Pagina's

vrijdag 22 juli 2016

Brullende bosmaaiers

Middenin de nacht om een uur of half 8 's ochtends, hoorden de lichtere slapers in het gezelschap - met Stan 'ik word zelfs wakker van mijn eigen ademhaling' Pannier op kop - gestommel rond de tent. De stemmen en voetstappen waren duidelijk op zoek naar iets. De jacht was geopend. Gelukkig prefereerden deze passanten een goeie sappige mossel boven de affectie van een mannelijke fietstoerist. In drommen daalden ze met emmers de kliffen af om daar het zwarte goud van tussen de rotsen te rapen. Loos alarm dus.

Hoewel, even later werd het zwaar geschut bovengehaald. Zo dichtbij was de oorlog nog nooit geweest. Zelfs de vastere slapers Seppe en Sam werden uit hun slaap gedaverd door de ingezette aanval van een bende gemeentearbeiders. Blijkbaar was net dit de dag waarop het gras - een hele zomer ongemoeid gelaten - gekortwiekt moest worden. Een muur van bosmaaiers kwam op ons slaapplekje af en slechts ternauwernood konden we onze lijven en de bijhorende leden redden van de vernietiging. 

Na deze lafhartigheid besloten we op te splitsen in twee groepen, om aldus meer kans te maken op een heelhuids beëindigen van het avontuur. Verkenners Stan en Thijs werden voorop gestuurd met de trein, terwijl onvermoeibare Seppe, Sam en Pieter vertrokken met de fiets. 100 km verder (fietsgemiddelde van meer dan 25 km/u) kwamen de vijf ongeveer samen en gelukkig ongehavend aan bij de lokale camping van Le Tréport. 

Voor Seppe betekende dit het einde van een tweedaagse aanwezigheid en met een van mosterd (en gelukkig ook bier) voorzien bacchanaal namen we in stijl afscheid. Na zijn vertrek trokken we rustig richting Dieppe, waar we het gigantische circus Pinder voor een eerste keer passeerden. Een lange beklimming en wat pijltjesgezoek later - we zaten intussen al even op de Veloroute du Littoral - besloten we de tenten op te slaan in het kleine Quiberville. We deden inkopen bij de minstens 137 jaar oude uitbaatster van een prachtig volgestouwd winkeltje, zochten een uur lang naar de minst ongeschikte 'wild'kampeerlocatie in het centrum van een woonwijk, raapten schelpen, keken nadien naar Duitsland-Frankrijk en zetten pas toen alle buurtbewoners ingedut waren onze tent op het dorpsplein.

De dag nadien reden we door het Sint-Martens-Latem van Noord-Frankrijk verder richting Fécamp. Kastelen, herenhoeves, en natuurlijk ook het almaar glooiende landschap dat we intussen al te goed kenden. 2 lekke banden later - waarvan de tweede een slecht herstelde eerste was - besloten we te kamperen op het voetbalveld van Senneville-sur-Fécamp. Een gevaarlijke keuze, wetende dat de bosmaaierarmada er zijn gras kwam dumpen in een grote container en dat de door ons ingepalmde tribune ook nog eens het clubhuis was van de lokale motorbende.

Bij het zien van ons spierballengerol, dropen deze jongeren met de staart tussen de benen af. Dat ze 's nachts nog eens zouden passeren om met motorengeronk ons wakker te maken, konden we toen nog niet weten.

De volgende ochtend konden we dan ook niet vroeg genoeg weg zijn, en tegen een uur of 11 reden we ons kampeerterrein af. Helaas, een bosmaaiermaffioso, brommerhooligan of misschien toch het kleine steentje dat door de buitenband stak, had er tijdens de nacht voor gezorgd dat we voor de derde keer in 24 uur een band moesten vervangen.

In Fécamp kochten we zowel koffiekoeken als binnenbanden en hierdoor onoverwinnelijk, stoomden we verder naar Etretat. Noch de gesloten slagboom, noch de camping die dwars over de weg kampeerde konden ons tegenhouden om dit bekende badplaatsje te bereiken. We pakten het er ne keer goed van en omdat we stilaan roken alsof we ons twee dagen niet gewassen hadden (misschien omdat dat ook echt zo was), werd een nabije camping gezocht.

De grote luxe was het niet in Le Tilleul, maar de manier waarop het oudere koppel deze camping uitbaatte, was toch minstens charmant te noemen. Misschien zouden we hier wel een dagje extra kunnen blijven... (cliffhanger... Zouden onze fietshelden hier een dagje langer kamperen of niet, zot spannend).

We onthouden dat:
- Seppe mosterd verzamelt
- "Stella + pannenkoek voor 3 euro" niet alleen een rare combo is, maar vooral erg voordelig
- een keienstrand een slechte uitvinding is
- Frans sprekende Nederlanders moeilijk kunnen uitleggen dat niet "Rijbewijs" maar wel "Sven" hun naam is
- schelpen met inhoud na enkele dagen echt wel beginnen stinken

________________________________________________________________________

SPOILER, niet verder lezen als je in spanning wilt wachten op de volgende aflevering!


Doe het niet, stop met scrollen.



Ja, de fietshelden bleven nog een dagje langer in Le Tilleul



Maar wees gerust, ook nu volgen nog spannende avonturen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten