Pagina's

donderdag 6 juli 2017

Een geslaagde bachelorproef

Nog voor de haan kon kraaien, was Flor alweer wakker. Regen had immers op een natte manier aangetoond dat Flors tent vrij gammel opgesteld was. Bovendien hadden we ons 5*-plekje niet super strategisch gekozen. Wat de avond voordien nog een goed windscherm was, bleek een schuur te zijn waar 's ochtends vroeg al vanalles diende in te gebeuren.

Beleefd doch kordaat weggejaagd, dropen we af richting de herbergkeuken. Onze laatste zak macaroni was opengekrabd door een beer of wolf, dus besloot Pieter deze* direct klaar te maken. Ook eieren werden in de pan geslagen zodat het ontbijt meer dan stevig was. 
Viborg

Nuja, stevig is relatief want toen we een tiental km later in Viborg toekwamen, hadden we een klein hongertje en lieten we ons gaan in snoep en donuts (tot daar de koffiekoekencultuur in Denemarken). De snelle suikers deden hun werk en in een rotvaart reden we over enkele mooie paadjes richting Aalestrup. Een plaatselijke chirogroep probeerde een eindje in ons wiel te hangen, maar het tempo werd stelselmatig opgedreven zodat na de knie van Sam uiteindelijk zelfs de meest dappere chiroviking moest plooien.


Intussen was het vrij warm geworden, dus in Aalestrup werd een lange middagpauze ingelast. Flashende Flor bleek onterecht onzeker over zijn bachelorproef en had zowaar een 18 verdiend. Hij trakteerde dan ook op water met een smaakje - citroensmaak volgens de verpakking, kuisproductsmaak volgens Frederik - en ijsjes. Aan de kassa zat een totale miscast van een jobstudent wiens 'Jeg er ny/Ik ben nieuw'-pin even overbodig was als zijn donssnor lelijk. Auwtsj, zo zielig voor die jongen, hoor ik onze lezers denken, maar als hij niet wilde dat er met hem afgerekend werd, had hij maar geen kassier moeten worden...

De zonneslag die Flor opliep tijdens ons parkreces in Aalestrup werd hem enkele uurtjes later in Aars bijna fataal toen hij met fiets en al het asfalt wilde kussen. Die ene dag dat je geen handschoentjes aan hebt, val je natuurlijk op je handen... De deuk in zijn ego was groter dan die in zijn carrosserie en al bij al onbeschadigd kwamen we aan de shelter aan. 

In plaats van te vertrouwen op de aanwijzingen van de locals, hadden we ook de rooksignalen kunnen volgen die vanaf de shelter uitgezonden werden. The biggest fire the north has ever seen verzonk in het niets bij dit vuurfestijn opgericht door een ietwat zonderlinge vrouw die bij nader inzien toch ongevaarlijk bleek. Bij de shelter hoorde dit keer zelfs een toilet, al was het betreden ervan moeilijker dan het verlaten van een escape room. Uiteindelijk slaagde Frederik erin de code te kraken en kreeg hij via sms de toelating dit schijtpaleis te betreden.

Taken werden verdeeld. Terwijl Sam en Pieter voor een heerlijke maaltijd (kipfilet voor de vleeseters, heerlijke burgers voor de veggies) zorgden, besloten de anderen dat een hommelnest de ideale plaats was voor de tenten. Onze aanval op hun territorium werd gewroken door hun muggenfamilie, wat ons dan ook noopte om snel de tent in te vluchten. Bij een pintje en chipje kaartten we nog even na, al vielen onze oogjes vrij snel toe van vermoeidheid. Dan maar slapen!

*de zak macaroni, niet de beer of wolf (vegetariër en zo...)

woensdag 5 juli 2017

Een herberg met 5*

Na een muesli- en drinkyoghurtontbijt, kregen we direct wat grind voor de kiezen. Bergop, bergaf, direct een pittig stukje. Bij onze eerste pitstop in Nørre Snede hadden we ondanks het ochtendlijke uur dan ook een ijsje verdiend! 

Sam, Flor en Pieter kochten er ook een set beenstukken (gecensureerd pijpen-mopje) en na deze modeshow en een sanitaire kerkstop trokken we weer op pad.




We kwamen terecht op een prachtig lichtjes omhoog kronkelend bospaadje waar we net niet omvergevlogen werden door een laagscherende buizerd. Het uitzicht was subliem en vormde één van de hoogtepunten van de reis.



De late lunch werd genuttigd in Silkeborg, maar in de McDonalds aldaar hadden ze helaas nog niet gehoord van de Veggieburger. De vleeseters lieten zich goed gaan, de veggies moesten het doen met een bulgurslaatje uit de aangrenzende Aldi. Omdat de kuren van Pieters pedaal stilaan ergerlijk werden, werd besloten alvast een reservesetje te kopen.

Gelukkig maar, want enkele kilometers later, was het over met de pret. Afvijzen van de kapotte pedaal ging nog net, maar het invijzen van de nieuwe pedaal werd bemoeilijkt door een serieus uitgesleten crank. Een zoveelste op een zitmaaier rondrijdende meneer kwam ons ter hulp, maar werd door Flor herhaaldelijk met een nogal brutale "It's fixed" afgesnauwd. 

Vruchteloos en grotendeels etensloos op zoek naar een slaapplaats, waanden we ons stilaan in Betlehem, toen de Fata Morgana-supermarkt die ineens opdoemde dan toch echt bleek te zijn. Dat we in de hemel waren, merkten we toen een prachtige Deense engel ons mountainbikend passeerde. In deze droomwereld fietsten we (wel?)lustig voort tot de totebag van Stan zichzelf naar de grond en ons terug naar de werkelijkheid katapulteerde.

Het was nu echt wel tijd om onderdak te vinden en dankzij het boekje van onze vriend Clemens vonden we een herberg annex natuurschool. We werden onthaald door een erg spirituele vrouw die "you want a shower, i don't give a shit" niet de uitbaatster bleek, en het werd een onvergetelijke ervaring. Lekkere pasta, een even zalige douche en een prachtig plekje voor onze tent. De muggen die ons noopten binnen te vluchten, konden onze pret niet bederven en voldaan vielen we in slaap.

dinsdag 4 juli 2017

Billund is egt ved!

De keukenfaciliteiten werden gebruikt om een zeldzame koffie te nuttigen. De barista van dienst probeerde ons eerst te paaien met Deense cappucino, maar die bucht werd gauw vervangen door zwart goud uit de diepste krochten van Stans fietszakken.

Ons lieve zwarte vriendje kwispelde ons uit en even vreesden we dat Flor hem in één van zijn fietstassen zou proppen. Voor zover we konden zien, vertrok hij na een enorm getreuzel "Moest Strava nog aanzetten" dan toch viervoeterloos mee met ons.

Omdat we zo verlangden naar Frederiks aanwezigheid bleven we blind voor wegwijzers langs de route en voor we het wisten belandden we op de grote baan richting Vejen. Echt aangenaam was het niet fietsen, maar de kilometers tikten lekker aan. Algauw kwamen we dan ook aan in Vejen waar we ons door de vriendelijkheid van de Denen de dag voordien in slaap lieten wiegen. Voor we het wisten was Sams portefeuille gestolen... Op het verkeerde been gezet door deze snode dief gingen we Sams handel in de winkels en wandel naar de winkelstraat na in de hoop het kleinood alsnog terug te vinden. Uiteindelijk was het Flor die zich tot Sherlock Holmes verhief. De dief bleek niet meer dan een hersenschim en de dubbele bodem van Sams stuurtas gaf zijn kostbare inhoud terug prijs. 

De wegwijzers en zelfs de Deense kaas keken al uit naar de komst van de Messias van den acker, dus mochten we geen tijd meer verliezen aan dergelijke dolkomische fratsen.





Omdat het toch nog een kleine 40 km was, besloot Pieter een shortcut in te lassen. De door hem gevolgde fietspijltjes naar Billund kwamen uit op een halve autostrade en hoewel het vlot bolde, was het fietsplezier toch net een tikkeltje minder. Op goed gevoel en gesteund door Stans wonder-Garmin (spreek uit als Germain) namen we de afrit van deze levensgevaarlijke weg en reden we langs bosbaantjes verder naar Billund. De shortcut evolueerde naar een longcut, maar er reden dan toch geen auto's meer tegen onze knieën.

Bij de Jupiter-fietsenwinkel pikten we Frederiks fiets alvast op, zodat de enorm joviale en even gezette Nicolas - wiens fietsvakanties zich merkbaar in een ver verleden bevonden - op een schappelijk uur naar huis kon. Slim idee, ware het niet dat we elk al een fiets bijhadden. Twee fietsen tegelijk wandelend vervoeren bleek net iets te belastend voor de polsen en erop rijden bleek gewoon levensgevaarlijk. 



In een slim fiets-loop-hijg-fiets-loop-hijg estafettesysteem (waarbij Pieter het stokje helaas steeds aan zichzelf moest doorgeven) kwamen we vlakbij de luchthaven terecht. Jammer genoeg bleek dit de vrachtluchthaven en was de passagiersterminal nog een kilometer of drie verder. Teveel om estafettegewijs te volmaken. Een select comité racete Frederik tegemoet en overtuigde hem daar met de in Vejen zuurverdiende kronen een bus te nemen naar Legoland. Een toegangsbewijs kostte ca. 500 euro (of toch iets in die grootteorde van focking duur), dus stelden we onszelf tevreden met een foto aan de ingang.



Het weer was zalig en met een ondergaande zon langs onze zijde, trokken we nog 30 km door. Dat we Frederik dit tochtje lieten maken zonder zijn koersbroek, zouden we ons nog beklagen...

Onderkomen vonden we in de drukbezochte shelter van Knudshøje. Wij consumeerden er enkel tortellini en Deense pintjes, de collega's in een opgezet tentje ook vrij luidruchtig de liefde.

 We onthouden dat:
- Vejen de enige plaats in Denemarken is waar je in een winkel cash kronen kunt bijkrijgen.
- De Denen Aaroneske woordspelers zijn:

maandag 3 juli 2017

Air is free

Sam was de dag voordien al ergens een vijs verloren, dus moesten we voor de eerste keer deze reis op zoek naar een fietsenmaker. Dat het vooraf op punt stellen van onze rijwielen iets te nonchalant gebeurd was, zou ook later nog meermaals blijken. 

We spraken af op het centrale pleintje in Flensburg, zodat in de tussentijd al ontbijt kon gekocht worden. Als een volleerde chick magnet, had Pieter alweer touche. OK, de chick was een mannelijke 50-plusser maar dat kon zijn vreugde niet bederven. Een uitgebreid gesprek en een ontbijtje later, besloten we de romance in de kiem te smoren en toch maar koers te zetten richting Denemarken.

De grensovergang was een formaliteit voor fietsers en voor we het wisten stonden we in het Deense Padborg. Een eerste regenbui plensde neer op onze hoofden en deed ons - achteraf gezien ten onrechte - het ergste vermoeden over het verdere verloop van onze reis. Voor we het wisten was de bui over en zaten we op de heerwegroute, die ons samen met het Jutland-fietsreisboekje van onze vriend Clemens Sweerman tot in het puntje van Denemarken moest brengen. 


De route leidde ons direct door het concentratiekamp van Frøslev, waar Pieter de traditie voortzette en weer aanpapte met een 50-plusser. Deze man wist te zeggen dat het kamp diende om tijdens WO2 de Deense verzetsstrijders, communisten en andere politieke gevangenen in onder te brengen, maar dat interesseerde zelfs onze master geschiedenis niet.

Tijdens dit korte intermezzo, passeerde buiten een raar getuned wagentje, dat door de al even rare inzittenden Killer Machine gedoopt was. Deze dreiging vervulde ons met schrik, dus sloegen we gauw op de fietsvlucht. Zogezegd werd in onze aftocht een eerste Bambi gezien, maar ondergetekende kon deze niet met eigen ogen aanschouwen, dus enige scepsis is vereist. 


Enkele regenbuien later bereikten we Kliplev, alwaar we onze lunch insloegen. Niet voor het laatst bestond deze uit brood en kaas, bananen en wat koekerij. We betaalden met kaart en ondanks een lieve blik naar de caissière bleek het onmogelijk om Deense kronen bij te vragen. Tot daar ons snode plan om de afhaalkosten aan de bankautomaat te vermijden...


Het eten verteerde en dus bezochten we de verzorgde openbare toiletten aan de kerk. Dat quasi elke Deense kerk dergelijke sanitaire voorzieningen levert, werd door onze darmen op applaus onthaald. De primaire behoeften waren vervuld, dus kon er weer gefietst worden. Prachtige onverharde wegen voor de ene bleken focking grind voor de andere, maar uiteindelijk kwamen we aan bij onze volgende stop. In Vojens trokken we een foto voor Jens (Aaron zou ze zo goed niet kunnen bedenken) en liet Stan voor het eerst in drie fietsreizen nog eens zijn banden oppompen. "Air is free", zei de sympathieke fietswinkeleigenaar en toen hij in Flor een verdwaalde broer van Greg Van Avermaet herkende, vervolgde hij met "The tour is that way".

We besloten echter ons avondeten in te slaan, zodat Sagan zonder tegenstand kon winnen in Longwy. De spaghetti smaakte heerlijk en gaf ons energie om op zoek te gaan naar een overnachtingsplaats. 15 km verder vonden we de Ellegaard-herberg, waar we onze tenten konden opzetten. Voor 30 kronen per persoon (bij gebrek aan Deense cashies betaald in euries), kregen we niet enkel een plekje voor onze tent, maar ook sanitair en gezelschap van een hond. "Elaba", zei Flor de hondenfluisteraar meermaals, maar uiteindelijk bleek de zwarte blaffer meer geïnteresseerd in bepaalde lichaamsdelen van andere groepsleden en in de koeien in de wei. We besloten dan maar in bed te kruipen. De dag nadien moesten we namelijk op zoek naar onze vijfde musketier.


We onthouden dat:
- we nooit meer spaghetti gaan koken op onze gasvuurtjes.
- uitzonderingen gemaakt kunnen worden voor verse spaghetti en andere tortellini's.
- de anderen duidelijk jaloers waren op de vele affectie die Pieter kreeg.
- Petrus zijn penus echt niet meer ongewassen was dan de andere!

zondag 2 juli 2017

Chef van alles

En toen was het weer juli. Juli, een maand die sinds enkele jaren maar één ding wil zeggen: het is weer fietsreistijd. Twee weken van afwisselend afzien, genieten, vloeken en lachen op de fiets. Twee weken van aan niets anders denken dan rijden, eten, niet verdwalen en slapen. Twee weken leven van niets anders dan je kan meedragen op de fiets, om eens weer thuis hetzelfde te kunnen zeggen als Socrates, toen die vele eeuwen geleden op een Atheense agora volgestouwd met luxueuze goederen en specerijen rondstruinde: “Wat is er toch veel dat ik niet nodig heb”.

Bestemming dit jaar was Denemarken, het meest zuidelijke en minst stoere lid van Scandinavië. Het vroegere vikingland heeft zijn bijlen en zwaarden van weleer al lang ingeruild voor groene windenergie en perfect onderhouden gazonnen – pek, veren en Crocs is het deel van de Deen die het waagt zijn of haar tuin twee dagen ongemoeid en ongemaaid te laten. Het land fleurt sinds vele eeuwen de kaart van Europa op met plaatsnamen als Slettestrand, Aars en Sønderballe en telt een kleine zes miljoen inwoners, waarvan een tiende in de hoofdstad Kopenhagen woont. Een hoofdstad die overigens twee eilanden naar het oosten ligt en tegen Zweden aanschuurt, een beetje alsof België bestuurd zou worden vanuit Baarle-Hertog. Jutland, het Deense vasteland, doet wat Nederlands aan, maar met iets meer heuvels en met veel minder Nederlanders. Het is hier dat zich de zogenaamde Hærvejenroute bevindt, de heerwegroute, die de heenweg van onze reis zou vormen. Voor de terugweg zouden we Nationale Fietsroute 5, de oostkustroute, volgen, die mede wordt vormgegeven door enkele fjorden. Een light-versie van hun Noorse collega’s, maar zoals we snel aan den lijve zouden ondervinden bij wijlen verrassend pittig en steil.

