als de wegcode. Iets na vijven hijsten we onszelf en de fietsen op de trein naar Mestre. Van onder zware oogleden zagen we de zon opkomen. 

Mestre werd langzaam Trieste. Bij het passeren van de baai van de stad verslikten we ons plots in onze muesli. OK, dat is geen ideale uitdrukking, want dat deden we sowieso al omdat we melk waren vergeten kopen. Wat ik gewoon wil zeggen is dat we erg verrast werden door iets: een magistraal superjacht. Haastig recherchewerk op Vesselfinder leerde ons dat het om Sailing Yacht A ging, een varend ruimteschip gebouwd voor de Russische miljardair Andrey Melnichenko. Het acht dekken tellende gevaarte beschikt over een zwembad, een landingsplaats voor helikopters en een glazen koepel om vissen te observeren. Maar zijn leukste accessoire kreeg het schip vorig jaar van de Italiaanse kustwacht: een grote zware ketting.

In Trieste sloegen we een paar automaatespresso's achterover - mysterieus voorzien van kruiwagens suiker - en namen plaats in onze allerlaatste trein. Hoewel: op het tv-scherm van de wagon leerden we dat het laatste traject van Logatec naar Ljubljana een vervangbus was geworden. Maakte niet uit, zei de conducteur, de bus naar Ljubljana nam gewoon fietsen mee.

De bus naar Ljubljana nam geen fietsen mee. Besloten werd om geen vier uur te wachten op de volgende trein en gewoon te beginnen trappen. Maar eerst vroegen we een Belgische Marc Van Ranst-dubbelganger om een groepsfoto te nemen. Stel - stél - dat we iemand zouden kwijtraken komende dagen, dan konden we die tenminste aanwijzen op een foto wanneer we de dorpen afgingen. Daarna schoven we onze benen onder tafel bij een pizzeria, en dat is ook in dit verslag een goed moment om even pauze te nemen.    

Want, beste lezer, we moeten het hebben over de pizza margherita. Mijn vrienden hebben de hardnekkige gewoonte om steeds ingewikkelde pizza's te bestellen op restaurant. Ik daarentegen hou van kaas en ik hou van tomaat, dus kies altijd pizza margherita. Geen franjes, geen overdaad, to the point. Stelt nooit teleur. Als u echter bent zoals ik, dan wordt u al heel uw leven getrakteerd op dezelfde mopjes. "Oei Stan, ze zijn jouw toppings vergeten". "Waarom heb jij enkel deeg besteld?". Bij de veertiende keer worden ze écht goed. 

Maar daar in Logatec volgde de afrekening voor die jarenlange vernedering. Frederik had weer eens een willekeurige complexe pizza gekozen, en kreeg een exemplaar voorgeschoteld met zwart vlees. Het was kalfslever. Snel begonnen de stukjes te stinken naar de dood. Frederik probeerde ze nog te verzamelen op een berg, maar de leversappen waren al dermate de pizzabodem ingedrongen dat saneren geen zin meer had. Terwijl wij smulden daalden alle vliegen van Logatec neer op zijn bord. Nee, beste lezer, leve de soberheid, leve de betrouwbaarheid: de pizza margherita staat bovenaan de kaart omdat ze dat verdient.


Dat Ljubljana zich een hoofdstad noemde was vooral heel erg schattig. Om maar te zeggen: tien minuten fietsen van het centrum kwamen we onze eerste ree tegen. Maar dat was bij het uitrijden, het binnenkomen ging langs ronduit verschroeiende kilometers lintbebouwing. 35 graden, waarschuwde de fiets-gps. In het Tivolipark nestelden we ons rond een waterkraantje en maakten ijsvesten van onze fietstruitjes.

Na een teleurstellend ijsje in het centrum keerden we terug naar ons kraantje om het warmste van de dag uit te zitten. Tim deed een kort familiebezoek, Jan mediteerde op een bank, Sam en ik probeerden te dutten. Althans, tot een groep Nederlandse kinderen een speeltuig begon te slopen. Luid. Niet gewoon de default setting van Nederlanders op reis: écht luid. Maar de kinderen hadden gelijk, het was tijd om te vertrekken. We gravelden het park uit en begonnen aan de lange, nog steeds bloedhete klim naar de Sveti Jakob-kerk.     


Een klim inderdaad, want wat u moet weten over de Slovenen, beste lezer, is dat ze de gewoonte hebben om kerken uiterst onpraktisch neer te zetten op afgelegen bergen. Zodoende leek het voor hartspieren ouder dan dertig onmogelijk om een mis bij te wonen, en het mocht een wonder heten dat er nog één gelovige rondliep in dit land. Sveti Jakob was het voorbeeld bij uitstek. De kerk stond op zo'n absurd steile, onbereikbare heuvel dat wij er zeker van waren dat de kerk eerst was gebouwd, en dan de heuvel. 

Maar één keer boven snapten we waarom. Want buiten de kerk was een voorbeschouwing te zien van wat er binnen gepreekt werd. Het paradijs. Het was er groen, het was er stil, het was er weids, en al die dingen kwamen binnen zoals dingen enkel binnenkomen na zes uur slaap in twee nachten. Het was de hemel volgens Sveti Jakob.

We daalden af langs een steile singletrack. Te vermijden na regenweer, hadden we online gelezen, maar al snel bleek dat het pad tout court te vermijden was. Sam gleed uit, Jan ontsnapte ter nauwernood aan een koprol door van zijn fiets te springen. Eens terug op een pad die naam waardig stormden we naar Skofja Loka en vonden op het nippertje een open supermarkt. Enfin, wij beslisten dat hij nog open was, de boze gerante was daar minder zeker van. 

 

Op het kerkhof van de stad spoelden we het zweet en zand van onze lijven. Daarna begon de zoektocht naar een geschikt veld. De eerste Sloveen had door de parlofoon genoeg aan Frederiks bariton om het zaakje niet te vertrouwen. Bij de tweede bel hadden we meer geluk. De man wees ons zelfs zijn schuur, maar wij zeiden dat we tenten bij hadden. "Where?" vroeg de man vol ongeloof, onze miezerige fietszakken schouwend. Hij wees ons een plek achter zijn maïs, en het was daar dat we niet veel later wegzonken in het gras. In het veld naast ons blaasden paarden. 

(Stan)

16 juli: de Mannheim Step

Op 29 mei 1953 bevond de Nieuw-Zeelandse alpinist Edmund Hillary zich 8790 meter hoog op de Mount Everest. Voor zich uit torende een 12 meter hoge, kaarsrechte rotswand, het laatste obstakel voor de top. Het kostte ettelijke uren, maar Hillary wist de rots te bedwingen. Even later stond hij als eerste mens ooit op het dak van de wereld. De berg, die had al een naam, maar die laatste hindernis voor de top, die nog niet. De Hillary Step was geboren.

Op 16 juli 2023 waagden wij ons aan een zo mogelijk nog uitdagender expeditie dan die van Hillary: in één dag van Gent naar Verona sporen. De reis zou ons door Duitsland en Oostenrijk leiden langs zes overstappen. Veruit de belangrijkste was die om 12u30 in Mannheim, het station waar we de cruciale trein naar München moesten halen. Het was een overstap van amper zeven minuten, de gevaarlijkste schakel in het schema, de laatste hindernis voor Verona. Het was de Mannheim Step.

Maar voor het 12u30 werd, werd het eerst 4u, het moment waarop mijn iPhone-alarm mij uit bed jaagde. Jan had er nog een kortere nacht opzitten en was enkele uren eerder gecrasht op de zetel na een trouwfeest. We probeerden onze slaperige magen wat muesli te voederen en stapten de straat in. Wat verderop wachtte Laura, die Sam, Jan en ik naar Gent-Sint-Pieters wilde brengen. We legden een grote medaille voor Moed en Zelfopoffering in haar koffer, deden hetzelfde met onze fietszakken en reden de uitdovende Gentse Feesten-nacht in. Aan het station maakte Tim vanuit de andere kant van de stad ons reisgezelschap compleet.

Nu moet u weten, beste lezer, dat ik al heel wat uren heb gesleten op perron 10 van Gent-Sint-Pieters, en mocht perron 2 niet meelezen, ik zou durven zeggen dat het mijn favoriete perron is. Maar nooit toen ik daar was heb ik mij de kwiekste, meest uitgeslapen, meest carpe diem-persoon van het perron gevoeld. Dat dat veranderde die zestiende juli kwam dus als een verrassing, en dat dat veranderde om 5u 's ochtends was al helemaal niet te verzinnen.

En toch was het zo. Want wat wij aantroffen op perron 10 was een slagveld. Er was geen ander woord voor. Overal leunden, lagen, kropen mensen. "Kzijn echt nie goe", kreunde de één. "Dees doe ik nooit meer", murmelde de ander. Er waren enkelingen die er nog zin in hadden ("Waar zijn mijn lange blaadjes?") maar zij vormden duidelijk de uitzondering.     

De trein van 5u24 was dan ook één lange stiltewagon. Het is te zeggen, dat was hij geweest zonder de twee Leuvenaars die heel de rit enthousiast hun toxicologische experimenten bespraken. Dat was best interessant om in halfslaap naar te luisteren, maar toen de twee niet gehinderd door medepassagiers hun bedgeheimen begonnen te delen was het toch tijd om oortjes boven te halen.


We ruilden de trein naar Welkenraedt voor die naar Aken. Tim bestond het om bij de eerste wissel van de dag zijn lunch te vergeten. In Aken was de trein geschrapt en wachtte een vervangbus. Geen paniek: dat wisten we op voorhand, en we konden zelfs een vroegere bus nemen dan gepland. Cool als we zijn liepen we richting achterbank, maar keerden op onze passen terug toen we zagen dat een reiziger zo verstrooid was geweest er zijn maaginhoud te vergeten.         

Aken werd Düren, Düren werd Keulen, opnieuw met een trein vroeger. Een uur voor op schema. Het ging zo vlot, het ging zo makkelijk, en uitgelaten proostten we espresso's op Verona. Maar zoals dat gaat in dit leven waren we natuurlijk te dicht bij de zon gevlogen. Op de volgende trein klonk het woord door de speakers, eerst stil, dan steeds luider: Verspätung.


Sam en ik haalden reis-apps en rekenmachines boven, zochten alle routes af van grote IC-lijnen tot regionale olifantenpaadjes. Het resultaat was hetzelfde: de Mannheim Step was gemist, Verona verloren. Het hoogst haalbare was Trento om middernacht. Daar konden we mee leven, want het was dicht genoeg bij Frederik om een reddingsoperatie op touw te zetten.

En dus besloten we het beste te maken van onze onthoofde treinreis. In München bestelde Jan een glas homemade limonade en kreeg een vaas. In Innsbruck vierden we het prachtige Oostenrijk met Almdudler, McDonalds en ijsjes. De Alpentrein die er vertrok bestond uit Harry Potter-coupé's, waarvan we er één helemaal voor onszelf hadden. De zon ging onder boven de bergen en we dommelden in.

Omstreeks 23u knipte een conducteur het licht aan met een vrolijke Guten Abend. Niet om smekkies-in-alle-smaken te verkopen, maar om onze tickets te controleren. Slaapdronken toonde ik onze QR-code. "This is only for three people", concludeerde de man. Beduusd keken we hem aan. Dit ook nog. Na vijf seconden beladen stilte zette de conducteur een kamerbrede glimlach op en sloeg op zijn dij. "No, I'm only messing with you". Hij ging verder naar de volgende coupé.


In Trento wachtte Copco Redentor aan het station. Op de terugweg briefte Frederik ons over de hotelsituatie. De fietsen stonden al in onze kamer, die had hij 's middags als een moderne Hercules drie verdiepingen naar boven gesleept. Daarna werd de update grimmiger. Frederik trok zijn spreekwoordelijke ingenieurshelm en -fluovestje aan en rapporteerde fronsend dat het debiet van de waterleiding eerder aan de lage kant was. Wij begrepen dat we het deksel van de wc-pot niet moesten opendoen. 

In het hotel herenigden we ver na enen onze fietsen met onze fietszakken en kropen onder de dekens. Het goede nieuws was dat we een halfuurtje langer konden slapen dan vorige nacht. Het slechte nieuws kan u zelf berekenen.             

(Stan)


zaterdag 5 augustus 2023

Slovenië/Italië 2023: Proloog

Dag beste lezer en welkom bij het verslag van onze fietsreis. Ik geloof dat het de twaalfde is, maar heel zeker ben ik daar niet meer van, en wie kan het uiteindelijk iets schelen. Een andere, treurige statistiek is wel van belang: het was de allereerste fietsreis zonder Pieter, die na tien jaar zin had in Iets Anders. Dat Iets Anders vulde hij in met koersbanden, donzige hotelkussens en ontbijtbuffet met cava, een Club Med-arrangement dat helaas ook Wannes wist te verleiden.

In plaats van wezenloos te wachten op de terugkeer van de frontman, besloot de ritmesectie van onze band opnieuw op een spetterende Europese tournée te vertrekken. Mét de vertrouwde ingrediënten: wakke slaapzakken, lekkende Decathlon-matjes en naaktslakken op de binnentent. Kortom, rock-'n-roll. Niettemin bleef de vraag smeulen: wat moest er van ons worden zonder onze leider, onze herder, onze brug met de lokale bevolking? En vooral: wie zou ons nu verkeerd doen rijden omdat hij het beter dacht te weten dan de gps?

Voor we die vraag beantwoorden, moet ik eerst toelichten wie 'ons' was. Wij, dat waren Frederik alias Copco, Jan, Sam, Tim en Stan. Ja, dat was eigenlijk wat ik wilde vertellen. Nu zit ik hier met die nieuwe paragraaf. Misschien moet ik u dan ook maar alvast vertellen dat Jan plande om na vijf fietsdagen naar huis te keren, zodat dat later niet als een verrassing komt.   


We zouden dit jaar vertrekken in Ljubljana, de hoofdstad van Slovenië. Dat was ongeveer het verste punt in Europa dat comfortabel met de trein te bereiken was. Het is te zeggen, het was er eigenlijk al voorbij. Deutsche Bahn had ons in ettelijke telefoontjes duidelijk gemaakt dat mensen op de maan zetten nog wel kon, maar dat fietsen zo ver transporteren per spoor toch wel een beetje de grenzen van de wetenschap opzoeken was. Frederik kwam met de oplossing. Hij zou bij zijn bezoek aan Wouter al onze fietsen meenemen naar Zwitserland, en zich daarna een week in stilte bezighouden onder de Alpen in afwachting van onze komst. In Verona zouden we elkaar treffen, en dan samen per trein verder reizen naar Ljubljana. Om van daar terug te fietsen naar Verona. Volgt u nog?   

Tussen Ljubljana en Verona zouden we eerst de Slovenia West Loop volgen, een route die over enkele stevige bergtoppen richting het Triglavgebergte loopt. Daar kregen we opnieuw De Berg geserveerd, een villain die we in 2021 dachten verslagen te hebben in Duitsland, maar die nu zijn heropwachting maakte. Hoger, langer, brutaler: De Berg had twee jaar aan de superfoods gezeten en was uit op wraak. De Vrsic heette hij, een bergpas zo vreselijk dat enkel medeklinkers er konden overleven.

Daarna zouden we afdalen naar de veilige vallei van de Soca. Vandaag stroomt door de bergrivier het blauwste blauw, maar tijdens de Eerste Wereldoorlog kleurden haar oevers rood. Liefst twaalf veldslagen vochten de Italianen er uit met de troepen van Oostenrijk-Hongarije. Een half miljoen soldaten zou er nooit meer weggaan. Het front werd vereeuwigd in A Farewell to Arms van Ernest Hemingway, een absolute klassieker uit de literatuurgeschiedenis die werkelijk nergens naartoe gaat en die ik u ten zeerste afraad. De Soca zou ons afzetten in Italië. Daar hadden we een route samengesteld uit de AIDA, de Veneto Gravel, de I2, de I5 en de Eurovelo 7. Het resultaat was een mozaïek die, zo hoopten we, zijn gelijke niet gekend zou hebben in het Oude Rome.   


Met Slovenië hadden we ook voor het eerst in tien jaar het Slavische taalgebied bereikt. Omdat "Lahko napolnite naše steklenice za pijačo" als vertaling van "Zou u onze drinkbussen kunnen vullen" niet bijster intuïtief bij ons opkwam, had ik voor elk reislid een handig spiekbriefje gemaakt. Over ons verstaanbaar maken in Italië hadden we minder zorgen. Gemakshalve hadden we besloten dat Italiaans in essentie Frans was met meer handgebaren, en tenslotte was het noorden van het land verstedelijkt en geïndustrialiseerd, twee woorden die doorgaans rijmen op Engelssprekend. Maar, beste lezer, dat hadden we verkeerd. Oh, wat hadden we dat verkeerd. Gelukkig bleek Spanje dicht genoeg bij Italië te liggen opdat de locals ons Italiaans-met-een-sombrero-op begrepen.

Maar genoeg voorbeschouwd. Tijd om koers te zetten naar de landen van brutale bergtoppen, wonderlijke wijn en pizza's met een grote P. ¡Vamos!   

(Stan)

dinsdag 4 juli 2023

Zwitserland (deel 2)

Dag 4: Mainz - Rastatt (185 km)

Na de onbestaande rustdag gisteren was het vandaag tijd voor de langste etappe. Het fietspad langs de Rijn bevond zich helemaal niet langs de Rijn. Het bleek zich immers een paar overstromingsgebieden meer inlands te bevinden. Niet geklaagd echter, want het wegdek was voortreffelijk en ook het uitzicht was prachtig.


We maalden kilometers als nooit tevoren. Zelfs het welgemikte kakbombardement van een vogel uit Oppenheim - was het sluikreclame voor de nieuwe Nolan-prent? - kon ons niet afremmen.

In Worms probeerden wegenwerken ons uit onze flow te halen, maar doordat ze de omleiding lieten passeren langs een supermarkt, maakten we van deze nood een deugd en vulden we onze reserves aan. Een cola, wat broodjes, de geur van urine op een zonovergoten supermarktparking temidden van het zwerfvuil, wat wil een mens meer... Inderdaad: couleur locale. Die kregen we in de vorm van 3 ruige locals die op een gammel bankje hun halveliters aan het verzetten waren, vergezeld van een passend muziekje. AC/DC, Motörhead, misschien Iron Maiden? Niets van dat, in Duitsland luisteren de stoere boys naar Pink.


We wreven onze ogen uit bij het aanschouwen van dit surreële tafereel, maar moesten verder. Mijn dunne koersbandjes schaatsten een mooie pirouette in een hoopje zand en mijn gevoel won het voor de zoveelste keer onterecht van de gps. "Ja Wannes, langs hier is een shortcut" ... "Hmm, die autostrade is wel wat lastig" ... "Ja sorry, ik zat fout". Uiteindelijk raakten we toch aan de overzijde van de autostrade. Ondanks de hulp van een tractor, de prachtige fietspaadjes en een lekker ijsje begonnen de kilometers stilaan te wegen. We dachten tien kilometer te kunnen afsnijden door een ferry te nemen, maar fata morgana-gewijs bewoog de boot steeds verder van ons weg toen wij op de steiger reden. Net vertrokken helaas.


Ook de brug leek even hetzelfde pad op te gaan, maar uiteindelijk haalden we ze toch in en raakten we aan de andere kant van de Rijn en in Rastatt, onze eindbestemming van deze lange dag. Een broodje met rijst bleek het vegetarische aanbod van de plaatselijke kebabzaak maar als een mens honger heeft, is hij de moeilijkste niet.

Dag 5: Rastatt-Villingen-Schwenningen (144 km)

Misschien dat u bij het lezen van het verslag van deze voorlopig relatief spoedig verlopen reis wat op uw honger blijft zitten en meer chaos verwacht, en pech, en tegenslag, en fysieke en mentale ontberingen... Dit dagverslag is er dan ook eentje voor de sadisten onder jullie. 

Het begon nochtans voorspoedig. Met slechts 115 kilometer op het programma, konden we bij de start onze hand bijna uitsteken naar de eindbestemming van de dag. Vrij gauw merkten we echter dat het gps-bestand vrij lui van aard was. "Euh ja, pak anders gedurende 100 km de grote baan en dan ben je er." Nu zijn we niet vies van een stukje autostrade of een moordstrookje langs een Franse departementsweg, maar 100 km grote baan is bezwaarlijk leuk te noemen. Gelukkig stond er vrij snel een fietspijltje richting Freudenstadt en dat was eveneens een halte op de route van onze gps. Deze fietsroute kende ongetwijfeld meer afstand en meer hoogtemeters dan de gps-weg en ook moesten we stukjes onverhard terrein overwinnen, maar we passeerden een supermarkt en alles liep behoorlijk vlot. En de route was verbazend mooi.

In Freudenstadt tankten we bij en zagen we dat de gps bleef volharden in fietsonvriendelijke steenwegen. Gesterkt door onze positieve ervaringen van de voormiddag, beslisten we verder te improviseren. Fietsbordjes richting nieuwe tussenhaltes zagen we algauw niet meer. We oriënteerden ons even op basis van de stand van de zon en het mos op de bomen, maar gaven het snel op. We waren verdwaald... De moed zonk ons in de schoenen, maar Wannes' mobiele data leverde ons een alternatief aan, een alternatief dat ons vrij snel in een bos bracht. De horrorfans nemen hun zakje popcorn ter hand maar voor ons was het toch voor even uit met de pret. Het bos bracht ons wandelpaadjes en hoewel de lieve leden van de grootste wandelvereniging ter wereld ons op de juiste weg probeerden brengen, waren we hierop niet voorbereid. Op het zoveelste onverharde stukje werd mijn voorwiel gestenigd en met een herkenbare psssjjjjtt gaf mijn band de geest.


Een voorbereid fietser is er echter twee waard en nog voor de wolven konden huilen bij de aanblik van een lekker hapje, zat de reserveband erin en gingen we weer op weg. We verlieten het bos en kwamen zowaar weer terecht op een fietsroute. Eindelijk terug asfalt... en een paar verdwaalde stenen. Ik ontweek de kleintjes, maar om één of andere reden knalde ik recht op de grootste... met voorwiel en achterwiel. Niet één, maar twee lekke banden. Reservebanden had ik niet meer bij en het tubetje lijm dat ik meehad bleek bijna leeg en uitgedroogd. Het dichtstbijzijnde dorpje was minstens 5 kilometer verder en 100 hoogtemeters hoger, dus werd Wannes vooropgestuurd op zoek naar een fietsenmaker. Intussen begon ik aan een onmogelijke wandeling. Fiets onder de arm, fiets op de schouder, fiets op de rug, stap voor stap dichter bij het dorp. Waarom hadden we die tent thuisgelaten?


Opgeven stond bijna toch in mijn woordenboek toen een levensechtige engel verscheen. En nee, engels hebben geen vleugels en geen aureool, maar wel een koersfiets en een fietshelm. De fietser in kwestie had magische stickers mee die ik op de gaatjes in mijn band moest kleven en dan zou ik kunnen verderrijden. Ik was skeptisch, want zo zonder lijmtube leek dit wel zwarte magie. Maar de duivel mocht mijn ziel hebben, zolang ik maar verder kon fietsen. En zowaar, de stickers hielpen en mijn fiets raakte gereanimeerd.


Reanimatie was wat Wannes ook stilaan nodig had, toen hij na zijn nodeloze extra hoogtemeters terugkwam bij mijn intussen gemaakte fiets. Toen we in Rottweil aankwamen was het tegen 8 uur, en dan moesten we nog een klein uurtje rijden. Een vierde lekke band werd mijn deel, toen bleek dat de magische stickers ook hun beperkingen hebben. Wannes werd alvast naar het hotel gestuurd, terwijl ik voor de tigste keer die dag de bandenlichters bovenhaalde. Intussen koelde het af en om het warm te krijgen, racete ik de laatste 20 kilometer naar het hotel, waar Wannes me opwachtte met een frisse pint. De eerste van de reis, maar we hadden ze verdorie verdiend! De meeste restaurants waren al gesloten, maar in een voorts verlaten winkelstraat vond ik nog een kebabzaak. De draaispiezen waren weggenomen, maar de pizzaoven werkte nog. Waar ik dacht dat men pizza maakt met deeg, tomatensaus en wat toppings, maakte de uitbater zijn heerlijke pizza's met zijn hart (weliswaar figuurlijk). Een feestmaal!


Dag 6: Villingen-Schwenningen - Horgen (117 km)

We hadden geslapen als roosjes na de heroïsche rit de dag voordien en waren volledig klaar voor de laatste etappe in lijn. In Zwitserland zouden nog wel wat criteriums volgen, maar dat voelde toch anders aan. De gps zei vandaag 113 kilometer en na het debacle van gisteren besloten we vandaag braaf zijn instructies te volgen. Was het de lokroep van de eindbestemming, of het lichtjes dalende parcours, maar na een kleine twee uur stonden we in Zwitserland. We hadden ons dagelijkse "We weten het weer beter dan de gps"-momentje, maar dit keer maakten we gauw genoeg rechtsomkeer om de straf hiervoor niet te hoog te laten oplopen.

In Schaffhausen hadden we stilaan nood aan een pitstop, maar het stadscentrum lag in een diepe kuil. Voor kamikazegewijs deze kuil in te duiken, werd wijselijk besloten op het plateau te blijven en nog even door te bijten in onze zoektocht naar een winkel. Op die manier misten we helaas ook de prachtige Rheinfall, de grootste waterval van Europa. De terugrit met de trein enkele dagen later zou dat hiaat opvullen, maar op het moment zelf was ik toch lichtjes ontgoocheld.

Een bijna even grote waterval van tranen vormde zich even later in mijn ooghoek bij het afrekenen in de Zwitserse winkel, toen bleek dat onze reis ons naast wat lekke banden ook nog eens een arm en een been zou kosten. Ok, ok, ik overdrijf, maar de prijzen lagen toch 50% hoger dan in België en Duitsland. Een mens zou rechtsomkeer maken, ware het niet dat we om van Zwitserland naar Zwitserland te rijden, blijkbaar sowieso nog eens Duitsland door moesten. 

Wannes profiteerde van de normale EU-internettarieven om zijn examenresultaten op te zoeken - die slimme kerel was weer geslaagd voor alles - alvorens we definitief Zwitserland betraden. We stoomden door naar Zürich. De vliegtuigen vlogen rakelings langs ons hoofd, maar we kregen het vooral op onze Kloten van de lichten en files in het stadscentrum. De Decathlon lag onbewust op onze weg, en ik interpreteerde dit als een goddelijke wenk om toch een extra binnenband te kopen. Hoewel nog maar vier uur, raakten we pas na veel vijven en zessen het stadscentrum uit en wachtte ons de mooie panoramische route langs het meer.

Althans, zo had ik me de laatste rechte lijn richting Wouter voorgesteld. Helaas lagen er tussen het fietspad en het meer een drukke baan, huizen en een park waardoor het uitzicht flauw was. Volledige focus op het fietsen dus en al zeker toen een sportieveling ons voorbijstoof en Wannes me een "pak hem" toeriep. We peuzelden hem net niet met huid en haar op toen we op de rem moesten gaan staan. Na 6 dagen en meer dan 900 km lachte Horgen ons toe. Wouters appartement bereiken leverde ons nog wat extra steile hoogtemeters op, maar op dat moment konden we de wereld aan. De fietsen werden in de atoombunker geplaatst (geen grap, maar iets typisch voor Zwitserland blijkbaar) en na een Zwitsers biertje en chipje kregen we het gezelschap van Frederik en Sam die ter voorbereiding van de kampeerfietsreis nog een kleine hoogtestage ingepland hadden. De drie komende dagen zouden we een paar Zwitserse colletjes bedwingen, genieten van het meer, het mooie weer, ijsjes en gezellig samen zijn. Merci Wannes om het 6 dagen met mij uit te zingen, merci Wouter voor de ontvangst en merci Sam en Frederik voor het gezelschap! Tot een volgende reis!

- Pieter -

zicht uit Wouters appartement





zaterdag 1 juli 2023

Zwitserland (deel 1)

Lokeren-Zwitserland: een tocht in 6 etappes

Lief en leed hebben Stan en ik de afgelopen 11 jaar gedeeld op fietsreis. Elk jaar volgden we het vaste stramien: de kaart van Europa bekijken, een bestemming prikken, vrienden proberen te overtuigen mee te gaan, overleggen met de spoorwegen van allerlei landen om ons alstublieft te willen meenemen, tentje en bagage opladen en gaan naar niet zo verre landen. Elk jaar kregen we in onze wanderlust gezelschap van een bont allegaartje van andere sportievelingen. Sommigen hielden het maar kort vol, anderen ontpopten zich tot onmisbare tandwielen in onze fietstrein. Maar Stan was kader en wiel, versnelling en rem, stuur en zadel. Tot dit jaar...

Was het een vroege midlifecrisis van mijnentwege of toch die dekselse Covid die mijn fietsreis vorig jaar minder succesvol liet verlopen dan gewenst? Ineens ontstond bij mij het idee om op reis te gaan met de koersfiets. Een op het eerste zicht banale aanpassing aan een voorts gesmeerde ketting, maar ze bracht grote gevolgen met zich mee. De twee dikke fietstasbulten die alle bagage op mijn andere fiets droegen, moesten plaats maken voor extra aerodynamica en rijplezier.

Tent en slaapzak konden niet meer mee en ik moest me dan ook overgeven aan de dagelijkse luxe van een restaurantje onderweg en een hotelkamer met warme douche. Stan daarentegen hield masochistisch vast aan de avontuurlijke ontberingen die wildkamperen en kokerellen met zich meebrachten. Het Lokers schisma was een feit. Dit jaar zouden er voor het eerst twee fietsreizen zijn: een luxefietsreis - door kwatongen herdoopt tot een reis voor mietjes - en een kampeerfietsreis. Hieronder leest u alvast het verslag van de eerstgenoemde, een reis die Wannes en mezelf in zes dagen tot bij Wouter in Zwitserland moest brengen. De uitgetekende fietsroute klokte af op ca. 850 km, maar wie onze eerdere avonturen gevolgd heeft, weet dat daar altijd wonderbaarlijk veel kilometers bijkomen.

Dag 1: Lokeren-Maaseik (ca. 175 km)

De goden dachten duidelijk het hunne over ons verraad aan de oorspronkelijke fietsvakantiefilosofie. Regen en miezer wisselden elkaar af. Gelukkig was het helemaal niet koud en bovendien blies de wind vol in onze rug. We vlamden onder de Schelde door en zochten onze weg richting Albertkanaal. Een manoeuvrerend schip dreigde dit kanaal en de bijhorende brug te herleiden tot een nieuwe Suez-ramp, maar na een kwartiertje heen en weer sturen, konden we onze weg vervolgen. 


Een middagpauze in Herentals vulde onze tank aan en omdat we maar met twee waren, verliep deze stop enorm vlot. Net toen we dachten efficiënt bezig te zijn, bemerkten we twee fietsende Gentse scoutsleiders die in minder tijd verder gefietst hadden, op een minuutje tijd een bifi en een doos Pringels konden binnenschransen en ons verbijsterd achterlieten op hun weg richting kampplaats. We hadden zelfs geen tijd om met onze ogen te knipperen.

De namiddag deed ons voor de eerste keer improviseren. In plaats van ons zorgvuldig opgestelde gps-bestand te volgen, beslisten we even rond te rijden langs het boomfietspad in Hechtel-Eksel. De omweg bleek er eentje van minstens 10 kilometer en al bij al viel de attractie toch een beetje tegen. We bekeken de route uit de boom, maakten een cirkeltje en trokken verder richting Maaseik. 


Inchecken, een douche en op zoek naar een warme hap. De goden waren niet langer boos op ons en leidden ons naar Domino's waar het zowaar dolle zaterdag was. 


Dag 2: Maaseik-Remagen (157 km)

In al onze decadentie hadden we voor onze eerste nacht een hotel geboekt met inbegrepen ontbijtbuffet. Roerei verorberen dat niet vastgekoekt zat aan een roeste gamel, yoghurt eten met een lepel, brood snijden met een mes, allemaal zaken die we de voorbije jaren net niet verleerd waren. Nog aan het ontbijt zaten een aantal jonge triatleten, die bij het aanzien van Wannes vol schrik vroegen of hij ging concurreren met hen in de wedstrijd die hen wachtte. Wij hadden echter grootsere plannen en dienden te vertrekken richting Remagen. 

De GPS was even het noorden kwijt en weigerde de juiste route aan te geven. Dat we iets te ambitieus alvast de route van dag 3 hadden ingeladen, kon hier wel mee te maken hebben. Eens dit euvel verholpen, trokken we van België naar Nederland en van Nederland naar Duitsland. We wisten dat zondag een moeilijke dag is in bevoorradingstermen, dus maakten dankbaar gebruik van de eerste McDonalds langs de weg. Gelukkig, want daarna was het toch een tweetal uur leegte wat eten en drinken betrof. Een bakker bracht soelaas met wat zoetigheden en een gigantische kop chocomelk waarin ik net niet verdronk. 


Het gesukkel met de GPS was voor even verleden tijd, want we ontmoetten onze nieuwe gids: de Rijn. Deze rivier was machtig breed - en zou dat in tegenstelling tot wat Wannes beweerde nog wel een tijdje blijven. Helaas gold dit niet niet voor het fietspad erlangs. We laveerden ons een weg tussen de vele zondagsfietsers en kwamen al bij al vlot aan bij ons huisje in Remagen. U leest het goed: een volledig huisje was die avond ons deel. Wasmachine, televisie, stromend water, we hadden het allemaal. Ook honger hadden we, maar dat was dankzij de plaatselijke kebabzaak maar tijdelijk. 


Dag 3: Remagen - Mainz (147 km)

Rustdag... althans, dat had ik Wannes wijsgemaakt. Na zijn zware examens en twee pittige ritten, zou het vandaag een ride in the park zijn die eindelijk voor decompressie kon zorgen. Navigeren was simpel, want we moesten enkel de Rijn volgen richting zuiden. Helaas dacht de wind exact het tegenovergestelde. In Koblenz, waar de Moezel de Rijn voedt, deden wij hetzelfde met onze lege maagjes.



Met Deutsches Eck, Pfalzgrafenstein en Lorelei(kt nergens naar) passeerden we enkele typische Rijn-trekpleisters. In het mooie stadje Bingen bingeden we ijsjes maar met onze beperkte bezetting kregen we de hele doos niet op. We probeerden ze gratis uit te delen, maar dat liep niet van een Loreleien dakje. Of het hun lactose-intolerantie, onze lijfgeur of mijn pornosnor was laat ik in het midden, maar na een aantal deksels op de neus, kregen we ze uiteindelijk toch geruild voor karmapunten. 


De laatste kilometers naar Mainz brachten ons langs mooie stukjes dijk waar een wielertoerist ons uitdaagde. De vermogensmeter werd aan flarden getrapt en bijna konden we hem afschudden tot onze parcourskennis onbestaander bleek dan de zijne. Uitbollen naar onze hotelkamer dan maar waar we op onze kamer een keukentje ontdekten. We kregen nostalgie naar de kookmomenten van eerdere reizen en flansten met tortellini in tomatensaus het signature dish bij uitstek in elkaar. 


- Pieter -

woensdag 13 juli 2022

Epiloog: home Swede home

Kopenhagen - Aken // Aken - Luik ● 58,20 km ● 459 m // Luik - Gent

De missie was hopeloos. Hoewel ons treinschema slechts drie ritten bevatte, gescheiden met een genereuze overstap en netjes verspreid tussen de beschaafde uren 9 en 20, wisten we dat we onze reiskarma de voorbije tien dagen verwaarloosd hadden. Onze winkeltraktaties waren ruimschoots tenietgedaan door kindertranen, en ons pmd-geld hadden we in kaneelsnegls gepompt in plaats van het Zweedse Rode Kruis. In Kopenhagen hadden we weliswaar de pant weggeschonken die we hadden geruild voor onze blikjes en mijn imago, maar diep vanbinnen wisten we: het was too little, too late.

Toen Pieter, Tim en ik die ochtend afdaalden naar perron 6 was dat dus met bepakte fietsen maar zonder illusies. En inderdaad. Beneden stond de trein te wachten die naar Aarhus ging, op het Deense vasteland. Dat was normaal, want wij waren te vroeg. Daarna werd het iets minder normaal, en nog iets later ronduit abnormaal. De trein zou spoedig plaatsmaken voor de onze, klonk het meermaals over de speaker, maar telkens we naar de machinist keken die stoïcijns uit de deuropening bleef hangen wisten we: dat was niet wat er te gebeuren stond.


Een uur later zaten we in het pluche van onze DSB-trein en veegden we de scherven van ons treinschema bij elkaar. België halen was niet onmogelijk, al zou het heel moeilijk worden en nieuwe boekingen vereisen. In Hamburg worstelden Pieter en ik ons door de mensenmassa richting het kantoor van Deutsche Bahn en trokken een nummertje. 1543. Een blik op het scherm leerde het nummer dat momenteel aan de beurt was: 1490. We keken nog eens, maar dat was echt wat er stond.

Het is bijzonder interessant om te voelen wat een rij van 53 mensen doet met de menselijke psyche. Want er is niets dat de geest zo belangrijk doet voelen, geen situatie in het leven dat voor zo'n onmiddellijke solipsistische egelstelling zorgt als de confrontatie met de Lange Rij. Wat doen al die mensen hier? Welke reden kunnen zij in godsnaam hebben om ook in deze rij te staan? Welk onbeschrijflijk onrecht is het dat wij op hen moeten wachten? Er móét toch een manier zijn waarop wij sneller geholpen kunnen worden dan nummer 1543 - even een extra loket voor ons opendoen, en dan weer sluiten?

Maar de waarheid was natuurlijk dat terugkeren van een rondje fietsen bezwaarlijk een cruciale reis is. Dat er wellicht mensen in de rij stonden die op weg waren naar begrafenissen en huwelijken. En dus namen wij verslagen plaats in een hoekje om mensen te kijken, hamburgers te eten en ons data-abonnement plat te streamen op de Tour. Anderhalf uur later keerden we terug naar Tim met een hoop stempels en papieren die ons lot bezegelden: Welkenraedt, en niet verder.


Later zat ik op het toilet te mijmeren dat er een groot en weinig bekend verschil is tussen de treinen van DSB en die van Deutsche Bahn. Namelijk: de toiletdeuren van de Denen vallen automatisch in het slot, terwijl die van de Duitsers een extra handeling vereisen. Ik wou dat ik u kon vertellen dat ik dat had ontdekt door het Duitse bordje boven de sleutelknop te begrijpen, maar het was omdat een vrouw mijn toilet binnenwandelde. Ons traject was al uren beyond repair en karmagewijs maakte het uitdelen van een trauma hier of daar niet zo veel meer uit. Toch, puur menselijk: entschuldigung.

Terug op mijn stoel overvielen Pieter en Tim mij met het wilde plan om niet te stoppen in Welkenraedt en helemaal naar Luik te fietsen. Zo zouden mijn metgezellen geen vier uur verveling tegemoet gaan op het perron. Nu moet u weten, beste lezer, dat ik mij de laatste keer verveeld heb toen ik in het tweede leerjaar de hoofdletter O moest oefenen, en dat verveling hoegenaamd geen argument is om mij om 1 uur 's nachts te bewegen tot een fietstocht langs 40 kilometer lintbebouwing en 400 hoogtemeters. Maar de weg naar Luik bleek een mooie Ravel-route te zijn, en met die door mij becijferde hoogtemeters viel het ook wel mee als je zoals verstandige mensen 'Welkenraedt naar Luik' intypte in Google Maps en niet 'Luik naar Welkenraedt'. Bovendien bleek het om middernacht nog steeds tshirt-weer. Aldus schaarde ook ik mij enthousiast achter het plan, en na wat automaatcola's te tanken in Welkenraedt sloegen we gezamenlijk af richting Luik.


De route ging naar boven en naar beneden en eens op de Ravel heel erg naar beneden. Na zijn eerdere besmetting pikte Pieter ook nog even Covid-22 mee door frontaal te botsen met een vleermuis. In Herve deden we een terrasje. Letterlijk een terrasje, want de bijhorende zaak was namelijk gesloten. Na een schaamteloze eigen picknick van cola en American cookies roetsjten we de Ravel af en reden Luik binnen.

Of ik die bever in de berm had gezien, vroeg Pieter me alsof hij een exemplaar van de gewone huisvlieg had gespot. Een haastige one eighty later stonden we op de eerste rij toen de kanjer het fietspad overwaggelde. Hadden wij ons helemaal naar de 57ste breedtegraad gesleept om wat spannende zoogdieren te zien, kwamen we ze tegen in godbetert Luik. Door een uitgestorven stad reden we naar het station, dat er in het kunstlicht bijlag als het skelet van een gigantische walvis. Stipt om 4u37 hesen we ons de trein op.


Een leuk spel voor wanneer je op een ongoddelijk uur de trein moet nemen is "Al wakker/nog wakker". Doel van het spel is om van je medereizigers te raden of die al wakker zijn, of juist nóg wakker. We geven enkele tips voor beginnende spelers. Pendelaars die een boek openslaan, zijn doorgaans Al Wakker. Heeft de reiziger de hik, dan is een cafébezoek nooit ver weg en is hij of zij steevast Nog Wakker. Grappig genoeg waren het deze keer wij die het voorwerp van het spel waren. Pieter maakte het onze medereizigers niet moeilijk door te gaan liggen en niet één, maar twee zetels onder te kwijlen. Tim was minder makkelijk te raden, maar uiteindelijk gaf zijn doorleefde interpretatie van De Schreeuw de doorslag.


In Gent-Sint-Pieters werden we begroet door Wannes. Op basis van diens adem konden we hem ook makkelijk indelen bij team Nog Wakker. Het was dat, of Kelloggs heeft buiten ons medeweten Choco Trésor Whisky op de markt gebracht. Thuis plofte ik neer naast een wekkerradio die 7u14 aangaf. Nee, het was niet de geurige bosgrond naast het Åsnen-meer, en nee, het was geen luxeperceel op Camping First Camp, maar toch was mijn IKEA Espevär-matrasbodem een stukje Zweden waar het best lekker slapen was.

Dank, beste lezer, dat u bij ons was.

(Stan)

dinsdag 12 juli 2022

12 juli: niets te klagen in Kopenhagen

Na enkele dagen van inspanningen, was het vandaag tijd voor een uitboldag. In het verleden zou ik die term gebruikt hebben voor elk ritje onder de 200 km, maar 33 levensjaren en een vleugje corona gaven die jeugdige overmoed deze reis toch een kleine knauw. De dag begon met zalig uitslapen in de shelter, al bleken er in het bos twee snurkers te zitten. Omdat ik daar zelf niets van gemerkt heb, kan ik wel een berekende gok doen over de identiteit van de eerste, maar de tweede is tot op heden onbekend.

Stan dacht dat het onmogelijk was, maar we slaagden erin het opruimen nog langer te laten duren dan anders. Kwatongen beweren zelfs dat hij tijdens ons gesukkel al eens om en weer naar Lokeren ging om een bezoekje te brengen aan zijn ouders. Tegen dat we klaar waren, gaf de zon middagtemperaturen aan, maar uiteindelijk was het nog steeds maar half 11. De check-in van het hotel ging pas om 15u open, dus moesten we ons niet haasten om de 50 km naar Kopenhagen af te leggen.

Ook de term à l'aise kreeg dit jaar een andere betekenis en aan 25 km/u misten we een gps-afslag om als 6 woeste buffels een klein idyllisch keienstrand te bestormen. Zo idyllisch dat er niet enkel hondjes, maar ook een vogeltje uitgelaten werd. De honden blaften ons berispend toe en uit respect voor de man met zijn vogeltje keerden we terug op onze stappen. 

De zon brandde intussen ongenadig en een pitstop was aangewezen. Veel ontbijtkaka's hadden ze in deze winkel niet, maar het mini-ontbijtje vulde de reserves voldoende aan. Dankzij ons dieet van veel snelle suikers en weinig douchen kregen we er enkele kilometers later een gast bij, een bijgast, een bij bij. Frederik zweette blijkbaar pure cola dus was hij het target van dienst.

Het insect overleefde zijn aanval niet, en Frederiks linkeroog liet traantjes bij het schielijk heengaan van dit beestje, maar de angel werd snel uit deze aanval gehaald. Om hem te troosten trokken we naar de grote gratis dierentuin Dyrehavsbakken die honderden herten herbergt. Stan had er veel zin in, want hij gidste ons in dit park zowat over alle mogelijke baantjes, maar uiteindelijk kwamen we toch iets dichter bij de Deense hoofdstad uit dit labyrint. De wijk Gentofte waar we 10 dagen terug de auto parkeerden bleek residentiëel genoeg om de auto zonder wielklemmen of ingeslagen ruiten terug te vinden en we lieten alvast wat kampeermateriaal achter dat we niet meer nodig hadden. Morgen waren we immers allemaal thuis, toch? (kleine spoiler: niet dus)


Ondanks onze kennismakingen met de Deense fauna in al zijn groottes en gedaantes, waren we nog steeds ruim te vroeg in het hotel. Hongerkloppen werden gecounterd met het binnenschrokken van enkele broden op de binnenplaats van het hotel. De check-in ging open en om 15u zaten we in onze hotelkamer, waar we besloten de stad met de fiets nog even te verkennen. Altruïstisch als we zijn, kon dit na een week vol ontberingen niet zonder ons eerst te douchen. De doucheklok werd streng bewaakt door Sam, die al zin had in een Deens terrasje. Om 16u zaten we weer op onze fiets, dit keer zonder bagage. We trokken naar het pretpark Tivoli, waar het koppen fietsen was en we bovendien met onze rijwielen niet binnenmochten. Gelukkig wist Frederik die - puur professioneel - al een aantal keer in Kopenhagen was geweest, een aantal mooiere plekjes.


Een aanrader was onder meer CopenHill. Een eindje uit het centrum, maar de omweg zeker waard. Als u denkt dat de naam CopenHill klinkt als een skipiste, een verbrandingsoven of een panoramisch terras, dan bent u drie keer juist. De lift naar boven was bovendien gratis, en dat is een codewoord dat ons steeds weer enthousiast maakt.

Gratis gold helaas niet voor ons terrasje. Waar u als quizzer Kopenhagen correct thuisbrengt in Denemarken en weet dat ze daar de Deense kroon als munteenheid gebruiken, gebruikte men op de terrassen maandloon als eenheid. De pizza's bleken gelukkig democratischer, waardoor we met het weinige geld dat we nog over hadden toch niet dienden te verhongeren.

Na het debacle met de ijsjes gisteren was het tijd om onze karmarekening voor onze terugreis met de trein toch nog een beetje te spekken (kleine spoiler: zonder effect). Zwerfvuil ontsierde de straten van Kopenhagen, dus begon ik op te ruimen. Alles voor een propere stad, en voor de 13 cent pand die we per blikje terugkregen. In afwachting van een winkel offerde Stan zijn laatste greintje zelfwaarde op en werd zijn fietsmandje omgevormd tot een moderne leprozenratel. Een bel was niet meer nodig.

We ratelden ons voorbij enkele wachtlopende soldaten en reden de stervormige omwalling rond de kazerne af. Dat dit niet volledig de bedoeling is, bleek toen we op Strava met een nochtans gezapig tempo een bekertje veroverden. De avond viel stilaan als een doek over onze reis en we maakten ons klaar voor onze laatste scène.