Pagina's

vrijdag 3 juli 2020

Toch niet Schotland


Dit verslag had normaal over Schotland moeten gaan. Sinds maart was het Kanaal door de pandemie echter steeds dieper en wijder geworden, en begin juli waren de krijtrotsen van Dover voorgoed aan de einder verdwenen. Om toch onze jaarlijkse shot vrijheid te kunnen zetten, besloten we het dichter bij huis te zoeken. We zouden gemotoriseerd naar een uitstulping van België rijden, om van daaruit op eigen kracht zuidwaarts te trekken. Omdat je zo wel even bezig kan blijven voor er zich een natuurlijke versperring aandient (Pannier, Verlee & Wesemael, 2018), kozen we een eindhalte: Friedrichshafen aan het meer van Konstanz, Bodensee voor de vrienden.

Ons gezelschap bestond dit jaar uit elf wielen. Dat is een raar getal, hoor ik u denken, en dat is het ook: naast de normale fietsen van Frederik, Wannes, Pieter, Sam en Stan ging dit jaar immers ook eenwieler Gert-Jan mee, Europees kampioen slalom en tevens badmintonner, zo ontdekte Frederik na drie dagen. Samen met onze tenten, onze clown (Pieter) en onze beer (ik) leek onze stoet wel een reizend circusgezelschap. Nooit eerder, zo zou snel blijken, waren mensen zo blij om ons te zien voorbijrijden. 

In de vroege ochtend van vrijdag 3 juli verzamelde ons hele gezelschap zich op perron 10 van Gent Sint-Pieters. Heel ons gezelschap? Nee, Wannes had het bestaan zich te overslapen, hoewel hij tot enkele dagen eerder in de waan had verkeerd dat we al op donderdag zouden vertrekken. Gert-Jan was er eigenlijk ook niet, want die stapte pas op in Brussel (Zele etc.). En Frederik kwam met de wagen. We wilden gewoon heel graag dat zinnetje uit Asterix gebruiken, ok?

De treinrit naar Eupen gaf ons alvast de kans om Gert-Jan een eerste keer te vervelen met een kruisverhoor over zijn unidentified fietsing object. De trein van een uur later bevatte Wannes maar geen toestemming om verder te rijden dan Welkenraedt, waardoor onze youngster tien kilometer mocht opwarmen voor de eigenlijke tocht. Welke route door tijd en ruimte Frederik precies genomen had was niet duidelijk, maar feit was dat hij onderweg mensen had zien vechten in de middenberm. 


Na een paar kennismakingsspelletjes, een portie calorieën en het dumpen van overtollig gewicht in Frederiks koffer reden we Eupen uit. De stad bleek in een meteorietkrater te liggen en trakteerde ons meteen op krakende kettingen en piepende spieren. Op iets bedaarder terrein doorkruisten we onder veel bekijks de Hoge Venen. "Dat was een speciale, he?", fluisterde een mama samenzweerderig tegen haar dochter bij het passeren van Frederik. Grappig, want met een beetje zin voor humor zou je even goed kunnen denken dat ze het over eenwieler Gert-Jan had. 


In Waimes stapten we af voor een eerste terrasje. Wij namen allemaal een verfrissende cola, Wannes had meer zin in een reageerbuisje bier. Terwijl Pieter afrekende griste Gert-Jan enkele rotsblokken van de grond en verstopte die vingervlug in Pieters fietszakken. Pas laat die avond zouden ze er grommend weer uitgesmeten worden. Hilariteit, dat begrijpt u. Na Waimes doken we naar beneden Malmédy tegemoet, waar we onze maskers opdiepten voor een eerste supermarktbezoek.


Wie een meter lang 20 graden van zijn route afwijkt, moet een verwaarloosbare afstand overbruggen om terug op de juiste weg te zijn. Wie dat doet voor, laat ons zeggen, 10,8 kilometer, is een hele poos verder van huis. Enfin, dat was waar we zo'n kwartier na onze supermarkststop achterkwamen. Over het hoe en waarom van ons verkeerd rijden lopen de versies uiteen. Sommigen beweerden dat gids Pieter heel veel schuld had aan de omweg, terwijl anderen juist beweerden dat hij ontzettend veel schuld trof. Wat er ook van zij, we moesten terug, 10,8 kilometer om precies te zijn, over een baan die dit keer hardnekkig steeg in plaats van daalde. 

Zo gaat het goed, zo gaat het beter, alweer een Pieterkilometer. Met een marslied slaagden we erin de moed erin te houden en spoedig Waimes te bereiken. De tweesprong die ons in de luren had gelegd werd bedankt met een plaspauze, waarna we koers zetten richting Sankt Vith. De weg naar de stad was vlak en eindeloos, en leende zich uitstekend tot zowel racen als wanhopen. Sam koos voor het eerste en keek niet meer achterom. Frederiks benen gingen rond het dorpje Born voor optie twee en een bijhorende pauze - kwatongen zouden beweren een instorting. Met zijn geest was echter nog alles in orde: gauw kwam Frederik met het briljante plan, de voorbije twee edities indachtig, om voortaan de eerste dag van de fietsreis gewoon over te slaan. 

Nauwelijks waren we in Sankt Vith aan het aperitieven geslagen of we kregen bezoek van Ewout. De sympathieke Izegemenaar was in het kader van zijn Humans After Covid-project (https://nl.humansaftercovid.org/) bezig met elke stad van het land te bezoeken om in kaart te brengen hoe de gemiddelde Belg de pandemie beleefd had. Vijf uur in het zadel was genoeg geweest om ons als rafelige zwervers smeltende kaasblokjes en Pringles in gekke smaken te doen eten aan een rottend picknickbankje. Deze fietser speelde het echter voor elkaar om na 13 dagen reizen nog steeds over een Gillette Fusion-huid en een beige bermuda te beschikken waar in de faculteit Rechten om gevochten wordt. Geen idee wat, maar dat we iets verkeerd deden was wel duidelijk.

Terwijl in een aanpalend huis met veel schreeuwen en scherven een echtelijke ruzie was losgebarsten, verlieten we Sankt Vith voor onze laatste kilometers richting Bracht. Daar wachtte Marc die zijn tuin ter beschikking had gesteld voor kampeerders – intussen al heel lang – op ons. Na ei zo na weer verdwaald te zijn in deze stoffige uithoek van België reden we rond 22 uur eindelijk Marcs oprit op. Prompt kregen we een plekje toegewezen met sanitair, vers bronwater en een prachtig uitzicht op de tegenoverliggende heuvelrug en volle maan. 


Een combinatie van Frederiks onderhandelingsskills en Marcs gastvrijheid zorgde er ten slotte voor dat onze tortellini bereid werd op een echt gasvuur, en niet op onze pathetische waakvlammetjes. Onze kookpot bevatte zowel pesto, spinazie en kaas, maar het enige dat wij na 120 kilometer nog smaakten was lekker, lekker en lekker.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten