Pagina's

vrijdag 14 juli 2017

De rimboe van Aabenraa

’s Morgens namen we in alle vroegte afscheid van onze medekampeerders. We reden voorbij Bjert Strand, een kleine camping voorzien van tientallen vervelende vluchtheuvels. Onze banden hielden gelukkig stand en op een mooi paadje door dicht struikgewas bereikten we Helsminde. Op relatief vlakke wegen reden we verder naar Haderslev, de voorlaatste grote Deense stad voor ons einddoel Flensburg. We stopten bij Netto, aten enkele boterkoeken en dronken wat chocomelk. Een Deen raadde op basis van Pieters gentloopt.be-t-shirt uit welk land we afkomstig waren en informeerde naar onze reisplannen. Hij was de week voordien nog maar in Hasselt geweest voor een trouw, zo vertelde hij, en waarschuwde ons verder nog voor een stevige beklimming die net buiten Haderslev lag.



Route 5, die zuidwaarts het binnenland introk, had wat goed te maken van de dag voordien en de berg in kwestie werd rakelings voorbijgereden. We pauzeerden nog even bij een kerkje, weer voorzien van een schip, en reden verder naar - lachband – Sønderballe. Op weg naar Løjt Kirkeby kregen we alsnog een stevige grindklim voorgeschoteld. In het dorp vroeg Sam aan een van de bewoners de weg naar de dichtstbijzijnde supermarkt terwijl zijn been ondergekwijld werd door de viervoeter van de man in kwestie. Hij verloor zijn cool echter niet en met de juiste informatie op zak troffen we enkele straten verder de Super Brugsen.

Pieter en Sam kochten een bulgurslaatje dat in afslag stond, en om onze laatste kampeeravond in stijl te vieren wilden we ook wat plaatselijk bier aanschaffen. Dat bleek als gevolg van de Deense etiketten moeilijker dan gedacht en bijna hadden we die avond appelsien- en rijstbier gedronken. Een vrouw zag onze wanhoop en kwam ons te hulp. Ondanks het feit dat ze nur Deutsch sprak, slaagde ze er toch in ons met handen en voeten duidelijk te maken dat de speciale bieren waar we naar keken bizarre kerstbieren waren, en dat er eigenlijk ook geen goeie Deense speciaalbieren in de winkel aanwezig waren. Dankbaar wendden we ons dan maar tot de vertrouwde Tuborgpils en om de feestdis compleet te maken kochten we nog druiven, chocomousse en een grote zak tortillachips. Aan de kassa werden we opnieuw telepathisch begrepen, deze keer door een jobstudent, en met een speciale betaalconstructie slaagde hij erin ons zoveel mogelijk kronenmuntjes, niet inwisselbaar bij de bank, afhandig te maken.

We bestegen weer onze rijwielen en op de smartphone spoorden we een shelter in de buurt op. Die bleek in een donker bos op een berg te liggen, en voor we de pijnlijke beklimming aanvingen deden we voor de zekerheid nog even navraag bij een plaatselijke bewoner. Een oudere Deen stond ons te woord en haastte zich ondanks zijn leeftijd naar binnen om een kaart te halen. Daar stond onze kampeerplaats mooi op aangegeven, en de man zei dat we de kaart mochten houden. Graag hadden we een vogelkastje bij hem gekocht, zijn hobby, maar die bleken wat groot en zwaar om mee te dragen op onze fietsen – ooit komen we terug!

We trokken het woud in en daalden een steile grindweg af naar de zee, waar op papier, smartphone en gps een shelter had moeten liggen. Driewerf helaas, het strand bleek volkomen leeg. Onze fiets het onberijdbare pad weer opsleurend zetten we onze weg noodgedwongen verder naar Aabenraa – geen doodsspreuk uit Harry Potter, wel een Deense stad. In een van Aabenraa’s omliggende bossen moest volgens de man zijn kaart ook een kampeerplaats liggen, en deze keer hadden we geluk: na een smal pad vol modder, muggen, doorns, dazen, brandnetels, wolven en lava bereikten we de laatste shelter van onze reis. Bij nader inzien bleek die ook via een mooi breed pad bereikbaar, maar dat zou natuurlijk wat te makkelijk geweest zijn. Voor het eerst deze reis bleek de houten schuilplaats niet volledig schoon te zijn (een hoop lege flesjes verried vroegere bewoning), waarop Sam en Stan besloten gewoon de tent op te zetten op het grasplekje ernaast.

In lichte regen verorberden we aan de picknicktafel ons rijkelijke avondmaal. Even later kregen we op de open plek gezelschap van een jongen en twee meisjes en hun drie rat…verschoning, hondjes. Bijna zagen zij hun gezellige pizza-avond in duigen vallen toen ze er drie rafelige zwervers aantroffen, maar ootmoedig stonden we hun de shelter af. Na een tweetal uur waren ze weer verdwenen en kon ook Pieter, die voor een binnentent-constructie à la Frederikshavn opteerde, zijn slaapplaats opstellen. We kraakten onze pintjes en ploften de zak chips, waarna we beschutting zochten in onze tent tegen het invallende duister en de aanvallende muggen.

(sp)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten