Pagina's

dinsdag 2 juli 2024

Voorbeschouwing

Agurrak! 

 ‘Daar zijn ze weer’, hoor ik u denken, ‘die mannen met hun fietsreisverslagjes’. Een nieuw jaar, een nieuwe fietsreis, een nieuwe ontdekkingstocht naar een of andere uithoek van het Europese vasteland. Een fietsreis waarover telkens weer een jaar lang wordt gespeculeerd en gefilosofeerd. En bij gebrek aan goed weer in België: een fietsreis die traditioneel ook het échte begin van de zomer inluidt. Maar of we de zon zouden zien en welke oorden we deze keer opzoeken, daar komen we straks op terug. Er is iets anders dat onze aandacht verdient en waarvoor we u, beste lezer, graag waarschuwen. Nóg meer dan vorig jaar kraakte er iets in al zijn voegen. Waren het maar onze kettingen, onze hersenen, of onze steeds ouder wordende gewrichten. Niets daarvan: het was het deelnemersveld. 

De aandachtige lezer herinnert zich dat vorig jaar, anno 2023, onze roedel voor het eerst werd ontdaan van zijn bezieler, zijn drijvende kracht, zijn instigator Pieter. Pieter had toen andere plannen en kon nadien enkel digitaal terugblikken op de heroïsche, epische, krankzinnige avonturen die wij hadden meegemaakt in Slovenië en Italië. Het was dan ook met volle overtuiging dat ons alfateefje zijn (haar?) terugkeer naar de roedel aankondigde en dit jaar opnieuw mee zou fietsen. Vreugde alom zou u denken, nietwaar? Uiteraard! Dramatischer werd het echter toen Stan aankondigde dit jaar de omgekeerde beweging te maken. Onze alfareu zou zich de hele zomer concentreren op schrijven. Helaas niet het schrijven van fietsreisverslagjes, wel het schrijven van een doctoraatsthesis. En dat valt jammer genoeg moeilijk te combineren met een fietsreis. Maar niet getreurd, beste lezer, de gevolgen voor u blijven beperkt: u zult het dit jaar simpelweg moeten stellen met de B-kantjes uit ons literair oeuvre. Wilt u toch graag literatuur uit de A-catalogus? Dan verwijzen we u vriendelijk door naar S. Pannier, 'Enterprising Merchants in the Global Atlantic: the Austrian Netherlands Trade with West and Central Africa, 1775-95' (Cambridge University Press) ergens dit najaar. 

Voor ons, rest van de roedel, zijn de gevolgen echter niet te overzien. Wie zou zich dit jaar hoofdbrekens zoeken naar de mooiste fietsroutes? Wie zou ons taalkundig voorbereiden op contact met inheemse speciën? Wie zou ieder conflict ontangelen nog voor het er was? Wie zou contact opnemen met Deutsche Bahn voor alweer een waanzinnig treinplan-met-op-z’n-minst-5-overstappen? U merkt het, een vat vol vragen voor onze alfateef en de welpjes. Oja, die welpjes had ik nog niet vermeld. Heel kort dan: Sam, ervaren welp met geboren navigatieskills, Frederik, quasi-reumatische welp, en Tim, jongste welp met examenstress. 


Genoeg inleiding, tijd om to the point te komen: waar zou onze reis ons naartoe brengen? Om die vraag te beantwoorden moeten we nogmaals terug naar het gezegende jaar 2023. Onze trip in Italië leerde ons 1) dat het eten en drinken in het Europese Zuiden wel in de smaak valt, en 2) dat we onbewust veel beter Spaans dan Italiaans spreken, getuige de talloze Buenos días, Muy bien, ¡Gracias! en Por favors. Een fietstocht in Spanje stond dus als het ware in de sterren geschreven. Uit angst voor een verzengende Spaanse zomerhitte, viel ons oog op een regio met niet alleen een autonoom bestuur maar ook een relatief autonoom klimaat: het Spaans Baskenland. 

Omdat ook wij nauwelijks iets wisten over het Spaans Baskenland, hierbij een vleugje geschiedenis: het Baskenland is een gebied dat deels in Spanje en deels in Frankrijk ligt. Het Baskische volk, dat daar al meer dan tweeduizend jaar woont, heeft altijd een eigen cultuur, maar nooit een eigen staat gehad. Het Spaans Baskenland roept bij de minder jonge lezers misschien herinneringen op aan de ETA, een afscheidingsbeweging die onstond tijdens het regime van Franco (1939-1975) dat uit was op de vernietiging van de Baskische cultuur. Initieel vreedzaam verzet ging steeds meer hard tegen onzacht, en gaandeweg werd de ETA (Euskadi Ta Askatasuna – Baskenland en Vrijheid) een extreemlinkse terreurorganisatie die regelmatig aanslagen pleegde. Na Franco’s dood kreeg de regio meer autonomie en mocht de Baskisch taal opnieuw onderwezen worden. Hierdoor verdween het draagvlak voor de ETA gaandeweg, evenals zijn gewelddadig verzet. De Baskische identiteit is echter terug van nooit weggeweest:


Hoewel het aantal Baskisch sprekenden jarenlang terugliep, is de taal aan een revival bezig en inmiddels spreekt ongeveer een kwart van de Basken terug Baskisch – voornamelijk in de noordelijke helft. Baskisch is een van de weinige niet-Indo-Europese talen die in Europa worden gesproken en wordt beschouwd als een isolaat omdat het tot dusver aan geen enkele taalgroep kan worden gelinkt. Het is volstrekt normaal als u bovenstaande niet begrijpt. Wat wijzelf onthouden is dat er niks maar dan ook werkelijk he-le-maal niks valt te maken van het Baskisch. Eén weetje als u graag uitpakt met uw talenknobbel: vergeet butterfly, mariposa, papillon, farfalla, schmetterling, fjäril of babochka. Pinpilinpauxa werd verkozen tot het mooiste woord in de Baskische taal. Ternauwernood zouden wij echter proberen overleven op huis-tuin-en-keuken-Spaans. 

Belangrijker dan weetjes over de Baskische taal is wat het Baskenland ons te bieden heeft om te fietsen. Hele generaties topwielrenners groeiden op in de regio – denk maar aan Mayo, Sánchez, Izagirre, Landa, ... – , meerdere bekende fiets(gerelateerde) merken (Orbea, Vittoria) vinden er hun oorsprong en het Baskenland huisvest jaarlijks de Clásica San Sebastián. Hier moéten toch mooie fietsroutes liggen, hoor ik u denken. Dat dachten wij ook, en welp Sam zag de uitdaging schoon om enkele steden, EuroVelo routes en gravelpaden te combineren tot een lusvormig geheel. En zo kreeg onze route gaandeweg vorm: we zouden vertrekken vanuit het Franse Hendaye. Van daaruit steken we de grens over richting Irun om verder zuidwaarts te fietsen naar Pamplona. Vanuit Pamplona trekken we naar het westen om via Estella en Vittoria-Gasteiz aan te komen in Bilbao. Eens Bilbao door zoeken we de Atlantische Oceaan op en rijden we via de kust oostwaarts richting San Sebastian, om nog iets verder terug uit te komen in Hendaye, ons startpunt. Erraza, zou een Bask zeggen. 



Naast het uitwerken van een fietsroute is er nog een tweede probleem dat zich ieder jaar stelt: ter plaatse geraken. Het Baskenland valt net ver genoeg buiten de invloedssfeer van Deutsche Bahn om vertragingen (De fietsprocessie van Echternach, Denemarken, 2017; een eerste reünie, Zweden, 2022; de Mannhein Step, Slovenië, 2023) te vermijden. Bij afwezigheid van die-hard treinreiziger Stan, en omdat we zouden aansluiten bij een andere roedel te Lourdes direct na onze fietsreis, werd door Frederik een even simpel als geniaal Logistiek Plan™ uitgewerkt: de auto. Tim en Pieter zochten en vonden een fietsrek voor 4 fietsen, en zodoende waren alle praktische problemen alvast van de baan. Bij gebrek aan goed voorjaarsweer bleef er slechts één grote vraag over: hoe zouden onze benen het stellen? Geen betere manier om dat te ontdekken dan aan te zetten! prest, jarri, joan ofte ready, set, go!

(Frederik)

dinsdag 7 november 2023

26 juli: Epiloog: Verona vieren

Verona ● 13,55 km ● 157 m

We werden wakker in de stad waar we zevenhonderd kilometer en zevenduizend hoogtemeters voor gewerkt hadden. Natuurlijk was het echte Verona de vrienden die we onderweg gemaakt hadden, maar nu we hier toch waren konden we het maar beter gezien hebben. We holden naar de supermarkt voor een ontbijt en namen plaats op de bus naar het centrum.

Na twee weken plichtsbewust naar een gps gestaard te hebben voelde richtingloos rondslenteren bijzonder ongemakkelijk. Na even rondzoeken op het internet besloten we ons lot te verbinden aan de Ultimate Verona Walking Tour. Maar Ultimate of niet, doppio's zouden er gedronken worden om 10 uur. We verfristen onze voeten in een vijver en bogen ons vanop een brug vol ontzag over een kolkende Adige, die onvermoeibaar modder en puin bleef aanvoeren uit het noorden.

Besloten werd om te lunchen in een foccacia-zaak. De middaghitte vóór haar, de ovens achter haar, en de bestellingen van toeristen die werkelijk van overal kwamen: de verkoopster stond op het punt te exploderen. Snel griste ik onze bestelling van de toonbank en vervoegde mijn vrienden. Samen met de andere toeristen klommen we naar het uitzichtpunt en zagen Verona prachtig baden in de zon. Daarna besloten we nog hoger te klimmen richting het Parco delle Colembare.

In het Parco delle Colembare waren al veel minder toeristen. Het is te zeggen, buiten een jong koppel was er niemand. De speeltuigen waren er versleten en de 4,3-score op Google leek lang geleden verdiend te zijn. De enige reden om het park te bezoeken, zo leek het, was om alleen te zijn. Getuige de boze blik van het meisje en de schaapachtige blik van de jongen had die laatste het bezoek aan het park effectief op die manier verkocht. Maar dat was dus buiten vier Belgen gerekend die zich bescheurden over een vuilbak midden in een veld en die een zwart ingepakte cipres verwarden met een niet te missen monument.

We daalden terug af naar het centrum en zetten onze tocht voort langs prachtige gebronzeerde gevels en bebloemde balkons. Gelateria GROM veroverde op de valreep een plekje in onze top drie gelateria's van de reis. We bezochten een winkel met lekkernijen die, van wijn over pasta tot beenhesp, allemaal de stempel 'lokaal' mee hadden gekregen. Dat geloofden we graag, tot twee West-Vlamingen ("Kiek, daddes vlees van uzze beestn!") die illusie vakkundig doorprikten.

Om een reden die we toen nog maar half wisten en die ik nu volledig vergeten ben hadden we voor de tweede nacht in Verona een ander hotel geboekt. De bed and breakfast in kwestie had twee gezellige kamers voor ons klaargemaakt. Blijkens de rozen op onze tweepersoonsbedden had de gastvrouw de relaties in onze groep enigszins verkeerd ingeschat, maar goed, het ontbrak ons aan energie en Italiaans om één en ander op te helderen.

Het was intussen voorbij zessen, en dus was het tijd voor steevast het leukste supermarktbezoek van de fietsreis, namelijk het Laatste Supermarktbezoek. Niet gehinderd door plaats of gewicht mochten we voor één keer alles kopen waarvan we dachten dat een mens het in een twaalf uur durende thuisrit kon verstouwen. Dat is veel minder dan je zou denken, maar dat vergeten we gemakshalve ieder jaar. Snoep, chocolade, chips, Kinderrepen, kortom, alles wat een beetje naar diabetes type 2 smaakt verdween in onze manden.

Gelukkig en met volle tassen waggelden we naar de pizzeria. Op het terras bogen we ons over de menu's en probeerden we met Google Lens een kalfsleverpizza te vermijden. Dat er ook een Engelse kaart was, zei de opdienster schaterlachend, wijzend naar een QR-code waar in het Italiaans onder stond dat die naar de Engelse menu-kaart leidde. 

Heerlijke pizza, fabelachtige wijn, zoete tiramisu, enfin, u kent het ondertussen al. Maar toen een wolk in de verte begon te bliksemen liet ons lichaam weten dat het decadente diners nog door de vingers kon zien, maar dat het verteren van trauma's wel onderhand mocht stoppen. We rekenden af terwijl het personeel ons een fijne terugreis wenste."¡Gracias!", zei Tim, en we wandelden de avondschemer in.

Dank, beste lezer, dat u bij ons was.

(Stan)

25 juli: Ciao ragazzi

Monteforte d'Alpone - Gardameer - Verona  ● 110,46 km ● 532 m

Getuige onze vredige nacht had de supercel Monteforte met rust gelaten. Niettemin onthulde het openschuiven van het gordijn een asgrauwe hemel. Samen met onze muesli lepelden we op tv de eerste nieuwsberichten naar binnen. Weg waren de vrolijk zwetende toeristen in Rome, die ochtend was er alleen een ernstige nieuwslezer die verslag deed van de doortocht van de storm. We moesten geen Italiaans verstaan om te snappen dat het om Rampspoed ging. 

Met een klein hartje nestelden we ons voor de laatste keer op ons zadel. De wijngaarden lagen er spookachtig bij, iedereen op de openbare weg leek gehaast en elke kilometer deed verder het licht uit. Op een jaagpad langs de Adige gebeurde het onvermijdelijke. Bliksem. Donder. Regen. Veel regen. Links de rivier, rechts de velden. We konden nergens heen buiten rechtdoor. Het onweer had ons te pakken, volledig en genadeloos. 

Door de stortbui die langzaam hagel werd raceten we San Giovanni Lupatoto binnen. We verstopten ons op het eerste overdekte terras dat we zagen. Het was een reggaebar. In onderbroek kwam de uiteraard relaxte uitbater vanachter zijn meterslange rasta's vertellen dat hij weliswaar nog niet open was, maar dat we zolang konden blijven als we wilden. Dat was heel erg sympathiek, en even rustten we uit terwijl de dakgoot een waterval werd. Maar omdat natte kleren de vervelende neiging hebben kou te worden, en omdat schuilen ook maar schuilen is, besloten we koffie te gaan zoeken. Get up, stand up, en door de hoofdstraat slash rivier reden we allemaal richting Bar Roma.

Allemaal? Nee, één fietser was erin geslaagd zijn band plat te rijden op het terras van de reggaebar. Het was Frederik. Sprintend naast zijn hobbelende fiets bereikte ook hij uiteindelijk Bar Roma. Terwijl wij ons tegoed deden aan warme koffie en zoete brioches verwijderde hij operationeel een doorn uit het rubber. Intussen was ook het onweer zijn scherpe kantjes kwijt en leek de zon het eindelijk te gaan halen. We rolden onze fietsen het terras af. Een oude vrouw zwaaide ons uit en kruiste haar vingers.

Zon en zuurstof is alles wat een fietser nodig heeft en de rest van de ochtend stroomde er van over. De route kabbelde kilometerslang verder over een aangename veldweg. De warmte werkte aanstekelijk, en een autobestuurder riep ons lachend "Ciao ragazzi" toe. Een iets zwijgzamere chauffeur passeerde vol hagelblutsen en zonder achterruit. In Villafranca gooide nog een andere bestuurder zijn zijdeur open en veegde ons ei zo na van de weg. Onze integratiecursus bleek voltooid toen een Italiaanse trucker onze kant koos en zijn scheepshoorn in de strijd gooide om zijn landgenoot te verwensen.

Valeggio sul Mincio kwam niets te vroeg, want intussen had ook mijn band er langzaam de brui aan gegeven. Terwijl ik aan het schroeven en pompen ging bezochten Sam en Frederik de Eurospin. Het was het soort winkel waar de verf van de muren bladdert en het woord 'merk' een scheldwoord is. Maar goed, ze hadden brood, ze hadden kaas en ze hadden bananen, dus waren wij gelukkig.

Het fietspad naar Peschiera del Garda werd om de honderd meter onderbroken door omgevallen bomen. Na veertien keer afstappen en optillen hadden we het wel stilaan gehad, en toen er uit de gevallen takken opeens slangen tevoorschijn kronkelden besloten we een andere weg te nemen. Eerst passeerden we een koppel cipressen dat verslagen tegen een huis aanleunde. Daarna vonden we een weggewaaide lounge-set. En in het centrum van Peschiera del Garda wachtte een parking vol auto's waarvan werkelijk geen enkele ruit meer intact was. 

Maar het leven ging voort voor de toeristen aldaar, en ook wij streken neer aan het strand. Sam, Frederik en ik doken het meer in. Een oerkreet die twee keer weerkaatste tussen beide oevers later ging ook Tim kopje onder. Frederik sloofde zich uit door de Cirque du Soleil-ster uit de hangen aan een staketsel, maar viel er gelukkig af toen iedereen begon te kijken. 

We speelden een paar repen naar binnen en reden verder. Een jongentje had het onderhand wel gehad met dat hele meer en smeet zich voor Sams voorwiel. We wuifden het water vaarwel en zetten koers naar Verona door prachtige wijnvelden. De kerktorens van de stad kwamen in zicht, we hoorden de eerste toeristen Romeo en Julia ensceneren, en mocht het leven een eindeloze Tomorrowland-aftermovie zijn, dan hadden we met onze handen juichend ten hemel over de finish gereden. Maar dat is het leven natuurlijk niet, en dus reden we een kilometer voor ons hotel lek naast een stinkend kanaal.

Na onze uitgesponnen slotkilometers bereikten we Euromotel Croce Bianca, hetzelfde verblijf van tien dagen eerder. Op de parking bleek in tussentijd de snoeidienst gepasseerd om alle bomen kort te knippen. Alle bomen? Nee, één boom was ongemoeid gelaten, want daaronder stond al tien dagen een mysterieuze wagen. Het was die van ons. Gênant. De receptie zei niets, en wij slopen naar boven. We wasten het Gardameer van ons af in de lavabo die onze douchekuip moest voorstellen terwijl het douchegordijn ons een plakkerige knuffel gaf. Tim testte of het debiet van de wc intussen verhoogd was. Dat was niet het geval.

Tijd om te vluchten naar een restaurant dus. Intussen begonnen we Italiaans dineren goed te snappen, en we hadden nauwelijks de kaart nodig om pizza, wijn en sorbetto limone te bestellen. Naast ons was een verjaardagsdiner bezig waarbij het jarige meisje een gigantisch cadeau kreeg. Het bleek een ellendig fopcadeau. Naarmate de verpakking kleiner werd moesten we onze gokken bijstellen van grasmaaier naar broodrooster naar konijn. Het werd uiteindelijk een kaartje. Het meisje deed goed haar best om haar teleurstelling te verbergen.

Op de terugweg passeerden we toevallig nog een gelateria – ok, ok, misschien ook niet zo supertoevallig – en met een buik vol ijs arriveerden we aan ons hotel. We namen de lift.

(Stan)

zondag 5 november 2023

24 juli: Visitors of Frederik

Nove - Monteforte d'Alpone ● 99,96 km ● 259 m

Sam werd wakker, keek naar zijn tentopening en zag een hond. Wat verder stond een baasje geduldig te wachten, leiband in de hand. Ook Tim bleek gebouwd te hebben op een wandelpad en zat al twee uur gehurkt de ingang van zijn tent te bewaken. Kampeerplekken 's avonds en kampeerplekken 's ochtends, ze zijn zelden dezelfde. 

Een oudere man wandelde voorbij en leek te vragen waar we naartoe gingen. "Verona", zei ik, waarna hij een reeks Italiaanse namen begon op te noemen. "No", zei ik, "Verona", en opnieuw volgde een processie Italiaanse steden. Uiteindelijk droop de man af, beseffend dat er met deze barbaren uit Gallia Belgica geen zinnig gesprek mogelijk was. Toen hij weg was zeiden mijn vrienden dat de man ons de beste weg naar Verona had proberen uitleggen en ik daar telkens als een complete sociopaat 'nee' op had geantwoord. Maar dat zeiden ze dus achteraf. Natúúrlijk zeiden ze dat achteraf.

We volgden de Brenta zuidwaarts door een mooi natuurgebied. Een eerder onweer had ook hier lelijk huisgehouden, en vaker dan ons lief was moesten we over, onder en rond boomstammen navigeren. Op een smal paadje viel Frederik omver, de gracht in. Een snelle medische check-up leerde dat we daar hartelijk mee mochten lachen. In Piazzola dronken we onze doppio's en hielden een sanitaire stop. Deed dat ook: een duif, recht op Tim zijn stuur. Het was zonder twijfel het hoogtepunt van de reis.

Over lange, rechte fietsbanen bereikten we Vicenza. De zorgeloosheid van de ochtend was inmiddels volledig overgewaaid. De dader: een supercel die zich in de Alpen had gevormd en nu over de Po-vlakte onze richting uitraasde. Donder, bliksem, wind, regen, hagel. Het hele pakket, en meer. U weet intussen, beste lezer, dat wij wel houden van de rock-'n-roll van het kampeerleven, maar ice rocks waren misschien toch iets te veel van het goede. We besloten onze laatste tentnacht in te ruilen voor een hotel.

Intussen was er in de groep een wedstrijd begonnen wie de meeste ongeruste berichtjes had gekregen over de nakende onweersbuien. Tim, Frederik en Sam hadden minstens zeven exemplaren verzameld onder elkaar, maar mijn naasten bleven achter. Ik besloot hun aan te moedigen met een "Mochten jullie ongerust zijn, we hebben een hotel geboekt". "Ik was niet ongerust" kwam per kerende uit België terug. Maar ik heb het gevoel dat we de essentie uit het oog verliezen, en dat was dat we ons dringend uit de voeten moesten maken. 

Maar dringend, dat was buiten Frederik gerekend. U moet weten, beste lezer, dat Frederik al heel lang werknemer, vertegenwoordiger en officieuze influencer is voor het bedrijf Atlas Copco. Voetballen we, dan is dat met een bal van Atlas Copco. Nauwelijks vallen er druppels, of daar is al een paraplu van Atlas Copco. Muziek vroeg u? Hier, een bluetooth-box van Atlas Copco. En nu moest het dus lukken dat er op ons traject een fabriek lag van Atlas Copco, maar mocht Frederik die eigenhandig gebouwd hebben na het bekendmaken van onze route, we hadden het ook geloofd.

Aldus stonden wij even na tweeën in Montecchio Maggiore voor de deuren van een immense fabriekshal. Toen de poorten dichtbleven vreesden we even waanideeën zoals de minibus op de berg in Slovenië. Maar kijk: even later piepten de deuren open en kregen we met een badge de officiële status van 'Visitors of Frederik'. En zowaar, Frederik werkte hier écht. Een schare collega's verzamelde zich en trakteerde ons op ijskoud water en espresso's. Ik heb nog altijd geen idee wat ze doen, maar Atlas Copco is een wonderlijk bedrijf waaraan u al uw geld moet geven.

Monteforte d'Alpone, onze eindhalte. We klokten de rit opnieuw af op honderd kilometer. Enfin, 99 kilometer en 960 meter, een deficit van 40 meter toe te schrijven aan mijn Wahoo en niet aan mijn vermoeidheid. Algemene hilariteit onder mijn kompanen, dat begrijpt u, en ja ik ben echt wel nog in staat op eigen kracht naar boven te stappen, dank jullie wel.

We ploften neer op bed, zetten de tv aan en kwamen terecht midden in een Italiaanse nieuwsuitzending. Van hagelbollen in het noorden ging het naar veertig graden in het zuiden. Enkele toeristen mochten uitleggen waarom ze ondanks die temperatuur toch naar Rome waren afgezakt. Vreemd, vonden we, waarom laten ze nu enkel Italiaanse toeristen aan het woord. Die zijn die hitte toch gewoon. Maar dat was maar schijn. Het waren wel degelijk buitenlandse toeristen, alleen waren ze overbabbeld door ellendige dubbers. 

En dat verklaarde heel wat van de voorbije dagen. De Europese vlag wapperde hier trots aan elk openbaar gebouw, maar hoe moet het ooit tot een echt Europese samenleving komen als landen zo'n taalbarrière rond zich optrekken? Natuurlijk moesten wij als bezoeker Italiaans leren, maar zou het voor het Brede Verhaal en de Lange Termijn niet handig zijn om een middenpositie te crëeren? Een gezellig Engels buurttuintje dat door alle partijen onderhouden wordt? Maar zo'n project wordt natuurlijk moeilijk als zelfs de meest passieve vorm van taalabsorptie vakkundig de nek wordt omgewrongen door het overpraten van anderstalige mensen. U las het hier het eerst: als het ooit nog eens tot een Europese oorlog komt, dan zal dat de schuld zijn van het dubben.

Op slippers wandelden we richting het restaurant dat onze gastvrouw had aangeraden. En beste lezer, mocht u ooit moeten schuilen voor een supercel in Monteforte d'Alpone, dan raad ik u ten zeerste restaurant Gabry aan. We bestelden heerlijk romige pasta's, deelden een paar ovenverse pizza's onder ons vieren en bestelden een litro Suave, de wijn door wiens velden we die dag gereden hadden. Bij het afrekenen was Tim zijn pincode vergeten.

Op het nachtkastje gaf mijn gsm een melding van een bericht uit België. Dan toch een teken van ongerustheid? "Kon je geen 40 meter verder rijden voor op Strava?" Ik zette vliegtuigmodus aan en ging slapen.

(Stan)

donderdag 28 september 2023

23 juli: San Marino full bloccato

Farra d'Alpago - Nove ● 124,87 km ● 1105 m

Die blinkende, kraaknette racefietsen. Die fitte, gespierde lichamen. Die uit aders en poriën spattende viriliteit. Maar genoeg over ons, we zouden het over de triatleten hebben. Tegen 9u waren alle deelnemers verzameld op het strand. "Silenzio", kippenvel, een schot, een absolute bestorming van het meer. Toen we zelfs de meest getrainde sporters halverwege het zwemmen forfait zagen geven, wisten we dat we goed hadden gedaan met ons niet in te schrijven.


We permesso'den ons een weg door de meute en vonden onze route. Om tien uur reden we onder beierende klokken Belluno binnen. Het terras was zonnig, de brioches zoet en de rust zondags. We kabbelden verder door de vallei, aan weerszijden omgeven door de Dolomieten. Er was Mel, dat even schattig was als haar naam. Er was Feltre, dat prachtig lag te zijn hoog op een heuvel. En er was een mysterieuze, in fluogroen badende weg. Onze innerlijke geigertellers gingen in overdrive, maar het was echt wel verf.

 



In de Aldi besloot Tim dat het tijd was voor chaos in zijn darmen en kocht een smoothie. Helaas: de fles was voorzien van een kinderslot. Gelukkig was Tim op reis met mensen die dicht bij de 30 aanleunden en die spoedig de aftakeling zouden inzetten en de reis naar het onvermijdelijke einde zouden aanvangen en omzeggens al met één been in het graf stonden, maar wat ik dus eigenlijk wilde zeggen is dat bij ons de dop er in één draai afging. Evenmin een succesaankoop: Tims nieuwe zonnecrème, die bij nadere studie van het etiket anti-verouderingscrème bleek. Toen Tim opnieuw aan de kassa verscheen en de tube toonde, begreep het Italiaanse personeel ook zonder woorden dat dit een uiterst belachelijke aankoop was geweest. Hij kreeg zijn geld terug.

Na de middag was er alleen maar zweet. De zon beukte ongenadig in op onze Muur van Hadrianus aan zonnecrème. De route ging omhoog, de weg werd gravel, en je zal het altijd zien, net dan zal een daas in je billen steken. Wij wilden gewoon een ijsje, wat we kregen waren uitgestorven dorpen die amper nog een naam hadden. 

Voorbij een plek die vroeger een stad was en vroeger Fastro heette, was het eindelijk gedaan met klimmen. En dat gebeurde tamelijk driest. De route gooide ons tweehonderd meter naar beneden, de smalle kloof van de Brenta-rivier in. Bij het eerste café stopten we. Het was een bikercafé. Honderd meter verder was een bar voor mensen die níét weten wat een carburateur is, maar goed, dat zagen we pas toen we weer vertrokken. En zo gebeurde het dat wij een eiland van lycra werden in een zee van leder. En als dat nog niet genoeg was om uit de toon te vallen, dan waren er altijd nog onze fanta's die fel afstaken tegen het bos van halve liters. We bleven niet langer dan nodig.


Op een brug wachtte een hek en een politieagent met zonnebril. Ik kan u verzekeren, beste lezer, dat "San Marino full bloccato" niet iets is wat je een agent dramatisch in zijn politieradio wil horen schreeuwen in een kloof van honderd meter breed, maar dat was dus wat hij dramatisch in zijn politieradio schreeuwde. Oef: de kloof telde twee wegen, en wij reden langs de weg zonder San Marino. 

Nee, wij kregen iets veel beter: San Gaetano. Al bleek ook dat dorp behoorlijk bloccato: op de Brenta was net een kayakrace afgelopen, en die had de hele vallei naar San Gaetano gelokt. We hadden de wedstrijd gemist, maar met de slaloms die we ten berde brachten in de massa hadden we vast en zeker de wisselbeker mee naar België genomen.

De kloof werd breder, de kloof werd breed, de kloof werd Bassano. Het was een stad met een leuke houten brug, maar, zo beseften we snel, die houten brug was het minst leuk voor mensen die zich op de brug bevonden, want daar valt helemaal niets te zien. We reden door naar de supermarkt en verstouwden een pak Mars-ijsjes als aperitief op het avondmaal. 


Dat vonden we in Nove, een dorp dat door een verbijsterend toeval en zonder twijfel door ingreep van hogere machten de zustergemeente van Welkenraedt bleek. Nu vonden wij persoonlijk dat je je pas een zustergemeente van Welkenraedt mag noemen als je in haar kapel hebt geslapen, in haar station hebt gekampeerd en jezelf een indigestie hebt gegeten in haar ijssalon, maar we gaven Nove het voordeel van de twijfel. 

In de avondzon zegen we neer op het terras van een pizzeria, bestelden verfrissing en keken naar de sprint op de Champs-Elysées. En voor de vierde avond op rij trakteerde ik mezelf op een ovengebakken pizza margherita.

De hemel bestaat en ze heet Italië.

(Stan)

22 juli: Permesso

Codroipo - Farra d'Alpago ● 95,64 km ● 650 m

Ik opende mijn ogen en zag slakken. Het was zo'n ochtend. Zuchtend ging ik aan het werk om de naakte hoopjes slijm opnieuw in het gras te krijgen. Mijn vrienden spreidden intussen buitentent, binnentent, matjes en omzeggens alles wat vocht kan opnemen uit in de ochtendzon in een poging zo min mogelijk onweer mee te nemen op de fiets.

Over een vlak wegdek reden we door de ontluikende hitte. Irrigatiemachines spoten driftig water de omliggende velden in. Tim wipte een zwartrijdende naaktslak van zijn schijfrem. In Fiume Veneto hielden we net zoals gisteren doppio-pauze, en we namen ons voor daar een traditie van te maken. Met uitzicht over het centrale piazza genoten we van onze bebloemsuikerde brioches. Aan de overkant van het plein ging een begrafenis van start. Even schaamden we ons voor onze opgewektheid, maar spoedig vervoegden de kistdragers zich bij ons toen het gezelschap in de kerk verdween. Lachend sloegen ook zij een paar doppio's achterover, om daarna weer sereen en professioneel bij de auto te gaan waken.

We vulden onze drinkbussen bij in het stadsfonteintje en lieten Fiume Veneto achter ons. De volgende halte was Pordenone, waar we terecht kwamen in de immense, stratenlange en drukbevolke markt van de stad. Knap lastig manoeuvreren, maar "Perdone Pordenone" was wel echt superleuk om te zeggen. Het moest trouwens 'Perdono' zijn, zie ik nu.

Na Pordenone nestelden we ons opnieuw in de meewind van de dag voordien en cruiseten geruisloos verder. Tien kilometer werd twintig, twintig werd dertig. Konden we Vittorio Veneto al zien liggen aan de einder? Nee, dat konden we niet. Maar wel: zwarte wolken. Dit kon je niet menen. Onze benen gingen in traumamodus. Onze hoofden combineerden fight en flight in één reflex. Onze pas opgedroogde slaapzakken gilden in onze fietszakken. 

Hijgend stortten we neer bij de supermarkt van Vittorio, kletsnat maar niet van de regen. Binnen vonden we in de bakkerij heerlijke focaccia. In een andere rayon had Tim een medewerkster aangesproken in zijn zoektocht naar Snickers. Of zoals Tim het uitspreekt: Sneakers. Die ontbraken vreemd genoeg in het koekenrek. Wijzend ging hij één voor één de wel aanwezige repen af. "Mars. Twix. Milkyway. Sneakers?". We trokken hem weg en duwden snel een doos Bounty's in zijn handen voor de fronsende vrouw er een paar Allstars in kon steken.

Buiten passeerde een dakloze oude man en gaf ons een schouderklopje. Even krompen we ineen, tot we beseften dat wij pakken smeriger waren dan de man. Dat zou er niet beter op worden, want buiten Vittorio wachtte een helling van vijftien kilometer met op de top Farra d'Alpago en het Lago di Santa Croce.

De beklimming naar Farra d'Alpago wisselde af tussen onbegaanbaar geitenpad en hersendodende autoweg. De route probeerde ons gemotiveerd te houden door felblauwe meren voor onze ogen te bengelen, die steeds groter werden naarmate we stegen. Onze eigen prestaties overschattend dachten we natuurlijk bij elk meer dat we de top bereikt hadden, maar goed, daar kon de route niets aan doen. Volgde achtereenvolgens: mini-Lago del Restello, medium-Lago Morto, en dan mega-Lago di Santa Croce als magistrale hoofdprijs.

We daalden af en klopten aan bij de camping van het meer voor een standplaats, en vooral, een douche. De uitbater waarschuwde ons dat er de volgende ochtend een kwarttriathlon zou plaatsvinden en dat die mogelijk over onze route zou lopen. Geen zorgen, zeiden we, wij vinden het helemaal niet erg om de weg te delen, maar dat was niet was hij bedoelde. We zochten een plekje en namen hoogte van onze buren. Er waren natuurlijk Nederlanders, die vrolijk hun fietspomp aan ons uitleenden. Er was een man die ons meteen zijn campingstoeltjes aanbood. En er was een man die zijn hele camper had overspannen met netten tegen de elektrische straling. Daar moesten we misschien niet tegen praten. 

Geen buur, maar wel erg aanwezig: een meisje dat rondjes reed op de camping en tegen iedereen die zich op het gangpad durfde te begeven 'permesso' riep. Dat is ongeveer Italiaans voor 'pardon, mag ik passeren'. Maar hoe langer we haar observeerden, hoe zekerder we er van waren dat het obstakelloos fietsen haar gestolen kon worden. Dit meisje wilde gewoon graag 'permesso' zeggen. Hoe trager en pedanter, hoe liever. Waar je je ook bevond op de camping, ergens galmde wel die 'permesso', en om heel eerlijk te zijn, beste lezer, soms hoor ik ze nu nog.

We begaven ons naar de sanitaire blok en keerden terug naar onze tenten toen we vaststelden dat dit een ellendige breng-uw-eigen-wc-papier-camping was. De douches waren al even gul met een muntstuksysteem, al bleek Frederik in zijn eindeloze douche het happy hour getroffen te hebben. Ik was mijn douchehanddoek sowieso in België vergeten, en nu bleek ook mijn herbestemde keukenhanddoek spoorloos. Maar, beste lezer, ik kan u intussen het heuglijke nieuws melden dat hij terecht is.


Fris gedoucht verzamelden we op het terras voor het aperitief. Het was het soort gammele plastieken-stoelen-terras dat je bij een camping zou verwachten. De prijzen waren er niettemin erg laag en wij waren erg moe, dus besloten we gewoon ter plekke te eten. Maar we hadden de populariteit van de zaak onderschat. Naarmate de zon zakte, vulde het terras zich met alle campinggangers, Farra d'Alpago'ers en een delegatie uit Vittorio Veneto. We meenden zelfs de kistdragers uit Fiume te herkennen. En iedereen had natuurlijk een reservatie buiten wij. Van het terras werden we verplaatst naar de eetzaal, van de eetzaal werden we even algeheel uit de zaak gezet om daarna toch weer een plekje op het terras te krijgen. Hoe het eten geweest was, vroeg de ober later. "Muy bien", zei Sam, en de man deed beleefd alsof zijn terras inderdaad in Spanje stond.

We genoten van het laatste uur avondzon. In de achtergrond boorde een kind zich met fiets en al in de struiken - helaas zonder eerst 'permesso' te roepen. De pintjes waren intussen dikke vrienden geworden met onze vermoeidheid, en we begonnen ernstig een deelname aan de kwarttriathlon te overwegen. Een kilometer zwemmen? Kijk, zo lang was dat 25-meter-brevet nu ook weer niet geleden. Vijf kilometer lopen? Dat moest minstens de afstand geweest zijn tussen de tent, de wc-papierloze toiletten, de tent en de wc-papierloze toiletten. En veertig kilometer fietsen? Hilarisch.

Gelukkig was dapperheid geen discipline. De volgende ochtend stonden we aan de start als toeschouwers.

(Stan)

maandag 18 september 2023

21 juli: Doppio por favor

Deskle - Codroipo ● 102,69 km ● 259 m

Nog meer dan het grensbord vertelden de cipressen dat we in Italië waren. Een fietsostrade had ons vlot de Sloveense grens over geleid. Er was zelfs een kraantje geweest om de slaap uit onze ogen te spoelen. De één had al meer werk dan de ander: waar wij dachten dat de trein van gisteren de laatste was geweest tot de stilte 's ochtends opnieuw genadeloos aan stukken was gescheurd, was Tim er rotsvast van overtuigd dat de nacht uit een eindeloze processie wagons had bestaan.

Hoog tijd dus voor suiker en caffeïne op Italiaanse wijze. In een bar in Gorizia lieten we de dos cervezas achterwege maar bestelden toch brioches en espresso doppio's, por favor. Al even Italiaans als ons Italiaans waren de wc's. We wisten niet meer waar we ze het laatst gezien hadden. Was het in die laatavond-docu over barbaarse praktijken in Guantanamo? Of was het toch in de martelkamer van het Gravensteen? Enfin, laten we zeggen dat het weerzien met de Franse wc niet hartelijk was. 

Eenmaal buiten Gorizia reden we al snel langs dure landhuizen, lange oprijlanen van witte kiezel en wijngaarden die zich uitstrekten tot zover het oog reikte. Het was een zinnelijk landschap van ontelbare aanzwellende druiven, langzaam op weg naar duizenden flessen en miljoenen monden.

Onze Triglav-benen trapten door boter op de Po-vlakte. Geholpen door meewind hadden we al voor de middag de 60 kilometer naar Udine verteerd. Op het Piazza della Libertà gingen we Romeins aanliggen voor een copieuze maaltijd van verse mozarella, pasta, lasagne, calamares en tomaten zo dik als hoofden. Boven ons pakten zich dikke wolken samen, en spoedig konden we weer ondervinden hoe belachelijk luid donder eigenlijk is als het niet veilig is weggestopt achter baksteen en isolatieplaten. We raapten etensresten samen en vluchtten naar een zuilengalerij. Het was er droog, er was plaats voor een uitgestrekt dutje, en tussen ons gezegd en gezwegen, beste lezer, de toestand van Jans sokken had de optie van een indoor schuilplek eigenlijk onmogelijk gemaakt.

Het onweer was Udine na twee uur eindelijk beu en ging op zoek naar een nieuwe prooi. Besloten werd om eerst nog even een terras aan te doen, en zo kwamen we terecht bij een caféhouder die enthousiast de terugkeer van de zon wilde vieren. Een kwartier van espresso's, Italiaanse schlagers en luide stampers later was elk spoor van slaap uit ons lichaam verdwenen. We reden opnieuw het landschap van de voormiddag in, deze keer onder een blauwe hemel. Modderige gravelsporen en een ondergelopen tunnel verhinderden niet dat we snel in Codroipo stonden, de stad waar Jan ons zou verlaten. We bestelden een ijsje, likten het op, en gingen onmiddellijk opnieuw in de rij staan. Een kind kreeg die keuze niet en werd krijsend weggesleept door zijn moeder.

Frederik opperde om onze eerste avond in Italië te vieren in Kebab Istanboel, en u kan zich nu onmogelijk voorstellen hoe serieus dat voorstel was. Zijn suggestie werd door ons Codroipo uitgelachen, en de fietsgoden berispten hem met een lekke band. 

Even later nestelden we ons op het terras van Pizzeria Ermes voor een echte Italiaanse maaltijd en een echte Birra Amoretti. De volle 66 centiliter, waarmee we onze nacht hypothekeerden. Want zoals elke kampeerder weet betekent één pintje een priority ticket naar dromenland, en twee pintjes 's nachts opstaan in nat gras en waar zijn die slippers in godsnaam gebleven en daarnet in het licht was het hier precies toch gezelliger en wat is al dat geluid hier eigenlijk moeten die dieren niet slapen en zijn dat nu ogen die ik zie in de struiken en snel terug in de slaapzak die natuurlijk kletsnat is nu van het gras en waarom moest dat tweede pintje nu weer zo nodig serieus behéérs u toch eens, enfin, gedoe, maar het was Jans laatste avond dus werden het er twee.

We namen afscheid en reden de stad uit op zoek naar een slaapplek. Na een aantal valse landingen streken we neer in een klein bosje. In de verte werd de dromerige avondlucht verstoord door bliksem. Prachtig, vonden we, tot we beseften dat de bliksem bewoog. Ze kwam dichter. In paniek stelden we onze tenten op, Sam brak een stok, ik liet vijf muggen binnen. Helaas: het onweer had ons te pakken. Kletsnat en onder de steken gingen we slapen.

En ik ben echt zeker dat ik die nacht in de struiken ogen heb gezien.

(Stan)

20 juli: Pizzerija Marija

Trenta - Deskle ● 75,22 km ● 805 m

De campingautomaat produceerde een betaaltoon, een klik en een heerlijke espresso. Met zicht op de maagverschrompelende reuzen van de Triglav nipten we het zwarte goud naar binnen. Ook enigszins maagverschrompelend: de dode schorpioen die we net hadden gevonden in de toiletten. Wikipedia suste, de Alpiscorpius gamma was volstrekt ongevaarlijk.

Niettemin verdachtte ik het beest er al snel van zijn angel in mijn band geboord te hebben. Na nauwelijks vijf kilometer liep hij hobbelend leeg. Op een oprit hielden we de reparatiesessie kort en krachtig, te meer omdat enkele Slovenen ons kwamen aanmoedigen met honden en "This is private property".

Het hoogteprofiel van onze fietsreis was dit jaar kort samen te vatten. Eerst 150 kilometer stijgen en dalen, dan de eenzame hoogte van de Vrsic, en dan een eindeloze glijbaan tot in Italië. Maar, zo bleek, die glijbaan had zijn beste tijd gehad. Ze zat vol blutsen en builen, was voorzien van een paar aftakkingen die nergens heen leidden, en – extra problematisch – weigerde koppig naar beneden te gaan.

Het begon nochtans goed met schitterende, inktzwarte asfaltbanen die gisteren aangelegd leken. Of eergisteren, ik heb geen idee hoe lang asfalt moet drogen. In de rotswanden zagen we klaterende watervallen. Plots volgde er echter een hangbrug, die leidde naar een gravelpad. Jan stoof opnieuw de afslag voorbij, maar toen het gravelpad er halverwege de brui aan gaf bleek zijn keuze de juiste. Na een omweg via Bovec kwamen we weer op de route. Opnieuw verscheen er een verdacht uitziende gravelafslag, maar oef, een oudere dame en heer kwamen van achter de bocht tevoorschijn.

Wat volgde was kilometers lang dokkeren over het soort stenen dat ze tussen de rails gooien. De weg leek bovendien recent omgeploegd, of op zijn minst gebombardeerd. Niet plooien, dachten we, wat een koppel stationsfietsen kan, kunnen wij ook. Tot het ons begon te dagen: die mensen waren omgekeerd toen ze de staat van de weg hadden gezien. Bij de eerste hangbrug over de Soca evacueerden we.

Na de lunch in Kobarid viel het eten en de hitte als een baksteen op onze helm. We wilden zwemmen, en wel nu. We stopten bij een bosje, kropen door een bedoornd pad en daar vonden we haar. De Côte d'Azur in rivier-uitgave, de rivier die als kind in een ketel chloor is gevallen, de kleur blauw zoals ze oorspronkelijk bedoeld was. De Soca. Dat het water net boven vriestemperatuur is vertellen ze je er natuurlijk niet bij in de brochure, en centimeter per centimeter trachtten we een thermische shock te vermijden. Mocht u op 20 juli gegil en gegiechel hebben gehoord, sorry, dat waren wij.



Even later volgde weer een confrontatie met onweer. Niet dat we er opnieuw in zaten, gelukkig niet, maar we zagen de nasleep. Overal lagen kerngezonde bomen schrijlings over de weg. De singletrack in Tolmin was al helemaal voer voor kettingzagen. Nee, in dit land huisden geen Vlaamse huis-, tuin- en keukenstormen, dit waren krachten uit een andere wereld. Houdini-gewijs zochten we ons een weg door de bladeren, takken en stammen.

Bij een kraantje naast een voetbalveld maten we onze schrammen op. Drie jongens waren er hun beste stilstaande fases aan het oefenen, hun keurige bongiorno's verraadden dat we dichter kwamen bij Italië. De bal vloog over het hek en belandde voor mijn voeten. Stress, dat begrijpt u, maar de jongens bespaarden mij de vernedering van een wilde trap richting Chandrayaan-3 door haastig zelf om de bal te komen.



Het bleef omhoog en omlaag gaan op onze intussen uitsluitend theoretische glijbaan. Bij de ondergaande zon bereikten we eindelijk Deskle. Ideaal: het was 18u, en de supermarkt was open tot 19u. Tot we voor de deur stonden. De zaak was toe. Dat maakten we ook met handen en voeten duidelijk aan een aanslenterende grootmoeder, maar de vrouw bewees ons fronsend het tegendeel door te trekken in plaats van te duwen.

De fruitafdeling van Sloveense supermarkten was net zoals bij ons voorzien van een weegschaal. Bij gebrek aan fruitfoto's op het scherm was het echter een raadsel hoe je de juiste sticker op het juiste fruit moest krijgen. Ik vroeg een andere klant om hulp, dezelfde Sloveense grootmoeder als daarnet, en die hielp me met de glimlach. Ik bedankte haar en ging verder, maar de vrouw had haar conclusie gemaakt: deze man was nog nooit in een supermarkt geweest. Even later kwam ze mij een mandje geven, ging met haar vinger de rayons af en wees ten slotte naar de kassaband. Met mijn mand vol vernedering en vijf bananen begaf ik me naar de kassierster. De vrouw keek trots toe.

De pizzeria van de stad zat in een identiteitscrisis: op sommige dagen was hij een bar, op andere dagen een pizzeria. Vandaag was hij een bar. Gelukkig zaten de vibes goed in Deskle, en toonde de uitbater ons het beste van wat de concurrentie te bieden had. Dat was Pizzerija Marija hoger op de heuvel. Wij begrepen Marija niet, en zij ons niet, maar Marija was het soort gastvrouw waarbij je meteen wist dat je maaltijd veilig was. Zo geschiedde. De pizza's waren verfijnd, overheerlijk en groot als fietswielen. We lieten een amfoor witte wijn aanrukken, proostten op de avondzon en werkten af met een frisse citroensorbet.

Na Marija gedag gewuifd te hebben gingen we op zoek naar een wildkampeerplek. Een local wees ons richting een plekje bij de rivier, dat afgelegen genoeg was om de nacht door te brengen. Nauwelijks stonden onze tenten recht of we wisten waarom hier nog geen huis stond: vijf meter boven ons, verstopt in de struiken, reed een goederentrein voorbij met het lawaai van een straaljager. We duwden onze oordoppen diep en gingen slapen. 

(Stan)


maandag 4 september 2023

19 juli: Vrsic veroveren

Bled - Trenta ● 65,01 km ● 1529 m

Eindelijk leek Bled op het echte Bled van Google Afbeeldingen. We bewonderden het water waar Jan die ochtend een frisse duik in had genomen, en we beklaagden ons dat we niet over dezelfde dapperheid hadden beschikt. Het ging immers weer omhoog, altijd maar weer omhoog, onder een lome ochtendzon.


Na een tiental kilometers reden we het Triglav Nationaal Park binnen. Gigantische bergen kwamen in een enthousiaste omhelzing op ons af. Het echte klimgeweld bleef voorlopig uit, en we schreden voort aan een stijgingspercentage dat te laag was om enige verticale vooruitgang te zien in het landschap, maar hoog genoeg om onze trainingsarbeid, voedselinname, bandendruk en algemene plaats in deze wereld in vraag te stellen. 


Het vals plat kwam ten einde op een kruispunt waar een nieuwe weg werd aangelegd. Op een rolwagen nam de chef pauze. Ongerust volgde hij ons gesprek en vooral de bijhorende handgebaren. Elke keer we in de richting van zijn nog nastomende werk wezen leek de man zich te verslikken in zijn thermoskoffie. En verschoning, beste lezer, toen we dat door hadden staken we nog een paar extra wijsvingers in ons gesprek. We herstelden ons karma enigszins door de man te feliciteren met zijn vakwerk en sloegen onze eigen, asfaltloze weg in.

