Pagina's

donderdag 9 juli 2020

De col du Grand Ballon


Dit verslag werd geschreven door Wannes, zodat de feiten die zich deze dag hebben afgespeeld zeker juist overgeleverd worden.

Reeds om 7 uur waren de ooievaars aan het klepperen en dat luidde het einde van onze nachtrust in. Kwatongen zouden zeggen dat het geklepper speciaal voor Frederik was. Wannes, nog slaapdronken, kon in zijn mindere toestand door de oude garde overtuigd worden om mee een heuvel (niet zomaar een heuvel, wel de hoogste top van de Vogezen, n.v.d.r.) te gaan beklimmen.

Een uurtje later stonden we alle vier - Stan en Frederik zouden op de camping blijven - paraat. Naast de autostrade tot aan Soultz, vanwaar we onze beklimming zouden beginnen. ‘Eerst nog wat voer voor onderweg inkopen’ dachten we. We zagen een Aldi, die na korte inspectie geen isotone sportdrankjes bleek te bevatten, maar wel een sexy vrouwelijke zonnebril voor Gert-Jan. Wat een slechte winkels die Aldi’s, waarom zou je daar nu werken??! Tot onze grote spijt zagen we bij het uitrijden van de parking van de Aldi meteen een Leclerc, die waarschijnlijk wel isotone sportdrankjes verkocht.


Op ons gemakje reden we naar de voet van de berg, waar we even pauzeerden bij het beginbord. Na een steil begin besloot Wannes omgekeerd te demarreren en de rest van de groep voor zich te laten. Het mooie landschap in het bos maakte het tot een perfecte route, in tegenstelling tot wat het internet beweerde.




Andere mensen die zich aan de klim waagden: een man met helm aan het stuur, een stervende vrouw en natuurlijk gekke eenwieler Gert-Jan, voor wie de klim net te lang duurde om de zilveren plak binnen te halen. Pieter goud, Sam zilver, GJ brons en voor omgekeerde demarreerder Wannes restte een vierde plaats.

Op de top wachtten enkele repen chocolade en pintjes. Iemand (Pieter) kwam op het idee om naar het echte hoogste punt (enkel via wandelpaden bereikbaar) te gaan, met de fiets in de hand natuurlijk. We waren misschien wel de eersten ooit die met de fiets op de echte Ballontop geweest zijn. Vanop die top konden we de Mont Blanc zien, en een hele resem aan andere bergen. We sloten ons avontuur op de top af met een kleine fotoshoot, tussen de andere Belgen en Nederlanders.


Dan bergaf… tijdens de eerste 5 km van de afdaling verloren we een kleine 50 meter, wat niet echt een afdaling is. Excuses genoeg voor Wannes om dweisafdalingspetetje te zijn. De rest van de afdaling bestond voor Pieter en Sam uit een race naar beneden, voor Wannes uit een combinatie van bijna-doodervaringen en topsnelheden en Gert-Jan, tja, die hoopte dat zijn schijfremmen niet zouden smelten.


De bergen nog maar net achtergelaten en Sam wou al meteen doorrijden naar de Leclerc, waar we hadden afgesproken met Stan en Frederik. Pieter bleef achter om Wannes en Gert-Jan de weg te wijzen, of dat was toch de bedoeling. Tegen Wannes, die voor Gert-Jan toekwam, zei hij: “Rechtdoor, en dan bij een ça va grote baan naar links”. Deze uitleg was duidelijk onvoldoende, want Wannes kwam pas 30 minuten na Pieter en Gert-Jan aan bij de Leclerc. Na een godenmaaltijd sprak Pieter de gevleugelde woorden: “en nu snel naar de camping”. Woorden die Sam interpreteerde als “race naar de camping”. En zo raakten Wannes en Pieter geïsoleerd.

Wannes en Pieter raakten de route kwijt en besloten in een verzengende hitte en uit pure wanhoop dan maar de autostrade op te rijden. Ondanks het aanmoedigende autogetoeter keerden ze uiteindelijk op hun stappen terug om via wat omweggetjes op de camping te raken. Eenmaal op de camping bezochten de klimmers, de anderen wouden nog even uitrusten van hun vermoeiende dag, het plaatselijke zwembad. Op de vraag of Pieter wel een zwembroek meehad - hij had een short aan - stak hij zomaar zijn broek af voor de minderjarige studentes. Als bij toeval had hij daaronder inderdaad een zwembroek aan (puur geluk als je het mij vraagt).


Het werd al wat donker, dus wachtten Stan en Frederik de zwemmers op met wederom een godenmaaltijd. Ineens dook op de camping ook onze Nederlandse vriend op, die we op dag 5 voorbijgestoven waren. Hij was nog even stilzwijgend, dus buiten een blik van herkenning werd niets uitgewisseld. Sam dacht na een vermoeiende dag een douche te pakken, maar helaas had een Spaanse vrouw besloten zichzelf/haar hond te wassen en de plukken haren bezetten bijgevolg de douchegrond.

Na een hele avond chouffen en pintjes drinken werd het toch tijd om onder de slaapzakwol te kruipen om klaar te zijn voor een zogezegd nieuwe rustdag. Oh ja, Gert-Jan won vandaag voor de eerste keer de wedstrijd gekste fiets.

woensdag 8 juli 2020

De douche met 7up


De avond voordien had sporen nagelaten. Reeds vroeg in de ochtend deed Pieter alsof hij een eekhoorntje aan het zoeken was, maar verzamelde hij stiekem de stukjes van z’n gebroken ego bij elkaar. Frederik zocht naar z’n fietssleuteltje, al bleek pas na een lichte paniekaanval dat dat nog gewoon op z’n fiets zat. Stan en Wannes gingen boodschappen doen, en Sam en Gert-Jan tenslotte deden verder aan alcoholuitdrijving in hun tentje. Dat Sam het zwaar vlaggen had, bleek al in het verslag van gisteren, want de was die hij toen aan de draad zag hangen werd pas vandaag gedaan. Welke goddelijke kracht hiervoor had gezorgd moge nog steeds een mysterie zijn, feit is dat een uurtje later iedereen gepakt en gezakt klaar stond om de tocht aan te vatten. Vandaag beloofde een broeierig warme dag te worden, getuige de zon die reeds vroeg in het zenit stond.


Nauwelijks waren we Molsheim uit, of de enige wedstrijd die er toe doet was reeds verloren: alweer kwamen we een fietser tegen op een vehikel gekker dan een eenwieler, dit keer een soort tandem waarbij de vrouw des huizes voorop lag. Het zou ons niet van de wijs brengen en we bolden gestaag verder doorheen een landschap vol wijnranken en ooievaars. 

Na enkele vreemde manoeuvres in het feeërieke Obernai werd het landschap verruild voor velden vol zonnebloemen en strobalen, wat Sam inspireerde tot het nemen van enkele foto’s. De gedachte aan een teletubbieprent werd al snel verworpen door onze jongste wegens 'te kinderachtig', het foto-op-strobaal idee bleef vooralsnog overeind. Overeind blijven is ook wat Gert-Jan probeerde toen hij dan maar met z'n eenwieler op een strobaal wilde gaan staan. Het riskeren van zoveel lijf en leden voor een creatieve foto was een tikkeltje onbesuisd, diezelfde jongste bleek dan ook de meest verantwoordelijke door alsnog een ondersteunende schouder aan te bieden.

Het vervolg van de weg was lang en mooi, al bevatte ze enkele pittige en eigenlijk volstrekt onnodige klimmetjes. In plaats van fantastisch mooie dorpjes als Barr, Mittelbergsheim en Andieu rakelings te passeren, leidde de route ons er middendoor en aldus konden we - cultuurmensen als wij zijn - een vleugje lokale folklore opsnuiven. Dat een klim van 13% deel was van de lokale folklore was echter niet goed aangegeven door onze gids, en omdat ieder excuus goed is om te eten, startten we onze zoektocht naar lunch. Ons plan was om krachtvoer in te slaan bij "La Maison Jaune" in Dambach-la-Ville, maar een toevallige ontmoeting met een klasgenote van Gert-Jan ergens in the middle of nowhere besliste daar anders over. Het middagsluitingsuur dwong ons om nog enkele dorpjes door te rijden tot in Châtenois, waar voldoende mogelijkheden tot eten beschikbaar waren. Onderweg werden we nog verrast door iets tussen een regenboog en een wolkensluier, maar gezien er geen pot met goud te bespeuren was reden we gauw verder.



L'histoire se répète, zo bleek, want ook de pizzeria in Châtenois was net aan z'n siësta begonnen. De meest meelijwekkende puppyblik van enkele reisgezellen deed de uitbater echter overstag gaan en prompt opende hij z'n restaurant weer. Als in een reclame van Casa di Mama werd Gert-Jans “pour moi une pizza avec amour” ter plekke gedraaid en gezwierd. Of de naam 'Le 44' nu verwijst naar de diameter van de pizza's of er een palindroomspelletje wordt gespeeld met naburige épicerie '8à8', feit is dat ze gigantisch, kraakvers en overheerlijk waren.


Na het inslaan van nog wat proviand - mueslirepen en een sixpack 7up voor Wannes - werd de tocht onder een verzengende hitte hervat. Nauwelijks waren we de bocht om of een drempeltje in de weg leidde tot ongecontroleerd ladingverlies en een al even ongecontroleerde 7up-douche voor Stan. Pieter trachtte deze strategie geniepig te imiteren om wat minder gewicht te moeten meesleuren, maar zijn bagage bleek uiteindelijk beter vastgegespt dan gedacht.

Het vervolg van de route leidde ons verder doorheen velden vol druivelaars, appels, abrikozen en ander lekkers. Even buiten het stadje Colmar en temidden dit fruitwalhalla diende zich prompt een kraampje aan waar we zelf à volonté konden plukken. Wiens idee het was om het heetste moment van de dag op de heetste plek van Frankrijk zelf fruit te gaan oogsten blijft een raadsel, dweiszonpetetje Frederik weigerde dienst en met de moed der wanhoop zocht hij afkoeling in de schaduw van enkele veenbesjes. De plukkers van dienst moesten evenwel zelf bekomen van zoveel noeste arbeid en, nadat diezelfde besjes de onderlinge verzuring tot recordhoogte dreven, werd de tocht verdergezet met maar één gezamenlijk doel: ijsjes!


De Auchan in Wintzenheim zou ons uit de nood helpen maar het wachten op gloeiend heet asfalt was slopend. Toen de ijsjes finaal aankwamen moesten we ons nog haasten ook; Stan bleek namelijk in staat sneller ijs op te eten dan dat wij ze uit hun verpakking konden halen. Nog een beetje beduusd van de hitte gaf Wannes zomaar een winkelkarretje weg aan een Nederlands koppel en botsten we op een Brit met tandem uitgerust met Brooks-zadels. Een Brooks-zadel hoor ik u denken? Deze prijzige zadels passen zichzelf aan naar diegene die erop zit...ideaal voor een fietsreis, ware het niet dat je eerst een hele fietsreis achter de rug moet hebben vooraleer het de ideale pasvorm voor uw achtersteven aanneemt. Meer dan door z'n zadel waren we echter gecharmeerd door de beste mans wielertruitje waarop nagenoeg onze hele route doorheen de Elzas stond uitgestippeld. Een tip indien de skills van uw navigator al eens te wensen overlaat.

Na deze overdosis sociaal contact en een nog grotere dosis vochtinname werden de laatste kilometers richting Rouffach aangevat. De gezellige camping in deze kleine gemeente zou ons onderdak bieden voor de komende twee nachten. Onder de beschutting van enkele bomen installeerden we onze tentjes, een gauw geconfisqueerde picknicktafel en een vuilbak, al deed de verleidingskracht van deze laatste Pieter al snel in oude gewoontes hervallen. Helemaal uitgeput na de warmste dag tot dusver bereidden we onze pasta en zouden we vroeg gaan slapen. Na een kleine huisbrand een goed jaar terug bleek Quasimodo echter onderdak gevonden te hebben in de plaatselijke Notre-Dame en dat vierde de beiaardier niet liever dan met ieder kwartier plezier en vertier. Uiteindelijk zou de vermoeidheid het halen van deze kerkklokken zonder decibellimiet en konden we allen de slaap vatten.



dinsdag 7 juli 2020

De Sarrebourgse slemppartij


Al bij het eerste ochtendgloren begaf Stan zich naar de plaatselijke bakker om koffiekoeken te voorzien. Haters zouden zeggen dat hij dit enkel deed omdat hij zijn tent niet had opgezet in het zaaltje en klaarwakker was van de eerste zonnestraal. Hoewel de bakker reeds van onze overnachting had gehoord, was er geen spiegeleitje of heldenkorting voorzien om de dag goed aan te vangen. Bij het deponeren van een afscheidsbriefje wou de burgemeester graag een foto van ons voor het gemeentehuis en we haalden zelfs de lokale facebookpagina.


De landschappen op het vervolg van de route deden de oude garde denken aan de welbekende Windows XP achtergrond en Frederik bleek stiekem een heuse wolkenliefhebber. Zonder er al te veel aandacht aan te besteden, passeerden we een eenzaam fietsende Nederlander met oortjes. Dat we enkele dagen erna nog over hem zouden spreken, konden we nu nog niet vermoeden…





Even leek Sam serieuze gaming-ontwenningsverschijnselen tentoon te spreiden toen hij een bataljon soldaten met geweren op de weg zag lopen. De rest van de het gezelschap zag deze arme beladen jongeren echter ook en besloot dat het de nieuwe rekruten moesten zijn die we elk jaar in Frankrijk wel eens tegenkomen.


Mijn wederhelft zal het mij moeten vergeven maar de hypermarchés van ‘E.Leclerc’ zijn de beste supermarkten op aarde. Toen we er in Sarrebourg één vonden, twijfelden we dan ook geen moment. We bereidden onze zelfgemaakte caloriebommetjes van smossen door ze te beleggen met alles wat we konden vinden en gunden Frederik zelfs zijn broodnodig ‘zalmke’. Wannes besloot de maaltijd door 300 gram wortelen op te slurpen terwijl Gert-Jan zijn eten liggend verteerde op 20 cm van een hondendrol. Het feit dat hij deze niet had geroken, zegt genoeg over onzer allen lijfgeur.


Hoe opgeblazen onze buiken nu ook waren, zo plat als een vijg was Sam zijn voorband. In een recordtijd van 9 minuten werd deze echter vervangen en kwamen we na een korte klim aan in de prachtige Vallée des Eclusiers. We zwaaiden naar de plezierboten, negeerden een korte omleiding en keken onze ogen uit op dit mooi stukje fietspad. De tocht langs het water eindigde in Saverne waar we een welverdiend ijsje kochten. We hadden meer succes dan de jonge fietser voor ons, die te hard likte en zijn bol op de grond zag verdwijnen. Lichte hilariteit, maar toch vooral medelijden.


De laatste 30 kilometer van de dag naar Molsheim liepen via een moderne fiets-o-strade. Onze flow werd echter onderbroken wanneer we de grens van 500 kilometer bereiken van onze reis. Frederik wilde namelijk graag op dat moment de batterij van zijn fietscomputer vervangen, maar dat dan ook de wieldiameter gereset wordt was hij even vergeten. In het wiel van een 80-jarige bereikten we astronomische snelheden om de rest van de groep terug in te halen. Dat we daarbij enkele bevallige rolschaatsdames voorbijstaken en hen ons terug lieten inhalen was écht wel omdat we nog even op Wannes wachtten. 


In de Super-U van Molsheim vonden we eindelijk onze geliefde gratin dauphinois uit blik en uit pure opwinding vergat Pieter muesli te kopen. We sloegen onze tent op en treuzelden vervolgens verschrikkelijk lang: eten, douchen, kleren wassen, een crèmeke smeren… Ineens was het 21u45 en werd Sam stilaan dweiscafépetetje, er was hem namelijk een caféavond beloofd. 


Eens aangekomen in de lokale bar (die al om 23u30 sloot) was er enkel nog blijdschap maar toch ook keuzestress. Op de menukaart stonden louter zeer eigenaardige bieren  zoals ‘SMS’ en ‘Eau Lourde’. Dit laatste bleek een Russisch vanillebier dat eerder recht uit een olieput leek te komen, maar dat wist Gert-Jan niet toen hij het bestelde. Hij besloot naar toilet te gaan met dit stukje vergif en kwam met een leeg glas terug, niemand weet wat hij daar deed…

Over het vervolg van de avond heerst veel onduidelijkheid, maar de lezer kan in dit verslag de meeste correcte en objectieve weergave raadplegen. Bij het verlaten van het café proclameerde Pieter: "race naar de campiiiiing!", waarna hij prompt bloednuchtere Stan de pas afsneed (later zou Pieter beweren dat het een veiligheidsmanoeuvre was omdat wij een eenrichtingsstraat inreden).

Gezapig reden we naar de camping waar we na een halfuur wachten eindelijk Pieter zagen aankomen. Zelf beweerde hij de weg kwijtgespeeld te zijn, wij vermoeden dat hij nog een nachtclub zocht, bepaalt u zelf wat het ergste is.  Na de hereniging bleken ineens 6 chocomousses te zijn verdwenen en wanneer de lege potjes in cirkel rondom Stan zijn tent in lichterlaaie stonden, vormde dit voldoende bewijs voor een S(a)tanisch ritueel. Pieter was dan nog zijn tandenborstel en fietssleutel kwijt, maar dankzij Gert-Jans zoekhulp, konden we iets na 1 toch in onze slaapzak kruipen. Hoe zouden we dit morgen verteren…

maandag 6 juli 2020

Toeristen in Bénestroff


Na een rustig nachtje in Thionville, ontwaakte veteraan Pieter om 6 uur om aan zijn dagelijkse yoga en andere ochtendactiviteiten te beginnen. Dit is wat we vermoeden, want niemand weet wat hij echt doet in deze uren. Wat we wel weten is dat hij alleen naar de bakker en de Lidl is gegaan om ontbijt. Bij zijn terugkomst was Stan verbaasd door de complexiteit van de koeken die Pieter wist mee te brengen, en bedacht hij hen dan ook met de naam complexe koeken. Sam kreeg als ontbijt een flinke portie klassenraad.  Snakeskin Frederik vond het ontbijt dan weer een gepast moment om te vervellen en zijn afgeleefde voorhoofd achter te laten op de camping.


Met een verse Frederik en nog steeds meer benen dan wielen zetten de helden hun tocht verder richting Metz. Sam die zijn kousen een paar keer verloor – die op zijn bagagedrager, niet die rond zijn voeten - en een poging van Wannes om Gert-Jan zijn slaapzak te droppen, hielden ons niet tegen om rond de middag reeds in Metz aan te komen. Een beetje cultuur mocht niet ontbreken op de reis dus brachten we een bezoekje aan de kathedraal. Na het traditionele kaarsje branden van Stan begonnen de magen weer te rommelen en waren de ogen gericht op de McDonald’s. Helaas was er niks vegetarisch en werd het kebab van de zaak ernaast. Lekker smullen in het zonnetje op de promenade deed deugd.



Na de obligate boodschappen en het stiekem rebranden van Frederiks helm met looksaus, waren we klaar om verder op avontuur te gaan. Stan zijn navigatieskills brachten ons op enkele autostrades, maar uiteindelijk wisten we Metz achter ons te laten. Mooi fietsen op de ons bekende D-banen met af en toe een klimmetje was het plan voor de namiddag. Onderweg kwam Pieters jongensdroom uit toen hij een nummerplaat vond in de berm. Frederik probeerde hem deze met een vieze list nog te ontfutselen, maar de nummerplaat zou de rest van de reis in Pieters fietstas doorbrengen.


De Lidl van Morhange leek de ideale stop voor het welverdiende eerste ijsje van de reis, direct gevolgd door het tweede. Op dit moment kregen onze 2 studenten Gert-Jan en Frederik ook hun resultaten van school binnen. Beiden geslaagd! De ijsjes smaakten alsnog beter.

De avondproviand werd ingeslaan, maar de brakke Lidl bleek geen gratin dauphinois te hebben. Triest kozen we dan maar voor een uitgebreide apero en wat Uncle Ben’s-Rijst. In Morhange passeerden we een heel aantal hippe en minder hippe cafés, maar volgens ons reisboek was ook in onze eindbestemming Bénestroff iets te drinken. Was dat serieus tegen onze sjokkedeizen. Geen café te zien en de uitputting sloeg toe. We beslisten het drinkgelag uit te stellen tot de dag nadien en wilden onze tenten ergens op het dorpsplein placeren.

Welopgevoed als we zijn vroegen we de toestemming aan de passerende wandelclub. De leidster van deze groep stond blijkbaar in rechtstreeks contact met de burgemeester van dit dorpje. Na wat heen- en weer-getelefoneer, mochten we zowaar op audiëntie bij de man zelf. 








Niet enkel kregen we de toestemming in het dorpje te bivakkeren, bovendien was de man overtuigd van onze goede bedoelingen en liet hij ons binnen in de polyvalente zaal, in ruil voor enkele trucjes op mijn eenwieler. We bakenden ons territorium af door de zaal vol te gooien met fietsen en spullen en vergaten bij het afbakenen ook de toiletten niet. Eens geïnstalleerd, duurde het niet lang alvorens we onder de wol kropen.

En zo telde het sympathieke Franse dorpje Bénestroff die nacht geen 550, maar wel 556 zielen.

zondag 5 juli 2020

De loodgieters van Thionville


Na een beperkte nachtrust door de Chiro-kids (schreef de zelf 16-jarige auteur van dit dagverslag, n.v.d.r.) en een brombeer in de vorm van onze bloedeigen 81-jarige Pieter, vertrokken we met kleine oogjes op de camping. Het idyllische plekje viel net iets duurder uit dan onze Sint-Niklazenaar de avond voordien liet uitschijnen, maar naar Zwitserse normen – alvast een sneak peek richting de komende verslagen – viel het nog reuze mee. Het eerste slechte weer van de reis pakten we ook mee toen we langs de Wasserbilligse Schengenboot onze tocht aan de Moezel begonnen. Den Duits heeft ons toch nooit goed gedaan hè? Door het miezerweer, allemaal fietsvestje aan, dan maar op naar onze volgende stop van de dag: Wormeldange.

Langs kilometers wijnranken - het Moezelgebied is een wijnstreek, weet u wel - en een prachtig uitzicht bereikten we met onze laatste krachten Wormeldange, waar tot ons groot verdriet de plaatselijke shop reeds gesloten was. Sam spotte in de verte een Texaco, en werd achterna gesneld door Pieter, die met de helm in de hand even liet uitschijnen op de vuist te gaan met Sam. Was het assortiment aan vegetarische taboulé hen beiden dan zo waardevol? De anderen arriveerden gelukkig tijdig om deze 1 v 1 te voorkomen.

Maar goed, die Texaco dus. Die kon volgende dag gemakkelijk gesloten blijven door al onze donaties die we gedaan hebben om onze eetlust te stillen. Zelfs veelvraat Stan keek ervan op hoeveel wij allemaal naar binnen werkten. Frederik dacht slim te zijn en zijn windvestje uit te doen.

Op een volle maag werd verder gefietst richting Remich. Het wordt al geen nieuws meer, maar Pieter was weer bijna gestorven op de weg. Slachtoffer van wegpiraat Pieter was dit keer een BMW. Kort na Pieters zelfmoordpoging dacht Gert-Jan zijn gsm kwijt gespeeld te zijn in zijn eigen achterzak, dus was het stoppen geblazen aan een bankje. Op dat bankje had de plaatselijke zwerver zijn muts laten liggen, en Wannes dacht: “baat het niet, dan schaadt het niet” (vanwege de normale zwerverluizen en zeker in deze coronatijden, valt wel een kanttekening te plaatsen bij de interpretatie van het gebruikte spreekwoord, n.v.d.r.). Ideaal moment voor Frederik ook om zijn vestje toch weer aan te trekken.

Het heuvellandschap dat onze weg voor de voorbije dagen gekleurd had, begon stilaan te verdwijnen, en daarmee ook het slechte weer. In Schengen, zochten de youngsters lang naar een Vlaamse vlag terwijl ze in deze tevergeefse queeste op boegeroep getrakteerd werden van de linkse oude garde (uiteindelijk zwichtte de jeugd en werd een prachtige foto getrokken met onze Belgische driekleur, n.v.d.r.). Voor de foto had Frederik nog net tijd genoeg om zijn vestje uit te doen.


Langs het iets saaiere platte Moezellandschap zetten we door tot in Thionville, waar we dachten toch nog enige tekenen van leven te vinden. Ondertussen passeerden we nog de kerncentrale van Cattenom, waar Stan beweerde al eens gefietst te hebben. ‘Op die dinsdagmorgen in 2018 hebben wij deze weg gepakt toch?’. Was hij aan het ijlen door het gebrek aan eten, of heeft hij echt een mega-geheugen, aan u de keuze (ik zou toch op 1 gokken). 


Na nog een beetje Pieterkilometers erbij genomen te hebben op een sluizencomplex, reden we Thionville binnen. Niemand op de weg, ideaal voor Gert-Jan om zijn spork van de grond te rapen in het midden van wat ooit een druk kruispunt geweest zou moeten zijn. Na een toertje gereden te hebben in het stadscentrum (lees: een nieuwe Pieterkilometer), kwamen we een pizzeria tegen. Alle pleingangers zetten grote ogen op bij het zicht van ons gezelschap, maar waarschijnlijk toch vooral omdat Gertie op zijn éénwieler mee was. Helaas konden we nog niets bestellen in de pizzeria, dus vond Pieter - waarschijnlijk nog altijd aan het bekomen van zijn bijna-doodervaring - het nodig om te reserveren ‘pour être le premier ordre’. Een lekkere pizza, die zeker heeft gesmaakt, maar memorabel was voor ons allen toch de (nadien iets minder, n.v.d.r.) propere wc.

Op naar de camping dan maar zeker? Maar nee, eerst moest onze Pieter nog een beetje soon to be guano van zijn fietstas schrapen. Helemaal volgeladen met pizza kwamen we een beetje later toch aan op de camping, waar we tochtverhalen uitwisselden met een landgenoot die diezelfde dag in het blijkbaar maar 60 km verre Aarlen vertrokken was.

Klaar voor een douche denk je dan! Helaas vond Sam het nodig om de sleutel in de lavabo (zonder rooster weliswaar) te laten vallen. Na een korte deconstructie van de lavabo hadden we onze sleutel terug en konden we beginnen kaarten. Na een spelletje kingen legde Gert-Jan ons zijn Zeelse spel ‘sjoefen’ uit, iets waar we nog veel plezier aan zouden beleven. Het enige wat ons hierna nog restte, was genieten van een welverdiende nachtrust.

zaterdag 4 juli 2020

De ijskar van Rosport


De morgenstond heeft goud in de mond en met mijn zoetgevooisde brombeerstemmetje haalde ik mijn 5 reisgenoten gauw uit dromenland. Ik paaide hun ochtendhumeur met een ontbEItje, maar was alweer vergeten dat dit een aanslag vormt op mijn gamel. Noot aan mijn toekomstige fietsreiszelf: maak nooit meer eieren in je gamel en neem een metalen sponsje mee mocht je het eerste deel van dit advies dankzij je opkomende alzheimer opnieuw vergeten.


Enkele plotse windstoten wilden ons beroven van onze tenten, maar met de hulp van Keylan - een neefje van onze gastheer Marc - konden we ze tijdig opruimen. De wind bleef ons ook tijdens het fietsen geselen en toen we ook nog eens moesten klimmen, raakte onze jus snel op. Wannes barstte bijna in tranen uit, maar toen hij het thuisfront wilde bellen voor enige troost, ontdekte hij dat zijn gsm gesneuveld was. Een klein stukje dichterlijke vrijheid in voorgaande, maar we leerden wel bij dat smartphones net als slakken niet echt houden van een zoutbad.

Net toen we er bijna volledig doorzaten, daalde een engelachtig meisje neer uit de hemel. Verbouwereerd door haar schoonheid kwamen we in het office du Tourisme van Vianden niet verder dan wat Frans-Duitse stamelklanken, maar gelukkig beantwoordde zij onze hongerige smeekbeden in vloeiend Nederlands. Ze toonde ons waar de winkels waren en zo werd Vianden provianden. Leven van de liefde levert niet veel calorieën op, dus kochten we nadien zowat alle koffiekoeken bij de plaatselijke bakker. Onze twee jonkies trakteerden zichzelf op een eerste droge worst, en nee, lees dit het lieve meisje indachtig alstublieft niet dubbelzinnig.


Het pittoreske stadje werd verstoord door wat motorbendes, dus toen de bakker leeggekocht was en onze buikjes weer gevuld waren, wilden we richting Echternach vertrekken. Althans, dat was buiten Gert-Jan gerekend. Alsof hij met zijn eenwieler nog niet genoeg bewonderende blikken had geoogst, besloot hij ook de eerste lekke band van de reis te claimen. Sams pomp was gelukkig ook compatibel met het gekke Schrader-ventiel, en met wat extra lucht werd het probleem en dus ook onze eigen processie van Echternach voorlopig opgelost. De route verliep vanaf dan op een kleine misrijding na vooruit en bracht ons langs de rivier en een leuke bosweg in onze volgende tussenstop.




In Echternach was het tijd voor een eerste pintje. Sam probeerde de barman zowel in het Frans ("Une bière locale") als Engels ("A beer from here") te overtuigen hem een streekproduct te brengen, maar werd helaas enkel op een onbegrijpende blik getrakteerd.









De avondinkopen werden gedaan en langs de Sauer-rivier reden we verder naar de camping van Rosport. Ons gebrek aan navigatieskills Ons streven naar heroïek liet ons zelfs een waterloop doorwaden. 

Op de camping werden we ontvangen door een Sint-Niklazenaar die zich baas van de camping waande, maar eerlijk is eerlijk, we kregen wel echt een mooi plekje langs het water. We aten heerlijke minute rice van Uncle Ben's (product placement) en toen ik de ijskar hoorde, wilde ik er nog een lekker dessertje aan toevoegen. Het ijskarmuziekje bleek echter de intro van de serie Les Revenants op de Spotify van één van mijn reisgezellen, dus kreeg ik als toetje enkel hoongelach.


Nadien mijmerden we op ons privé-ponton over de fietsreis en bij uitbreiding het leven. Rust was ons helaas niet lang gegund, want enkele Vlaamse chiroleden besloten dat ons ponton de ideale plek was om een duikje te placeren in de rivier. Hun belofte om te skinnydippen werd niet ingelost, dus kropen we maar gewoon in onze tent.





vrijdag 3 juli 2020

Toch niet Schotland


Dit verslag had normaal over Schotland moeten gaan. Sinds maart was het Kanaal door de pandemie echter steeds dieper en wijder geworden, en begin juli waren de krijtrotsen van Dover voorgoed aan de einder verdwenen. Om toch onze jaarlijkse shot vrijheid te kunnen zetten, besloten we het dichter bij huis te zoeken. We zouden gemotoriseerd naar een uitstulping van België rijden, om van daaruit op eigen kracht zuidwaarts te trekken. Omdat je zo wel even bezig kan blijven voor er zich een natuurlijke versperring aandient (Pannier, Verlee & Wesemael, 2018), kozen we een eindhalte: Friedrichshafen aan het meer van Konstanz, Bodensee voor de vrienden.

Ons gezelschap bestond dit jaar uit elf wielen. Dat is een raar getal, hoor ik u denken, en dat is het ook: naast de normale fietsen van Frederik, Wannes, Pieter, Sam en Stan ging dit jaar immers ook eenwieler Gert-Jan mee, Europees kampioen slalom en tevens badmintonner, zo ontdekte Frederik na drie dagen. Samen met onze tenten, onze clown (Pieter) en onze beer (ik) leek onze stoet wel een reizend circusgezelschap. Nooit eerder, zo zou snel blijken, waren mensen zo blij om ons te zien voorbijrijden. 

In de vroege ochtend van vrijdag 3 juli verzamelde ons hele gezelschap zich op perron 10 van Gent Sint-Pieters. Heel ons gezelschap? Nee, Wannes had het bestaan zich te overslapen, hoewel hij tot enkele dagen eerder in de waan had verkeerd dat we al op donderdag zouden vertrekken. Gert-Jan was er eigenlijk ook niet, want die stapte pas op in Brussel (Zele etc.). En Frederik kwam met de wagen. We wilden gewoon heel graag dat zinnetje uit Asterix gebruiken, ok?

De treinrit naar Eupen gaf ons alvast de kans om Gert-Jan een eerste keer te vervelen met een kruisverhoor over zijn unidentified fietsing object. De trein van een uur later bevatte Wannes maar geen toestemming om verder te rijden dan Welkenraedt, waardoor onze youngster tien kilometer mocht opwarmen voor de eigenlijke tocht. Welke route door tijd en ruimte Frederik precies genomen had was niet duidelijk, maar feit was dat hij onderweg mensen had zien vechten in de middenberm. 


Na een paar kennismakingsspelletjes, een portie calorieën en het dumpen van overtollig gewicht in Frederiks koffer reden we Eupen uit. De stad bleek in een meteorietkrater te liggen en trakteerde ons meteen op krakende kettingen en piepende spieren. Op iets bedaarder terrein doorkruisten we onder veel bekijks de Hoge Venen. "Dat was een speciale, he?", fluisterde een mama samenzweerderig tegen haar dochter bij het passeren van Frederik. Grappig, want met een beetje zin voor humor zou je even goed kunnen denken dat ze het over eenwieler Gert-Jan had. 


In Waimes stapten we af voor een eerste terrasje. Wij namen allemaal een verfrissende cola, Wannes had meer zin in een reageerbuisje bier. Terwijl Pieter afrekende griste Gert-Jan enkele rotsblokken van de grond en verstopte die vingervlug in Pieters fietszakken. Pas laat die avond zouden ze er grommend weer uitgesmeten worden. Hilariteit, dat begrijpt u. Na Waimes doken we naar beneden Malmédy tegemoet, waar we onze maskers opdiepten voor een eerste supermarktbezoek.


Wie een meter lang 20 graden van zijn route afwijkt, moet een verwaarloosbare afstand overbruggen om terug op de juiste weg te zijn. Wie dat doet voor, laat ons zeggen, 10,8 kilometer, is een hele poos verder van huis. Enfin, dat was waar we zo'n kwartier na onze supermarkststop achterkwamen. Over het hoe en waarom van ons verkeerd rijden lopen de versies uiteen. Sommigen beweerden dat gids Pieter heel veel schuld had aan de omweg, terwijl anderen juist beweerden dat hij ontzettend veel schuld trof. Wat er ook van zij, we moesten terug, 10,8 kilometer om precies te zijn, over een baan die dit keer hardnekkig steeg in plaats van daalde. 

Zo gaat het goed, zo gaat het beter, alweer een Pieterkilometer. Met een marslied slaagden we erin de moed erin te houden en spoedig Waimes te bereiken. De tweesprong die ons in de luren had gelegd werd bedankt met een plaspauze, waarna we koers zetten richting Sankt Vith. De weg naar de stad was vlak en eindeloos, en leende zich uitstekend tot zowel racen als wanhopen. Sam koos voor het eerste en keek niet meer achterom. Frederiks benen gingen rond het dorpje Born voor optie twee en een bijhorende pauze - kwatongen zouden beweren een instorting. Met zijn geest was echter nog alles in orde: gauw kwam Frederik met het briljante plan, de voorbije twee edities indachtig, om voortaan de eerste dag van de fietsreis gewoon over te slaan. 

Nauwelijks waren we in Sankt Vith aan het aperitieven geslagen of we kregen bezoek van Ewout. De sympathieke Izegemenaar was in het kader van zijn Humans After Covid-project (https://nl.humansaftercovid.org/) bezig met elke stad van het land te bezoeken om in kaart te brengen hoe de gemiddelde Belg de pandemie beleefd had. Vijf uur in het zadel was genoeg geweest om ons als rafelige zwervers smeltende kaasblokjes en Pringles in gekke smaken te doen eten aan een rottend picknickbankje. Deze fietser speelde het echter voor elkaar om na 13 dagen reizen nog steeds over een Gillette Fusion-huid en een beige bermuda te beschikken waar in de faculteit Rechten om gevochten wordt. Geen idee wat, maar dat we iets verkeerd deden was wel duidelijk.

Terwijl in een aanpalend huis met veel schreeuwen en scherven een echtelijke ruzie was losgebarsten, verlieten we Sankt Vith voor onze laatste kilometers richting Bracht. Daar wachtte Marc die zijn tuin ter beschikking had gesteld voor kampeerders – intussen al heel lang – op ons. Na ei zo na weer verdwaald te zijn in deze stoffige uithoek van België reden we rond 22 uur eindelijk Marcs oprit op. Prompt kregen we een plekje toegewezen met sanitair, vers bronwater en een prachtig uitzicht op de tegenoverliggende heuvelrug en volle maan. 


Een combinatie van Frederiks onderhandelingsskills en Marcs gastvrijheid zorgde er ten slotte voor dat onze tortellini bereid werd op een echt gasvuur, en niet op onze pathetische waakvlammetjes. Onze kookpot bevatte zowel pesto, spinazie en kaas, maar het enige dat wij na 120 kilometer nog smaakten was lekker, lekker en lekker.