Voor we de Hærvejen konden aanvangen dienden we natuurlijk eerst nog in de buurt van Denemarken te geraken, en aangezien onze fietsen nog steeds niet helemaal hersteld waren van hun Noors vliegtuigtrauma deden we dat nog altijd het liefst per trein. Die zondagochtend vertrokken Flor, Pieter, Sam en Stan – Frederik zou ons later vervoegen – vanuit Gent, voorzien van een lekkere zak zelfaangebakken croissants. Het station van Welkenraedt werd na een paar uur sporen bereikt, waarna we ons een treinrit uitspaarden door zelf de Duitse grens over te fietsen. Even verkeerden we in de waan dat de plaatselijke bevolking speciaal voor onze passage alle vlaggen en biertenten van zolder had gehaald, maar al gauw daagde het ons dat de mensen langs de weg zaten te wachten op échte coureurs: de Tour zou die dag namelijk langs dezelfde wegen passeren, en we hadden welgeteld nog een uur om ons uit de voeten te maken voor alles werd afgezet. Dat bleek net genoeg tijd om Aken te bereiken, en ruim op voorhand kwamen we aan bij het Hauptbahnhof aldaar. We verslonden onze lunchpakketten en gingen op zoek naar het juiste spoor terwijl Flor vergeefs zocht naar een niet-Duitstalig Tourboekje om zich onledig te houden tijdens de urenlange treinrit die we in het vooruitzicht hadden.

De eerste conducteur die ons trof doopte tickethouder Pieter meteen tot ‘chef van alles’. We stapten over in Keulen, waar de ruime fietswagon zich uitstekend leende tot een eerste vloerslaap, een zwerverniveau dat doorgaans pas verderop in de fietsreis gehaald wordt. Gedurende vier uur was alles peis en vree op de trein, al schoten de gepensioneerde collega-fietsers wel in een kramp bij elke halte; bijna was onze bagage al enkele honderden kilometers te vroeg uitgestapt. Er volgde nog een tweede overstap in Hamburg, waarna we Flensburg tegen de avond zonder veel problemen bereikten. Net voor het afstappen had Pieter nog een Duitse wielertoerist bevriend, die ons verzekerde dat hij het adres wist zijn dat we voor die nacht geboekt hadden. De goedbedoelende man dacht echter dat we in de jeugdherberg moesten zijn, niet in het hostel, een semantische verwarring die ons toch maar mooi een stukje Flensburg opleverde dat we anders nooit van ons leven zouden gezien hebben.

Eens het hostel bereikt dumpten we snel onze bagage in de kamer en repten we ons naar de dichtstbijzijnde kebabzaak. Het bestellen van onze größe pommes ging niet zonder slag of stoot, maar de maaltijd, eens hij er was, smaakte er des te beter door. We daalden met onze fietsen nog even af tot in het Flensburgse centrum, dat er echter, omdat het zondagavond was, volkomen verlaten bijlag. Aldus keerden we terug naar onze kamer en kropen onder de warme dons.

(sp)

zondag 16 april 2017

DuoDiagonaal 2017 - een verhaal van twee gekken

In oktober 2016 passeerde op één onzer fb-feeds een evenement dat ons leven zou veranderen. Na ons ritje van Rouen naar Lille vonden we het idee om in 1 dag volledig België te doorkruisen wel een mooie extra uitdaging.

Routes werden uitgetekend, koersfietsen geleend, Aliexpress beleefde gouden tijden door onze aankoop van allerlei fietsmateriaal, want het was wel duidelijk dat we er gewoon voor zouden gaan. Een hotelletje in Aarlen moest ons toelaten de nacht voordien toch een beetje rustig te kunnen slapen om op die manier met frisse benen aan onze uitdaging te kunnen beginnen.

Als voorbereiding liepen we van een leien dakje (of zoiets), toch als je onze blessures zag waarmee we aan de start moesten verschijnen. Pieters schouder was tijdens het badmintonnen voor de zoveelste keer gesubluxeerd, maar uiteindelijk was hij toch weer vanzelf in de kom geraakt. Sam was er zo mogelijk nog erger aan toe. Om maar te zeggen, we waren er klaar voor!


Vrijdag 14 april was het dan zover. We vertrokken met de trein naar Aarlen, kookten ons laatste avondmaal (product placement: nieuwe colruyt-veggieburgers met iglo-broccoli) en kropen tijdig onder de wol. Slapen was lastig... de stress van hetgeen ons de dag nadien te wachten stond was groot. Om 11 uur moesten we uitchecken, waarna we nog tot 15 uur moesten zien te overbruggen. We gingen naar de Colruyt, naar de Aldi, weer naar de Colruyt en hingen als volleerde zwervers (zie ook onze eerdere verslagen) rond in de hotellobby. 


De stress werd met de minuut groter en we waren dan ook maar al te blij dat we richting station konden gaan om daar de andere ingeschrevenen te mogen begroeten. In het station kregen we onze checkpointkaarten en vooral veel extra stress, toen we de professionaliteit van de andere duo's mochten waarnemen. Nederlanders van 3 meter en messcherpe atleten vroegen zich vermoedelijk af welke kermiscoureurs wij dan wel mochten zijn.

Met zijn allen werd rond half vier vertrokken in Aarlen om in groep naar de officiële start in Virton te rijden. Gezapig was dit tempo allerminst. De Nederlanders trokken goed door en het kostte ons moeite dit tempo te volgen. We stoven een echte wielerwedstrijd voorbij en werden vergezeld door kapotte regensluizen. Zeiknat kwamen we in Virton toe (regendichte overschoentjes my ass) en toen moest de officiële wedstrijd nog beginnen. 

De meerderheid van de deelnemers bleek slimmer dan ons en paste beleefd voor het extraatje Aarlen-Virton en laadde zijn ploegbus in het centrum van Virton uit. Fiets-gps'en, triatlonsturen, professionele fietstassen en daartussen twee Oost-Vlamingen met een op een akker gevonden fiets (true story) en een papieren wegbeschrijving. Hoongelach was net niet luidop ons deel.



Toen om 17 uur het officiële startschot weerklonk vertrokken de gps-fanaten alle richtingen uit. De papieren voorbereiding bleek echter - toch zeker de eerste 250 km - alle moderne snufjes te overtreffen. Eens het startplein een beetje leger was, begonnen ook wij aan onze lijdensweg.

Een eerste helling bleek al onoverkomelijk voor Sams fiets, die prompt besloot lek te rijden. Enkele achterblijvers wensten ons geluk met dit onfortuin, maar uiteindelijk konden we weer vertrekken. 5 km later, tweede keer lek :'(

De rit was met moeite een halfuurtje bezig en we hadden al de helft van onze reservebandenvoorraad moeten aanspreken. Gelukkig waren we niet de enige, want toen we weer konden aanzetten, bleek even verder ook een ander duo reeds voor de tweede keer plat te staan. Een Nederlands duo dat net als ons niet supersnel ging, verzorgde met een boombox de muzikale sfeer onderweg. We zouden ze meermaals kruisen. 

Na de eerste pech en ondanks natte kleren, raakten we toch nog vrij vlot in Neufchateau. De eerste cola's werden soldaat gemaakt en ook Snickers, bananen en Twixen verdwenen achter de kiezen. Een broer/zus-duo uit Berlare-Zele had hier ook een stop ingelast (het voortdurend kruisen van andere duo's zou een weerkerend fenomeen blijven) en we pepten elkaar op. 

De benen waren nog goed, maar op snoep en frisdrank overleeft een mens niet, dus besloten we na een kleine 100 km een frietje te stekken in frituur Krousty te Libin. Ook hier waren we niet alleen, want een Frans duo had besloten een biefstukje te nuttigen om de nacht door te komen. Wij hielden het - vegetariërs in een frituur, altijd een avontuur - iets soberder. Sams sanitaire stop duurde verdacht lang, maar hij had naar eigen zeggen van de infrastructuur gebruik gemaakt om zijn doorweekte kousen toch een beetje droger te krijgen. 

Door naar Dinant! Een hypermoderne touchscreennachtwinkel verkocht ons de volgende lading sportdrank en buiten maakten we vrienden. De Waalse mannen leken ons lichtjes beschonken, maar als we hen ooit nog eens tegenkwamen moesten we hen een CD maken om Nederlands te leren (dat leken we althans op te maken uit hun met alcohol doorspekte betoog).

Genoeg getreuzeld, en het werd stilaan tijd om richting eerste checkpoint te stuiven. Twee lekke banden viel nog mee, want een andere deelnemer bleek na vijf lekke banden door zijn voorraad heen te zijn en moest in Dinant de handdoek in de ring werpen. Gelukkig dat wij nog 2 reservebanden over hadden. Hoewel, even verder bleek 2 ineens 1 te worden toen Sam voor de derde keer moest afstappen. De derde reserveband werd opgelegd en onze moraal kreeg een serieuze knauw. Gezonden door God, stopten op dat moment echter drie bezorgde nonnetjes die ons weer moed inpraatten. Lekken dichten in onze kapotte banden konden ze helaas niet, maar onze zieltjes waren dan toch weer bij elkaar geplakt.

Zonder ongelukken bereikten we even later de citadel van Namen. Daar konden we aan de organisatie een teken van leven geven, aangezien dit het eerste checkpoint was. De beklimming viel goed mee en onderweg naar boven kwamen we een fotograaf (!), wat wietdampen, een in een auto vrijend koppeltje en alweer enkele andere fietsduo's tegen. 1u39 's nachts klokten we ginder af en enkele vunzige moppen van een oversekste deelnemer (we doopten het duo Peppie en Kokkie en zouden hen elk volgend checkpoint weer tegenkomen) later vertrokken we uit Namen. 

De leeuw van Waterloo was de tweede bezienswaardigheid op ons checkpointenlijstje en zonder al te veel ongemakken raakten we ter plekke. Pieter was er nog nooit geweest, maar om 4u34 bleek de leeuw toch vooral donker te zijn. Peppie en Kokkie kwamen even later ook weer het domein opgestoven en voorts waren er nog een vijftal duo's aan het bekomen van de nacht. De verzamelde lichtjes en reflectoren trokken de aandacht van de politie, en onze "we doen mee aan een wedstrijd waarbij we 's nachts moeten fietsen"-uitleg leek hen toch minstens een beetje verdacht. De nacht was koud en de gure wind maakte dat we er snel wegwilden.

Dat we stilaan Vlaanderen naderden gaf ons hernieuwde moed en bij het ochtendgloren passeerden we onder meer de bibliotheek van Halle. Boeken volkakken deden we er niet, maar nostalgisch dachten we toch terug aan die keer op een vorige fietsreis dat ook wij van hun sanitair hadden gebruik gemaakt.

In Galmaarden sloeg de paasklok 7 uur wat betekende dat bakker Van Belle openging. We kochten ons ontbijt in en volgden het voorbeeld van een ander duo in het KBC-kantoor dat rustig probeerde op te warmen. De nacht goed doorgekomen, kregen we bij het aanbreken van de nieuwe dag toch een klopke en Sam viel in slaap.


Met meer pijn dan goesting kropen we uiteindelijk toch op onze fiets en trokken we naar de Muur van Geraardsbergen. We kwamen langs de top, maar om de wedstrijd iets zwaarder te maken, moesten we van de organisatie eerst volledig naar beneden rijden om dan opnieuw naar boven te klauteren. Hierbij misreden we ons een klein beetje, maar uiteindelijk raakten ook wij aan het kapelletje op de top. Peppie en Kokkie volgden gezwind. 8u54 checkten we in; de winnaars van de DuoDiagonaal 2017 waren op dat moment al 2 uur in Oostende. 

Na Geraardsbergen wachtte er ons enkel nog een plat stukje Vlaanderen, of althans, dat dachten we. Het bleef heuvelachtig en in de buurt van Oosterzele bleek de papieren navigatie voor het eerst mankementen te vertonen. Misrijden werd vanaf dan ons lot...

Uiteindelijk kwamen we in de buurt van Gent, waar we door enkele vriendelijke mensen getrakteerd werden op een banaan en wat steunende woorden, waarna we ongeveer de hele ring afreden aan een slakkentempo om uiteindelijk toch aan de Brugse/Gentse Vaart te raken.

Ons energiepeil was vervaarlijk laag gezakt en en in Lovendegem werd een vegetarische pasta geluncht in 't Lanterfanterken. Van Lovendegem naar Brugge was het enkel maar het water volgen, al bleken enkele wegomleggingen daar anders over te denken. Tegenwind, misrijden, slechte baantjes, het was gewoon gruwelijk.

Meer dood dan levend bereikten we Brugge, waarna we ook hier sukkelden om verder naar Oostende te raken. De tegenwind bleef, en Oostende was nog nooit zo ver geweest. Maar dan (na een heel lange tijd) doemde aan de horizon toch iets kuststedelijks op. Oostende, we made it. Hoewel, het checkpoint in Oostende, was het prachtige kunstwerk (NOT) van Arne Quinze en ook dat bleek nog wel een eindje, maar hey om 18u07, na 404 km fietsen en meer dan 24 uur na de officiële start waren we er!



We stuurden Gunther ons laatste teken van leven en trokken naar het station. We did it!

maandag 1 augustus 2016

Recht van antwoord: Stan aan het woord

Gek. Lang moesten Thijs en Stan niet nadenken om tot een besluit te komen over het plan van Sam en Pieter om op de laatste dag de hele trip van Rouen naar Lille te fietsen. Wisten zij veel dat het intussen 2016 was, en dat je dat tegenwoordig ook gewoon per trein kan doen. Die nieuwerwetse duivelskunsten waren echter niet aan onze reisgenoten besteed en hun plan hield stand tot de dag in kwestie.

Half zes ’s ochtends, en in de verte klinkt een alarm, het shaken van een goedje dat zichzelf Joylent noemt, gevolgd door iets wat lijkt op braakgeluiden en gestommel op de gang. Opstaan? Haha nee natuurlijk niet, het is midden in de nacht.

De wekker klinkt uiteindelijk zo’n 4 uur later. Tijd genoeg om nog even rond te slenteren in de Leclerc in het shoppingcenter bezijden ons hotel en er heerlijke Franse boterkoeken en – omdat we het verdiend hadden - Kinderchocoladerepen te kopen. Nadat we deze achter de kiezen hadden en elk een lange warme douche hadden genomen, bestegen ook wij onze fietsen.

100 m rijden. Rood licht. 150 m rijden. Rood licht. 300 m rijden, groen licht, of nee, toch rood. Klimmen. Nog meer rode lichten. Nog meer klimmen. Gelukkig kwam er dan een einde aan onze lijdensweg, want in de verte doemde het station van Rouen op. Met nog wat tijd op de klok laadden we onze bagage en fietsen op de hypermoderne treinen van de SNCF en namen we plaats in een zachte, fluwelen vierzit.

Het glooiende landschap vloog langzaam aan ons voorbij. De zon zocht zich een weg doorheen het wolkendek en bescheen met haar warme stralen ons gelaat. Volledig à l’aise laafden we ons aan het schrijverstalent van respectievelijk Hemingway en Orwell, genoten we van muziek en probeerden we bij te benen met het reilen en zeilen in de rest van de wereld met enkele boeiende podcasts.

Lille werd schijnbaar in een oogwenk bereikt, waarna we ons hotel opzochten. Niet veel later werd een grote, piekfijne kamer ons deel. Na een eerste koffie in het hotel zelf trokken we Lille in, om er al keuvelend de stadssfeer op te snuiven. We kochten een laatste Franse baguette, wat kaas en zochten ons een gemoedelijk plaatsje om te picknicken. Het was intussen al 16u, dus drong een nieuwe koffiepauze zich aan. Niet veel later zegen we neer op een terrasje, waar we konden genieten van de warme avondzon.

We keerden hotelwaarts om er nog even van onze rust te genieten, die echter spoedig werd verstoord. Twee moeilijk te been zijnde fietsers strompelden onze kraaknette kamer binnen, bevuilden deze met hun vuil en zweet, en waren bovendien nog eens ontgoocheld in ons gebrek aan enthousiasme. Begrijpen wie begrijpen kan.


Blij herenigd bestelden we nog enkele pizza’s, trachtte Pieter vergeefs het concept ‘fooi’ duidelijk te maken aan de koerier, kraakten we nog enkele flessen bier en reisden we met z’n allen naar dromenland. Niemand ging met de fiets. 

- STAN -