Het supermarktteam wist in Mojstrana burek te veroveren, een Sloveense lekkernij op basis van deeg, kaas en spinazie. We luisterden de maaltijd op met bosbessen en reden verder naar het westen. Een tot fietspad herbestemde spoorweg bracht ons vlot tot in Kransjka Gora. Boven de stad torende het Triglav-gebergte uit, en, al even verontrustend, een asgrauwe hemel.


Bij een espresso overlegden we wanneer we de Vrsic best zouden aanvangen. Een oude man luistervinkte ons gesprek en raadde ons de beklimming af. Er kwam een storm aan, zei hij, en haalde een arsenaal weer-apps boven om zijn punt te bewijzen. We zagen alle kleuren van de hel, maar konden er ons weinig bij voorstellen. Ach, dachten we, het was wellicht overdreven boomer-ongerustheid.


Vijf minuten later bestond het terras niet meer. Onze koffietassen waren versplinterd, de tafels vlogen rond als ufo's en de vuistdikke parasolmasten braken als rietstengels. De bergen verdwenen achter een agressieve waterval. Sam had het hele gebeuren gemist op de wc en sprintte ongelovig door de apocalyps naar het afdak van de supermarkt, waar we naartoe gevlucht waren. Gisteren had ons nederigheid geleerd tegenover het Sloveense landschap, vandaag leerde ons nederigheid tegenover het Sloveense weer.

Terwijl het onweer Kransjka Gora te lijf ging lunchten we op een bank. Jan en Sam kochten een koebel die Frederik aan zijn sleutel kon hangen, opdat elke Sloveen zou weten wie in de groep zijn sleutel was kwijtgeraakt - en ook wel een beetje zodat dat niet opnieuw zou gebeuren. Tim en Jan zetten hun beste ik-hoor-hier-thuis-blik op en bezochten de wc's van het plaatselijke hotel. Een chauffeur kwam tot vlak voor de supermarkt gereden om zijn vrouw droog af te zetten, alleen maar zodat die laatste kon uitstappen in een diepe plas. Hilariteit bij alle schuilers.


Langzaam rolde het onweer Kranska Gora uit en werd de hemel weer blauw. De kust leek veilig voor de beklimming. We keken in elkaars ogen en zagen het. Het was angs...ik bedoel, het was grinta. Vastberadenheid. The eye of the tiger. Dit was ons moment. Hiervoor hadden we getraind, hiervoor hadden we afgezien, hiervoor hadden we offers gebracht. Twee volle dagen lang.

Het smalle gravelpad uit de stad eindigde in een ontwortelde boom. We scheurden spieren en shirts en baanden ons een weg door de takken. Op het eind van het pad stond een bordje. Weg onbegaanbaar. Dat verklaarde een en ander. Maar nu hadden we zicht op asfalt, kronkelend voor ons uit, en in de verte, verheven boven de stervelingen van de vallei: de Vrsic.

Mijn gemsen van vrienden stoven de berg op terwijl mijn tempo het toeliet rustig de omgeving te schouwen. Er was een monument voor 400 Russische krijgsgevangenen die omgekomen waren bij de aanleg van de bergpas. Dat beloofde weinig goeds. Er waren wandelaars die voor mij klapten. Awkward. En er waren bochten, veel bochten, waarin ik aan 6 per uur naar boven draaide. De haarspelden zelf waren aangelegd met kasseien, wellicht voor het remmende effect. Nu vormde uit de bocht vliegen geen onmiddellijk gevaar voor mij, maar ik apprecieerde de bekommernis van de bouwers.

Op zo'n 200 meter voor de top liet de weg de keuze om verder te gaan op asfalt, of een kleiner gravelpaadje naar de top te nemen. Ik koos voor de tweede weg. Onderweg bereikten mij motiverende foto’s van het lekkers dat mijn vrienden op de top hadden aangetroffen - frisse halve liters (Sam en Jan), mierzoete Fanta (Tim) en, schaamteloos, calippo's (Frederik).


Het gravelpad stopte eindelijk met klimmen op 1688 meter en een fameus uitzichtpunt. De asfaltweg daarentegen had gepiekt op 1611 meter. En nu wil ik niet per se benadrukken dat ik zo 77 meter hoger ben geklommen dan mijn kameraden, maar omdat u hier enkel de waarheid, de volledige waarheid en niets dan de waarheid terugvindt lijkt het me toch belangrijk dat te vermelden.

Ik daalde 77 meter af en trof mijn vrienden op het terras. Het was hoog tijd om de berg te verlaten, want de lucht kreeg stilaan opnieuw de kleur van inkt. "Vrsichtig in de afdaling, he", zei Frederik, en toen lachten we en lachten we. Dat is bijna te gevat om echt waar te zijn, hoor ik u denken, en dat was het ook: Frederik kwam pas 24 uur later met die woordspeling op de proppen. Maar ik zet hem hier, zodat hij niet verloren valt zoals in het echt het geval was.

Afdalen. Het waren 25 haarspeldbochten omhoog geweest, en dus waren het er nu 25 naar beneden. Bocht 26, 27, 28. Dat wegdek was lang niet zo slecht als ons door wielertoeristen was verteld. 34, 35. Vast achter een blauwe Tesla Model 3. Werkelijk alles moet die Musk verpesten tegenwoordig. 42, 43. Onze handspieren twijfelden tussen veel te veel voelen en niets meer voelen. 48, 49, 50. De eerste druppels sisten op onze schijfremmen. 50. Was dat nu een tweede keer 50? Vrij zeker van wel.  


Beneden remden we voluit en vluchtten een kapel binnen terwijl het buiten begon te hozen. Jan bracht een offer aan de fietsgoden door zijn fietspetje te vergeten op een kerkbank. In Trenta verlekkerden we ons op een Italiaans restaurant. Helaas: de zaak zat vol, was voorzien van een lange wachtrij en bovendien ook van een onvriendelijke uitbater. Iets verder in de vallei was gelukkig nog een eetgelegenheid. Ook vol. Maar hier deed de uitbater er alles aan om ons ter plekke te houden. Het is te zeggen, terwijl we wachtten op een bank duwde hij ons een groot glas bier in de handen. Maar dat was meer dan voldoende.

Even later konden we onze vrsuurde benen (hij was werkelijk niet te stoppen, die Frederik) onder tafel schuiven. Blijkens de kaart was het restaurant in alle keukens thuis, en u weet net zo goed als ons, beste lezer, dat een restaurant dan doorgaans in geen enkele keuken thuis is. Niettemin verstouwden we de bonte verzamelbordjes cannelloni, haloumi, maïs, calamares, sla en polenta met het genot van een sterrenmaaltijd. De extreem gastvrije eigenaar dwong ons bijna om ondertussen onze apparaten op te laden. Dankbaar versierden we het restaurant met bengelende batterypacks. Elektronisch betalen ging dan weer niet, een boodschap die de man telkens met dezelfde grap mededeelde aan zijn klanten: "Cash or work".

De vierde keer was voor ons. We kozen cash en zochten een camping.

(Stan)